Ziextenzo

Evrópusambandið - hollenska - EMA (European Medicines Agency)

Kauptu það núna

Upplýsingar fylgiseðill PIL
Vara einkenni SPC
Opinber matsskýrsla PAR
Virkt innihaldsefni:
pegfilgrastim
Fáanlegur frá:
Sandoz GmbH
ATC númer:
L03AA13
INN (Alþjóðlegt nafn):
pegfilgrastim
Meðferðarhópur:
Immunostimulants,
Lækningarsvæði:
neutropenie
Ábendingar:
Vermindering van de duur van neutropenie en de incidentie van febriele neutropenie bij volwassen patiënten die werden behandeld met cytotoxische chemotherapie voor maligniteit (met uitzondering van chronische myeloïde leukemie en myelodysplastische syndromen).
Vörulýsing:
Revision: 2
Leyfisstaða:
Erkende
Leyfisnúmer:
EMEA/H/C/004802
Leyfisdagur:
2018-11-22
EMEA númer:
EMEA/H/C/004802

Skjöl

Opinber matsskýrsla Opinber matsskýrsla - búlgarska
Opinber matsskýrsla Opinber matsskýrsla - tékkneska
Opinber matsskýrsla Opinber matsskýrsla - eistneska
Opinber matsskýrsla Opinber matsskýrsla - lettneska
Opinber matsskýrsla Opinber matsskýrsla - litháíska
Opinber matsskýrsla Opinber matsskýrsla - ungverska
Opinber matsskýrsla Opinber matsskýrsla - maltneska
Opinber matsskýrsla Opinber matsskýrsla - portúgalska
Opinber matsskýrsla Opinber matsskýrsla - rúmenska
Opinber matsskýrsla Opinber matsskýrsla - slóvakíska
Opinber matsskýrsla Opinber matsskýrsla - slóvenska
Samantekt á eiginleikum vöru Samantekt á eiginleikum vöru - norskt bókmál
Opinber matsskýrsla Opinber matsskýrsla - króatíska

B. BIJSLUITER

Bijsluiter: informatie voor de gebruiker

Ziextenzo 6 mg oplossing voor injectie in voorgevulde spuit

pegfilgrastim

▼Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Daardoor kan snel nieuwe

veiligheidsinformatie worden vastgesteld. U kunt hieraan bijdragen door melding te maken van alle

bijwerkingen die u eventueel zou ervaren. Aan het einde van rubriek 4 leest u hoe u dat kunt doen.

Lees goed de hele bijsluiter voordat u dit geneesmiddel gaat gebruiken want er staat belangrijke

informatie in voor u.

Bewaar deze bijsluiter. Misschien heeft u hem later weer nodig.

Heeft u nog vragen? Neem dan contact op met uw arts, apotheker of verpleegkundige.

Geef dit geneesmiddel niet door aan anderen, want het is alleen aan u voorgeschreven. Het kan

schadelijk zijn voor anderen, ook al hebben zij dezelfde klachten als u.

Krijgt u last van een van de bijwerkingen die in rubriek 4 staan? Of krijgt u een bijwerking die

niet in deze bijsluiter staat? Neem dan contact op met uw arts, apotheker of verpleegkundige.

Inhoud van deze bijsluiter

Wat is Ziextenzo en waarvoor wordt dit middel gebruikt?

Wanneer mag u dit middel niet gebruiken of moet u er extra voorzichtig mee zijn?

Hoe gebruikt u dit middel?

Mogelijke bijwerkingen

Hoe bewaart u dit middel?

Inhoud van de verpakking en overige informatie

1.

Wat is Ziextenzo en waarvoor wordt dit middel gebruikt?

Ziextenzo bevat de werkzame stof pegfilgrastim. Pegfilgrastim is een eiwit dat door middel van

biotechnologie geproduceerd wordt in bacteriën genaamd

E. coli.

Het behoort tot een groep eiwitten die

“cytokinen” genoemd worden en het lijkt sterk op een natuurlijk eiwit (granulocytkoloniestimulerende

factor) dat door uw eigen lichaam wordt gemaakt.

Ziextenzo wordt gebruikt om de duur van neutropenie (laag aantal witte bloedcellen) en het optreden

van febriele neutropenie (laag aantal witte bloedcellen gepaard gaande met koorts) te verminderen. Deze

aandoeningen kunnen veroorzaakt worden door het gebruik van cytotoxische chemotherapie

(geneesmiddelen die snel groeiende cellen vernietigen). De witte bloedcellen zijn belangrijk, omdat zij

uw lichaam helpen infecties te bestrijden. Deze cellen zijn zeer gevoelig voor de effecten van

chemotherapie waardoor het aantal van deze cellen in uw lichaam kan verminderen. Indien het aantal

witte bloedcellen daalt tot een laag niveau, kan het zijn dat er niet meer genoeg in uw lichaam zijn om

bacteriën te bestrijden en loopt u een groter risico op infecties.

Uw arts heeft u Ziextenzo voorgeschreven om uw beenmerg (het deel van het bot dat bloedcellen

aanmaakt) te stimuleren om meer witte bloedcellen aan te maken die uw lichaam helpen om infecties te

bestrijden.

2.

Wanneer mag u dit middel niet gebruiken of moet u er extra voorzichtig mee zijn?

Wanneer mag u dit middel niet gebruiken?

U bent allergisch voor pegfilgrastim, filgrastim of een van de andere stoffen in dit geneesmiddel.

Deze stoffen kunt u vinden in rubriek 6.

Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit middel?

Neem contact op met uw arts, apotheker of verpleegkundige voordat u dit middel gebruikt:

Als u een allergische reactie heeft, waaronder zwakte, daling van de bloeddruk, bemoeilijkte

ademhaling, opgezwollen gezicht (anafylaxie), roodheid en blozen, huiduitslag en jeukende

huidgebieden.

Als u hoest, koorts heeft en moeite heeft met ademhalen. Dit kan een symptoom zijn van “Acute

Respiratory Distress Syndrome” (ARDS).

Als u een van de volgende bijwerkingen of een combinatie daarvan heeft:

zwelling of opgeblazenheid, wat in verband kan staan met minder vaak plassen, moeite met

ademhalen, zwelling van de buik en een vol gevoel, en een algemeen gevoel van

vermoeidheid.

Dit kunnen symptomen zijn van een aandoening genaamd “capillairleksyndroom” waarbij bloed

uit de kleine bloedvaten in uw lichaam lekt. Neem dan contact op met uw arts, apotheker of

verpleegkundige.

Als u pijn krijgt linksboven in de buik of in de punt van uw schouder. Dit kan een aanwijzing zijn

van een probleem met uw milt (splenomegalie).

Als u onlangs een ernstige longinfectie (pneumonie), vocht in de longen (longoedeem), ontsteking

van de longen (longfibrose) of een afwijkende uitslag op een röntgenfoto van de borstkas

(longinfiltraat) heeft gehad.

Als u op de hoogte bent van veranderingen in uw bloedbeeld (bijvoorbeeld een verhoogd aantal

witte bloedcellen of anemie) of een verlaagd aantal bloedplaatjes, waardoor uw bloed minder

gemakkelijk stolt (trombocytopenie). Uw arts wil u mogelijk intensiever in de gaten houden.

Als u sikkelcelziekte heeft. Uw arts wil uw aandoening mogelijk intensiever in de gaten houden.

Als u plotselinge symptomen van allergie heeft, zoals uitslag, jeuk of huiduitslag met hevige jeuk

en vorming van bultjes (galbulten) op de huid (netelroos), zwelling van het gezicht, de lippen, de

tong of andere delen van het lichaam, kortademigheid, piepende ademhaling of moeite met

ademhalen. Dit kunnen verschijnselen zijn van een ernstige allergische reactie.

Ontsteking van de aorta (het grote bloedvat dat bloed van het hart naar het lichaam voert) is

zelden gemeld bij kankerpatiënten en gezonde donoren. De symptomen kunnen koorts, buikpijn,

malaise, rugpijn en verhoogde ontstekingsmarkers omvatten. Vertel het uw arts als u deze

symptomen krijgt.

Aangezien pegfilgrastim de kleine filters in uw nieren kan beschadigen (glomerulonefritis), zal uw arts

uw bloed en urine regelmatig controleren.

Ernstige huidreacties (Stevens-Johnson-syndroom) zijn gemeld in combinatie met het gebruik van

Ziextenzo. Stop het gebruik van Ziextenzo en zoek onmiddellijk medische hulp als u klachten opmerkt

zoals beschreven in rubriek 4.

Spreek met uw arts over uw risico’s om vormen van bloedkanker te ontwikkelen. Als u een vorm van

bloedkanker ontwikkelt of een groot risico loopt een vorm van bloedkanker te ontwikkelen, mag u

Ziextenzo niet gebruiken, tenzij uw arts u dat voorschrijft.

Verlies van een behandelingseffect met pegfilgrastim

Als u het verlies van een behandelingseffect, of het onvermogen om een behandelingseffect met

pegfilgrastim te behouden ervaart, zal uw arts de redenen hiervoor onderzoeken, bijvoorbeeld of u

antilichamen heeft ontwikkeld die de activiteit van pegfilgrastim neutraliseren.

Gebruikt u nog andere geneesmiddelen?

Gebruikt u naast Ziextenzo nog andere geneesmiddelen, heeft u dat kortgeleden gedaan of bestaat de

mogelijkheid dat u in de nabije toekomst andere geneesmiddelen gaat gebruiken? Vertel dat dan uw arts

of apotheker.

Zwangerschap en borstvoeding

Vraag uw arts of apotheker om advies voordat u een geneesmiddel gebruikt. Pegfilgrastim is niet getest

bij zwangere vrouwen. Het is belangrijk dat u uw arts op de hoogte brengt als u:

zwanger bent;

denkt dat u zwanger bent; of

zwanger wilt worden.

Als u tijdens behandeling met Ziextenzo zwanger wordt, vertel dat dan aan uw arts.

Tenzij uw arts u een andere instructie geeft, moet u stoppen met borstvoeding als u Ziextenzo gebruikt.

Rijvaardigheid en het gebruik van machines

Ziextenzo heeft geen of een verwaarloosbare invloed op de rijvaardigheid of het vermogen om machines

te bedienen.

Ziextenzo bevat sorbitol (E 420) en natrium.

Dit middel bevat 30 mg sorbitol per voorgevulde spuit, overeenkomend met 50 mg/ml.

Dit middel bevat minder dan 1 mmol natrium (23 mg) per 6 mg dosis, dat wil zeggen dat het in wezen

‘natriumvrij’ is.

3.

Hoe gebruikt u dit middel?

Ziextenzo is bestemd voor gebruik bij volwassen van 18 jaar en ouder.

Gebruik dit geneesmiddel altijd precies zoals uw arts of apotheker u dat heeft verteld. Twijfelt u over

het juiste gebruik? Neem dan contact op met uw arts of apotheker. De gebruikelijke dosering is één

subcutane injectie (injectie onder de huid) van 6 mg toegediend ten minste 24 uur na de laatste dosis

chemotherapie aan het einde van elke chemotherapiecyclus.

Zelf Ziextenzo toedienen

Uw arts kan beslissen dat het voor u handiger is als u Ziextenzo zelf injecteert. Uw arts of

verpleegkundige zal u tonen hoe u zichzelf kunt injecteren. Probeer niet uzelf te injecteren als u dit niet

geleerd is.

Lees de rubriek aan het einde van deze bijsluiter voor de verdere instructies over hoe u zelf te injecteren

met Ziextenzo.

Ziextenzo mag niet krachtig worden geschud, omdat dit de werking kan aantasten.

Heeft u te veel van dit middel gebruikt?

Als u meer Ziextenzo heeft gebruikt dan u zou mogen, dient u contact op te nemen met uw arts,

apotheker of verpleegkundige.

Bent u vergeten dit middel te gebruiken?

Als u zichzelf injecteert en een dosis Ziextenzo vergeten heeft, dient u contact op te nemen met uw arts

om te overleggen wanneer u de volgende dosis dient te injecteren.

Heeft u nog andere vragen over het gebruik van dit geneesmiddel? Neem dan contact op met uw arts,

apotheker of verpleegkundige.

4.

Mogelijke bijwerkingen

Zoals elk geneesmiddel kan ook dit geneesmiddel bijwerkingen hebben, al krijgt niet iedereen daarmee

te maken.

Vertel het uw arts onmiddellijk als u last heeft van één of meerdere van de volgende bijwerkingen:

zwelling of opgeblazenheid, wat in verband kan staan met minder vaak plassen, moeite met

ademhalen, zwelling van de buik en een vol gevoel en een algemeen gevoel van vermoeidheid.

Deze symptomen treden over het algemeen snel op.

Dit kunnen symptomen zijn van een soms voorkomende (kan voorkomen bij maximaal 1 op de

100 mensen) aandoening genaamd "capillairleksyndroom" waarbij bloed uit de kleine bloedvaten in uw

lichaam lekt. Het capillairleksyndroom vereist onmiddellijke medische hulp.

Zeer vaak voorkomende bijwerkingen

(komen voor bij meer dan 1 op de 10 gebruikers):

Botpijn. Uw arts zal u zeggen wat u kan nemen om de botpijn te verlichten.

Misselijkheid en hoofdpijn.

Vaak voorkomende bijwerkingen

(komen voor bij minder dan 1 op de 10 gebruikers):

Pijn op de injectieplaats.

Pijn in het hele lichaam en pijn in de gewrichten en spieren.

Er kunnen veranderingen voorkomen in uw bloedbeeld, maar die worden gezien bij routinematig

bloedonderzoek. Het aantal witte bloedcellen kan voor een korte tijd hoog worden. Het aantal

bloedplaatjes kan dalen en dit kan resulteren in bloeduitstortingen.

Soms voorkomende bijwerkingen

(komen voor bij minder dan 1 op de 100 gebruikers):

Allergie-achtige reacties, waaronder roodheid en blozen, huiduitslag en jeukende verheven

huidgebieden.

Ernstige allergische reacties, waaronder anafylaxie (zwakte, daling van de bloeddruk,

bemoeilijkte ademhaling, opgezet gezicht).

Miltvergroting.

Miltruptuur. Sommige gevallen van miltruptuur waren fataal. Het is belangrijk dat u onmiddellijk

contact opneemt met uw arts wanneer u pijn voelt in de linkerbovenbuik of linkerschouder, omdat

dit kan verwijzen naar een probleem met uw milt.

Ademhalingsproblemen. Informeer uw arts indien u hoest, koorts en ademhalingsmoeilijkheden

heeft.

Syndroom van Sweet (paars gekleurde, gezwollen, pijnlijke afwijkingen aan de ledematen en

soms in het gezicht en de nek-hals, met koorts) is voorgevallen, maar andere factoren kunnen een

rol spelen.

Cutane vasculitis (ontsteking van de bloedvaten in de huid).

Schade aan de kleine filters in uw nieren (glomerulonefritis).

Roodheid op de injectieplaats.

Bloed ophoesten (hemoptoë).

Zelden voorkomende bijwerkingen

(komen voor bij minder dan 1 op de 1.000 gebruikers):

Ontsteking van de aorta (het grote bloedvat dat bloed van het hart naar het lichaam voert), zie

rubriek 2.

Bloeden vanuit de longen (longbloedingen).

het Stevens-Johnson-syndroom, dat kan optreden als rode schietschijfachtige of ringvormige

plekken, vaak met blaren op de romp, loslating van de huid, zweren in de mond, keel, neus,

geslachtsdelen en ogen, en kan worden voorafgegaan door koorts en griepachtige klachten. Stop

het gebruik van Ziextenzo als u deze klachten ontwikkelt en neem onmiddellijk contact op met

uw arts of zoek medische hulp. Zie ook rubriek 2.

Het melden van bijwerkingen

Krijgt u last van bijwerkingen, neem dan contact op met uw arts, apotheker of verpleegkundige. Dit

geldt ook voor mogelijke bijwerkingen die niet in deze bijsluiter staan. U kunt bijwerkingen ook

rechtstreeks melden via het nationale meldsysteem zoals vermeld in aanhangsel V. Door bijwerkingen te

melden, kunt u ons helpen meer informatie te verkrijgen over de veiligheid van dit geneesmiddel.

5.

Hoe bewaart u dit middel?

Buiten het zicht en bereik van kinderen houden.

Gebruik dit geneesmiddel niet meer na de uiterste houdbaarheidsdatum. Die is te vinden op de doos en

op het etiket van de spuit na EXP. Daar staat een maand en een jaar. De laatste dag van die maand is de

uiterste houdbaarheidsdatum.

Bewaren in de koelkast (2 °C-8 °C).

U mag Ziextenzo uit de koelkast nemen en bewaren bij kamertemperatuur (beneden 35 °C) gedurende

een periode van maximaal 120 uur. Wanneer de spuit uit de koelkast is gehaald en op kamertemperatuur

(beneden 35 °C) is gekomen, moet de spuit ofwel binnen 120 uur gebruikt worden ofwel vernietigd

worden.

Niet in de vriezer bewaren. Indien Ziextenzo per ongeluk één keer maximaal 24 uur ingevroren is

geweest, mag het nog worden gebruikt.

De container in de buitenverpakking bewaren ter bescherming tegen licht.

Gebruik dit geneesmiddel niet als u merkt dat de vloeistof troebel is of deeltjes bevat.

Spoel geneesmiddelen niet door de gootsteen of de WC en gooi ze niet in de vuilnisbak. Vraag uw

apotheker wat u met geneesmiddelen moet doen die u niet meer gebruikt. Ze worden dan op een

verantwoorde manier vernietigd en komen niet in het milieu terecht.

6.

Inhoud van de verpakking en overige informatie

Welke stoffen zitten er in dit middel?

De werkzame stof in dit middel is pegfilgrastim. Elke voorgevulde spuit bevat 6 mg pegfilgrastim

in 0,6 ml oplossing.

De andere stoffen in dit middel zijn ijsazijnzuur, sorbitol (E 420), polysorbaat 20,

natriumhydroxide en water voor injecties. Zie rubriek 2 “Ziextenzo bevat sorbitol (E 420) en

natrium”.

Hoe ziet Ziextenzo eruit en hoeveel zit er in een verpakking?

Ziextenzo is een heldere, kleurloze tot licht geelachtige oplossing voor injectie in een voorgevulde spuit

(6 mg/0,6 ml).

Elke verpakking bevat 1 voorgevulde glazen spuit met een rubberen zuigerstop, een zuigerstaaf, een

daarop bevestigde roestvrijstalen naald en een naalddop. De spuiten worden geleverd met een

automatische naaldbeschermer.

Houder van de vergunning voor het in de handel brengen

Sandoz GmbH

Biochemiestr. 10

6250 Kundl

Oostenrijk

Fabrikant

Sandoz GmbH

Biochemiestr. 10

6336 Langkampfen

Oostenrijk

Deze bijsluiter is voor het laatst goedgekeurd in {MM/JJJJ}.

Andere informatiebronnen

Meer informatie over dit geneesmiddel is beschikbaar op de website van het Europees

Geneesmiddelenbureau: http://www.ema.europa.eu

Deze bijsluiter is beschikbaar in alle EU/EER-talen op de website van het Europees

Geneesmiddelenbureau.

Instructies voor het injecteren met de Ziextenzo voorgevulde spuit

Het is belangrijk dat u deze instructies volgt, om mogelijke infecties te voorkomen en ervoor te zorgen

dat u het geneesmiddel op de juiste manier gebruikt.

Lees deze instructies VOLLEDIG door voordat u begint met injecteren. Het is belangrijk dat u niet

probeert om uzelf te injecteren tot uw arts, verpleegkundige of apotheker u dit heeft geleerd. De doos

bevat de voorgevulde spuit in een afzonderlijk verzegelde, kunststof blisterverpakking.

Uw Ziextenzo voorgevulde spuit met naaldbeschermer

Nadat het geneesmiddel is geïnjecteerd, wordt de naaldbeschermer geactiveerd zodat deze de naald

afdekt. De naaldbeschermer is bedoeld om beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg, zorgverleners

en patiënten te beschermen tegen onbedoelde naaldprikken na de injectie.

Overige benodigdheden voor

de injectie:

Alcoholdoekje

Watje of gaasje

Naaldencontainer

Belangrijke veiligheidsinformatie

Let op: houd de voorgevulde spuit buiten het zicht en bereik van kinderen.

Open de doos pas als u er klaar voor bent om de voorgevulde spuit te gebruiken.

Gebruik de voorgevulde spuit niet als de verzegeling van de blister verbroken is, aangezien het

dan mogelijk niet veilig is om de spuit te gebruiken.

Laat de voorgevulde spuit nooit onbeheerd achter op een plaats waar anderen eraan kunnen zitten.

De voorgevulde spuit mag niet worden geschud.

Let er goed op dat u de vleugels van de naaldbeschermer vóór gebruik niet aanraakt. Als de

vleugels worden aangeraakt, kan de naaldbeschermer te vroeg worden geactiveerd.

Verwijder de naalddop pas vlak voordat u de injectie zet.

De voorgevulde spuit kan niet worden hergebruikt. Gooi de gebruikte voorgevulde spuit

onmiddellijk na gebruik weg in een naaldencontainer.

Naalddop

Naaldbeschermer

Conische onderkant

van de zuigerstop

Vingergrepen

Zuiger

Zuigerstop

Kijkvenster Etiket en uiterste

houdbaarheidsdatum

Vleugels van de

naaldbeschermer

Zuigerkop

De Ziextenzo voorgevulde spuit bewaren

Bewaar de voorgevulde spuit in de bijbehorende doos ter bescherming tegen licht.

Bewaren in de koelkast tussen 2 °C en 8 °C.

Niet in de vriezer bewaren.

Neem de voorgevulde spuit vóór gebruik uit de koelkast en laat Ziextenzo gedurende

15-30 minuten op kamertemperatuur komen (tot maximaal 35 °C).

Gebruik

de voorgevulde spuit niet meer na de uiterste houdbaarheidsdatum. Die is te vinden op

de doos of het etiket van de spuit. Als de houdbaarheidsdatum verstreken is, moet u de gehele

verpakking terugbrengen naar de apotheek.

De injectieplaats

De injectieplaats is de plaats op het lichaam waar u de

voorgevulde spuit gaat gebruiken.

De aanbevolen plaats is de voorzijde van uw dijen. U

kunt de injectie ook in de onderbuik zetten, maar

niet

binnen 5 centimeter rond de navel.

Kies steeds een andere plaats elke keer als u uzelf

injecteert.

Plaats de injectie niet op plaatsen waar de huid

gevoelig, rood, schilferig of hard is of op een blauwe

plek. Vermijd gebieden met littekens of striae.

Als een zorgverlener u de injectie toedient, kan de injectie

ook in de bovenarm worden gezet.

De Ziextenzo voorgevulde spuit klaarmaken voor gebruik

Neem de doos met de voorgevulde spuit in blisterverpakking uit de koelkast en laat deze

ongeopend

ongeveer 15-30 minuten op kamertemperatuur komen.

Wanneer u klaar bent om de voorgevulde spuit te gebruiken, open dan de blisterverpakking en

was uw handen grondig met water en zeep.

Maak de huid op de injectieplaats schoon met een alcoholdoekje.

Neem de voorgevulde spuit uit de blisterverpakking. Verzeker u ervan dat de transparante

kunststof naaldbeschermer over de cilinder van de glazen spuit is geplaatst. Als de transparante

naaldbeschermer de naalddop bedekt (zoals hieronder weergegeven), is de spuit al geactiveerd.

Gebruik deze spuit dan NIET, maar neem een nieuwe spuit. In de onderstaande afbeelding wordt

een gebruiksklare spuit weergegeven.

Controleer de voorgevulde spuit. De vloeistof moet helder zijn. De kleur kan variëren van

kleurloos tot licht geelachtig. Er kan een kleine luchtbel zichtbaar zijn in de vloeistof. Dit is

normaal.

Gebruik

de voorgevulde spuit

niet

als de vloeistof andere deeltjes en/of verkleuringen

bevat.

Gebruik

de voorgevulde spuit

niet

als de spuit gebarsten of geactiveerd is. Breng de Ziextenzo

voorgevulde spuit en de verpakking terug naar de apotheek.

Hulpmiddel GEACTIVEERD - NIET GEBRUIKEN

In deze configuratie is de naaldbeschermer

GEACTIVEERD - GEBRUIK de

voorgevulde spuit NIET

Hulpmiddel KLAAR VOOR GEBRUIK

In deze configuratie is de naaldbeschermer

NIET GEACTIVEERD en is de

voorgevulde spuit klaar voor gebruik

Hoe gebruikt u de Ziextenzo voorgevulde spuit?

1

Trek de naalddop voorzichtig recht van de naald

af. Er kan een druppel vloeistof aan het uiteinde

van de naald te zien zijn. Dit is normaal.

2

Knijp zacht in de huid op de injectieplaats en steek

de naald in de huid zoals weergegeven. Duw de

naald er helemaal in, zodat het geneesmiddel

volledig kan worden toegediend.

3

Houd de voorgevulde spuit vast zoals aangegeven

in de afbeelding en

druk de zuiger

langzaam

zo

ver mogelijk

in, zodat de zuigerkop helemaal

tussen de vleugels van de naaldbeschermer

terechtkomt.

Houd de zuiger helemaal ingedrukt en houd de

spuit 5 seconden lang in deze positie.

BIJLAGE I

SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN

▼Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Daardoor kan snel nieuwe

veiligheidsinformatie worden vastgesteld. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg worden verzocht

alle vermoedelijke bijwerkingen te melden. Zie rubriek 4.8 voor het rapporteren van bijwerkingen.

1.

NAAM VAN HET GENEESMIDDEL

Ziextenzo 6 mg oplossing voor injectie in een voorgevulde spuit

2.

KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING

Elke voorgevulde spuit bevat 6 mg pegfilgrastim* in 0,6 ml oplossing voor injectie. De concentratie is

10 mg/ml gebaseerd op eiwit alleen**.

* Geproduceerd in

Escherichia coli-

cellen door middel van recombinante DNA-technologie gevolgd

door conjugatie met polyethyleenglycol (PEG).

** De concentratie is 20 mg/ml wanneer het PEG-aandeel wordt meegerekend.

De potentie van dit product dient niet te worden vergeleken met de potentie van een ander gepegyleerd

of niet-gepegyleerd eiwit van dezelfde therapeutische klasse. Zie rubriek 5.1 voor meer informatie.

Hulpstof(fen) met bekend effect

Elke voorgevulde spuit bevat 30 mg sorbitol (E 420).

Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.

3.

FARMACEUTISCHE VORM

Oplossing voor injectie (injectievloeistof).

Heldere, kleurloze tot licht geelachtige oplossing voor injectie.

4.

KLINISCHE GEGEVENS

4.1

Therapeutische indicaties

Verminderen van de duur van de neutropenie en de incidentie van febriele neutropenie bij volwassen

patiënten die behandeld worden met cytotoxische chemotherapie voor maligniteiten (met uitzondering

van chronische myeloïde leukemie en myelodysplastische syndromen).

4.2

Dosering en wijze van toediening

Therapie met Ziextenzo dient te worden geïnitieerd door en plaats te vinden onder toezicht van een arts

die ervaren is in de oncologie en/of hematologie.

Dosering

De aanbevolen dosering Ziextenzo is één dosis van 6 mg (één enkele voorgevulde spuit) per

chemotherapiecyclus, toe te dienen ten minste 24 uur na de cytotoxische chemotherapie.

Bijzondere patiëntengroepen

Pediatrische patiënten

De veiligheid en werkzaamheid van pegfilgrastim bij kinderen zijn nog niet vastgesteld. De momenteel

beschikbare gegevens worden beschreven in rubriek 4.8, 5.1 en 5.2, maar er kan geen doseringsadvies

worden gegeven.

Patiënten met een nierfunctiestoornis

Er wordt geen dosisaanpassing aanbevolen bij patiënten met een nierfunctiestoornis, onder wie patiënten

met terminale nierinsufficiëntie (ESRD).

Wijze van toediening

. Ziextenzo wordt subcutaan geïnjecteerd. De injecties dienen in de dij, buik of bovenarm te worden

gegeven. Voor instructies over hantering van het geneesmiddel voorafgaand aan toediening, zie

rubriek 6.6.

4.3

Contra-indicaties

Overgevoeligheid voor de werkzame stof(fen) of voor een van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstof(fen).

4.4

Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik

Traceerbaarheid

Om de traceerbaarheid van granulocytkoloniestimulerende factoren (G-CSF’s) te verbeteren, dient de

merknaam van het toegediende product duidelijk geregistreerd te worden in het patiëntendossier.

Algemene waarschuwingen en voorzorgsmaatregelen

Beperkte klinische data suggereren een vergelijkbaar effect voor pegfilgrastim en filgrastim op de tijd

tot herstel van ernstige neutropenie bij patiënten met

de novo

acute myeloïde leukemie (AML) (zie

rubriek 5.1). De langetermijneffecten van pegfilgrastim bij (AML) zijn echter niet vastgesteld. Daarom

dient pegfilgrastim met voorzichtigheid te worden gebruikt bij deze patiëntengroep.

Granulocytkoloniestimulerende factor kan

in vitro

de groei van myeloïde cellen bevorderen en

vergelijkbare effecten zouden

in vitro

kunnen worden waargenomen bij enkele niet myeloïde cellen.

De veiligheid en werkzaamheid van pegfilgrastim zijn niet onderzocht bij patiënten met een

myelodysplastisch syndroom of chronische myeloïde leukemie, noch bij patiënten met secundaire AML.

Daarom dient pegfilgrastim niet te worden gebruikt bij deze patiënten. De diagnose blastentransformatie

bij chronische myeloïde leukemie dient zorgvuldig te worden onderscheiden van de diagnose AML.

De veiligheid en werkzaamheid van de toediening van pegfilgrastim bij

de novo

AML-patiënten met een

leeftijd < 55 jaar met de cytogenetische afwijking t(15;17) zijn niet vastgesteld.

De veiligheid en werkzaamheid van pegfilgrastim zijn niet onderzocht bij patiënten die behandeld

werden met een hoge dosis chemotherapie. Dit geneesmiddel dient niet te worden gebruikt om de dosis

cytotoxische chemotherapie verder te verhogen dan vastgestelde doseringsregimes.

Pulmonale bijwerkingen

Na toediening van G-CSF zijn pulmonale bijwerkingen gerapporteerd, in het bijzonder interstitiële

pneumonie. Patiënten met een recente geschiedenis van longinfiltraten of pneumonie lopen een hoger

risico (zie rubriek 4.8).

Het ontstaan van pulmonale symptomen, zoals hoest, koorts en kortademigheid, die gepaard gaan met

radiologische kenmerken van longinfiltraten, en verslechtering van de longfunctie samen met een

stijging van het aantal neutrofielen, kunnen voortekenen zijn van “Acute Respiratory Distress

Syndrome” (ARDS). In dergelijke omstandigheden dient de arts te beoordelen of de toediening van

pegfilgrastim gestaakt dient te worden en dient een gepaste behandeling te worden gegeven (zie

rubriek4.8).

Glomerulonefritis

Glomerulonefritis is gemeld bij patiënten die filgrastim en pegfilgrastim toegediend krijgen. In het

algemeen verdwenen gevallen van glomerulonefritis na verlaging van de dosis of stopzetting van de

behandeling met filgrastim en pegfilgrastim. Urineonderzoek wordt aanbevolen.

Capillairleksyndroom

Het capillairleksyndroom is gerapporteerd na toediening van een granulocytkoloniestimulerende factor

en wordt gekenmerkt door hypotensie, hypoalbuminemie, oedeem en bloedindikking. Patiënten die

symptomen van het capillairleksyndroom ontwikkelen, dienen nauwgezet gevolgd te worden en

standaard symptomatische behandeling te ontvangen, wat een behoefte aan intensieve zorg zou kunnen

betekenen (zie rubriek 4.8).

Miltvergroting en miltruptuur

Er zijn in het algemeen asymptomatische gevallen van miltvergroting en gevallen van miltruptuur, in

sommige gevallen fataal, opgetreden na toediening van pegfilgrastim (zie rubriek 4.8). Daarom dient de

grootte van de milt nauwkeurig te worden gecontroleerd (bv. door klinisch onderzoek, echografie). De

diagnose miltruptuur dient te worden overwogen bij patiënten die pijn rapporteren links boven in de

buik of in de schouderpunt.

Trombocytopenie en anemie

Behandeling met pegfilgrastim alleen sluit trombocytopenie en anemie niet uit, omdat de toediening van

de volledige dosis myelosuppressieve chemotherapie wordt gehandhaafd volgens het voorgeschreven

schema. Regelmatige controle van het aantal trombocyten en het hematocrietgehalte wordt aanbevolen.

Bijzondere zorgvuldigheid dient in acht te worden genomen bij toediening van chemotherapie (single

agent of combinaties) waarvan bekend is dat deze ernstige trombocytopenie kan veroorzaken.

Sikkelcelanemie

Sikkelcelcrises zijn in verband gebracht met de toediening van pegfilgrastim aan patiënten met

sikkelceltrait of sikkelcelziekte (zie rubriek 4.8). Daarom dienen artsen voorzichtig te zijn wanneer ze

pegfilgrastim voorschrijven aan patiënten met sikkelceltrait of sikkelcelziekte, dienen ze de relevante

klinische parameters en laboratoriumgegevens te controleren en alert te zijn op een mogelijke associatie

van dit geneesmiddel met miltvergroting en vaso-occlusieve crisis.

Leukocytose

Leukocytenaantallen (WBC) van 100 x 10

/l of meer zijn waargenomen bij minder dan 1% van de

patiënten die met pegfilgrastim behandeld werden. Er zijn geen bijwerkingen gerapporteerd die direct

toe te schrijven zijn aan deze mate van leukocytose. Een dergelijke verhoging van het aantal leukocyten

is van voorbijgaande aard, treedt kenmerkend 24 tot 48 uur na toediening op en is consistent met de

farmacodynamische effecten van dit geneesmiddel. Het aantal leukocyten dient tijdens de behandeling

regelmatig te worden bepaald met het oog op de klinische effecten en het risico op leukocytose. Indien

het aantal leukocyten na de verwachte nadir hoger is dan 50 x 10

/l, dient de behandeling met dit

geneesmiddel onmiddellijk te worden gestaakt.

Overgevoeligheid

Overgevoeligheid, inclusief anafylactische reacties, opgetreden tijdens een eerste of volgende

behandeling, zijn gerapporteerd bij patiënten die behandeld zijn met pegfilgrastim. Staak behandeling

met pegfilgrastim permanent bij patiënten met klinisch significante overgevoeligheid. Dien

pegfilgrastim niet toe aan patiënten met een voorgeschiedenis van overgevoeligheid voor pegfilgrastim

of filgrastim. Indien een ernstige allergische reactie optreedt, dient een passende behandeling gestart te

worden, waarbij de patiënt meerdere dagen nauwgezet gevolgd moet worden.

Stevens-Johnson-syndroom

Het Stevens-Johnson-syndroom (SJS), dat levensbedreigend of fataal kan zijn, is zelden gemeld in

combinatie met behandeling met pegfilgrastim. Als bij de patiënt SJS is ontstaan tijdens het gebruik van

pegfilgrastim, dient de behandeling met pegfilgrastim bij deze patiënt op geen enkel moment opnieuw te

worden gestart.

Immunogeniciteit

Zoals bij alle therapeutische eiwitten, is er een mogelijkheid tot immunogeniciteit. De mate van

ontwikkeling van antilichamen tegen pegfilgrastim is over het algemeen laag. Bindende antilichamen

treden op, zoals verwacht, met alle biologicals, maar zijn op dit moment echter niet geassocieerd met

een neutraliserende werking.

Aortitis

Na toediening van G-CSF bij gezonde proefpersonen en bij kankerpatiënten is aortitis gemeld. De

symptomen die optraden, omvatten koorts, buikpijn, malaise, rugpijn en verhoogde ontstekingsmarkers

(bijv. C-reactief proteïne en wittebloedceltelling). In de meeste gevallen werd aortitis door middel van

een CT-scan vastgesteld en doorgaans verdween het nadat G-CSF was stopgezet. Zie ook rubriek 4.8.

Andere waarschuwingen

De veiligheid en werkzaamheid van pegfilgrastim voor de mobilisatie van bloedvoorlopercellen bij

patiënten of gezonde donoren zijn niet voldoende onderzocht.

Een verhoogde hematopoëtische activiteit van het beenmerg als reactie op de therapie met een

groeifactor is geassocieerd met voorbijgaande positieve bevindingen op afbeeldingen van het bot.

Hiermee dient rekening gehouden te worden bij het interpreteren van de resultaten op afbeeldingen van

het bot.

Dit middel bevat 30 mg sorbitol per voorgevulde spuit, overeenkomend met 50 mg/ml. Er moet

rekening worden gehouden met het additieve effect van gelijktijdig toegediende producten die sorbitol

(of fructose) bevatten en inname van sorbitol (of fructose) via de voeding.

Dit middel bevat minder dan 1 mmol natrium (23 mg) per 6 mg dosis, dat wil zeggen dat het in wezen

‘natriumvrij’ is.

4.5

Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie

Vanwege de mogelijke gevoeligheid van sneldelende myeloïde cellen voor cytotoxische chemotherapie,

dient pegfilgrastim ten minste 24 uur na de toediening van de cytotoxische chemotherapie te worden

toegediend. In klinische onderzoeken is pegfilgrastim veilig toegediend 14 dagen vóór de

chemotherapie. Gelijktijdig gebruik van pegfilgrastim met chemotherapeutische middelen is niet

bestudeerd bij patiënten. In diermodellen bleek gelijktijdig gebruik van pegfilgrastim en 5-fluoro-uracil

(5-FU) of andere antimetabolieten de myelosuppressie te versterken.

Mogelijke interacties met andere hematopoëtische groeifactoren en cytokinen zijn niet specifiek

onderzocht in klinische onderzoeken.

De mogelijkheid voor interactie met lithium, dat eveneens de afgifte van neutrofielen bevordert, is niet

specifiek onderzocht. Er zijn geen aanwijzingen dat een dergelijke interactie schadelijk zou zijn.

De veiligheid en werkzaamheid van pegfilgrastim is niet onderzocht bij patiënten die chemotherapie

krijgen die een laat optredende myelosuppressie veroorzaakt, bijvoorbeeld nitroso-ureum.

Er zijn geen specifieke interactie- of metabolisme-onderzoeken uitgevoerd. Klinische onderzoeken

duiden echter niet op interacties tussen pegfilgrastim en andere geneesmiddelen.

4.6

Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding

Zwangerschap

Er zijn geen of een beperkte hoeveelheid gegevens over het gebruik van pegfilgrastim bij zwangere

vrouwen. Uit dieronderzoek is reproductietoxiciteit gebleken (zie rubriek 5.3). Pegfilgrastim wordt niet

aanbevolen voor gebruik tijdens de zwangerschap en bij vrouwen die zwanger kunnen worden en geen

anticonceptie toepassen.

Borstvoeding

Er is onvoldoende informatie over de uitscheiding van pegfilgrastim/metabolieten in de moedermelk.

Risico voor pasgeborenen/zuigelingen kan niet worden uitgesloten. Er moet worden besloten of

borstvoeding moet worden gestaakt of behandeling met pegfilgrastim moet worden gestaakt dan wel

niet moet worden ingesteld, waarbij het voordeel van borstvoeding voor het kind en het voordeel van

behandeling voor de vrouw in overweging moeten worden genomen.

Vruchtbaarheid

Pegfilgrastim had geen effect op de voortplantingsprestaties of vruchtbaarheid van mannelijke of

vrouwelijke ratten bij cumulatieve wekelijkse doses die ongeveer 6 tot 9 maal hoger lagen dan de

aanbevolen dosis voor mensen (gebaseerd op lichaamsoppervlakte) (zie rubriek 5.3).

4.7

Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen

Pegfilgrastim heeft geen of een verwaarloosbare invloed op de rijvaardigheid en op het vermogen om

machines te bedienen.

4.8

Bijwerkingen

Samenvatting van het veiligheidsprofiel

De meest frequent gerapporteerde bijwerkingen zijn botpijn (zeer vaak [≥1/10]) en skeletspierstelselpijn

(vaak [≥1/100, <1/10]). Botpijn is gewoonlijk licht tot matig ernstig en van voorbijgaande aard en kan

bij de meeste patiënten met standaard analgetica onder controle gehouden worden.

Overgevoeligheidsachtige reacties, inclusief huiduitslag, urticaria, angio-oedeem, kortademigheid,

erytheem, blozen en hypotensie deden zich voor bij de initiële of een volgende behandeling met

pegfilgrastim (soms [≥1/1.000, <1/100]). Er kunnen soms ernstige allergische reacties, inclusief

anafylaxie, optreden bij patiënten die pegfilgrastim krijgen (zie rubriek 4.4).

Het capillairleksyndroom, dat levensbedreigend kan zijn indien niet tijdig behandeld, is soms

gerapporteerd (≥1/1.000 tot <1/100) bij kankerpatiënten die chemotherapie ondergaan na toediening van

granulocytkoloniestimulerende factoren; zie rubriek 4.4 en onderstaande rubriek “Beschrijving van

geselecteerde bijwerkingen”.

Miltvergroting, in het algemeen asymptomatisch, komt soms voor.

Miltruptuur, inclusief enkele fatale gevallen, wordt soms gerapporteerd na toediening van pegfilgrastim

(zie rubriek 4.4).

Pulmonale bijwerkingen, inclusief interstitiële pneumonie, longoedeem, longinfiltraten en longfibrose,

zijn soms gerapporteerd. Soms leidt dit tot ademhalingsinsufficiëntie of ARDS, dat fataal kan verlopen

(zie rubriek 4.4).

Bij patiënten met sikkelceltrait of sikkelcelziekte zijn soms geïsoleerde gevallen gerapporteerd van

sikkelcelcrisis (zie rubriek 4.4).

Samenvatting van de bijwerkingen in tabelvorm

De gegevens in onderstaande tabel beschrijven bijwerkingen gerapporteerd in klinische onderzoeken en

spontaan gerapporteerde bijwerkingen. Binnen elke frequentiegroep staan de bijwerkingen in volgorde

van afnemende ernst.

Systeem/orgaankla-

ssen volgens MeDRa

Bijwerkingen

Zeer vaak

(≥1/10)

Vaak

(≥1/100,

<1/10)

Soms

(≥1/1.000, <1/100)

Zelden

(≥1/10.000,

<1/1.000)

Zeer

zelden

(<1/10.0

00)

Bloed- en

lymfestelselaando-

eningen

Trombocy-

topenie

Leukocytose

Sikkelcelcrisis

Miltvergroting

Miltruptuur

Immuunsysteem-

aandoeningen

Overgevoeligheids

reacties;

Anafylaxie

Voedings- en

stofwisselings-

stoornissen

Verhoogd

urinezuur

Zenuwstelselaando-

eningen

Hoofdpijn

Bloedvataandoen-

ingen

Capillairleksyndro

Aortitis

Ademhalingsstelsel-,

borstkas- en

mediastinumaand-

oeningen

Acute respiratory

distress

syndrome

Pulmonale

bijwerkingen

(interstitiële

pneumonie,

longoedeem

longinfiltraten en

longfibrose)

Hemoptoë

Longbloedingen

Maagdarmstelsel-

aandoeningen

Misselijkheid

Huid- en

onderhuidaand-

oeningen

Syndroom van

Sweet (acute

febriele

dermatose)

Cutane vasculitis

Stevens-Johnson

-syndroom

Systeem/orgaankla-

ssen volgens MeDRa

Bijwerkingen

Zeer vaak

(≥1/10)

Vaak

(≥1/100,

<1/10)

Soms

(≥1/1.000, <1/100)

Zelden

(≥1/10.000,

<1/1.000)

Zeer

zelden

(<1/10.0

00)

Skeletspierstelsel-

en

bindweefselaando-

eningen

Botpijn

Skeletspie-

rstelselpijn

(myalgie,

artralgie, pijn

in ledematen,

rugpijn,

skeletspierpijn,

nekpijn)

Nier- en

urinewegaand-

oeningen

Glomerulonefritis

Algemene

aandoeningen en

toedieningsplaatss-

toornissen

Pijn op de

injectieplaats

Niet-cardiale

pijn in de borst

Reacties op de

injectieplaats

Onderzoeken

Verhoogd

lactaatdehydrogen-

ase en verhoogd

alkalische

fosfatase

Voorbijgaande

verhogingen in

leverfunctietesten

van ALAT of

ASAT

Zie onderstaande rubriek “Beschrijving van geselecteerde bijwerkingen”.

Deze bijwerking werd vastgesteld in post-marketingsurveillance, maar niet waargenomen in de

gerandomiseerde, gecontroleerde klinische onderzoeken bij volwassenen. De frequentiecategorie werd

vastgesteld aan de hand van een statistische berekening gebaseerd op 1.576 patiënten die pegfilgrastim

kregen in negen gerandomiseerde klinische onderzoeken.

Beschrijving van geselecteerde bijwerkingen

Het syndroom van Sweet is soms gerapporteerd, al kunnen onderliggende hematologische maligniteiten

in sommige gevallen een rol spelen.

Cutane vasculitis is soms gerapporteerd bij patiënten behandeld met pegfilgrastim. Het mechanisme

achter vasculitis bij patiënten die pegfilgrastim krijgen, is niet bekend.

Reacties op de injectieplaats, inclusief erytheem op de injectieplaats (soms), evenals pijn op de

injectieplaats (vaak) zijn opgetreden bij de initiële of een volgende behandeling met pegfilgrastim.

Leukocytose (WBC >100 x 10

/l) is vaak gerapporteerd (zie rubriek 4.4).

Een reversibele, lichte tot matige stijging van urinezuur en alkalische fosfatase, zonder geassocieerde

klinische effecten, kwam soms voor; reversibele, lichte tot matige stijgingen van lactaatdehydrogenase,

zonder geassocieerde klinische effecten kwamen soms voor bij patiënten die na cytotoxische

chemotherapie behandeld werden met pegfilgrastim.

Misselijkheid en hoofdpijn kwamen zeer vaak voor bij patiënten die met chemotherapie behandeld

werden.

Bij leverfunctietesten wordt een verhoogd alanine-aminotransferase (ALAT) of

aspartaataminotransferase (ASAT) soms waargenomen bij patiënten die pegfilgrastim kregen na

cytotoxische chemotherapie. Deze verhogingen zijn van voorbijgaande aard en keren terug naar de

beginwaarde.

Trombocytopenie is vaak gerapporteerd.

Het capillairleksyndroom is gemeld in de post-marketing setting bij gebruik van een

granulocytkoloniestimulerende factor. Over het algemeen is dit opgetreden bij patiënten met gevorderde

maligne aandoeningen, bij patiënten met sepsis, bij patiënten die meerdere chemotherapieregimes

toegediend kregen of bij patiënten die aferese hebben ondergaan (zie rubriek 4.4).

Pediatrische patiënten

De ervaring bij kinderen is beperkt. Een hogere frequentie van ernstige bijwerkingen is waargenomen

bij kinderen in de leeftijd van 0-5 jaar (92%) dan bij kinderen in de leeftijd van 6-11 en 12-21 jaar

(respectievelijk 80% en 67%) en volwassenen. De frequentst gerapporteerde bijwerking was botpijn (zie

rubriek 5.1 en 5.2).

Melding van vermoedelijke bijwerkingen

Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze

wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden

gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te

melden via het nationale meldsysteem zoals vermeld in aanhangsel V.

4.9

Overdosering

Er zijn subcutaan enkelvoudige doses van 300 mcg/kg toegediend aan een beperkt aantal gezonde

vrijwilligers en patiënten met niet-kleincellig longcarcinoom zonder dat ernstige bijwerkingen optraden.

De bijwerkingen waren vergelijkbaar met die bij personen die lagere doses pegfilgrastim kregen.

5.

FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN

5.1

Farmacodynamische eigenschappen

Farmacotherapeutische categorie: immunostimulantia, koloniestimulerende factor; ATC-code:

L03AA13

Ziextenzo is een biosimilar. Gedetailleerde informatie is beschikbaar op de website van het Europees

Geneesmiddelenbureau (http://www.ema.europa.eu

Humaan granulocytkoloniestimulerende factor (G-CSF) is een glycoproteïne, dat de productie en afgifte

van neutrofielen door het beenmerg reguleert. Pegfilgrastim is een covalent conjugaat van recombinant

humaan G-CSF (r-metHuG-CSF) met één enkel molecuul polyethyleenglycol (PEG) van 20 kd.

Pegfilgrastim is een vorm van filgrastim met een verlengde werkingsduur als gevolg van een

verminderde renale klaring.

Van pegfilgrastim en filgrastim is aangetoond dat zij een identiek werkingsmechanisme hebben dat

binnen 24 uur een duidelijke verhoging van het aantal neutrofielen in het perifere bloed veroorzaakt,

met een geringe stijging van het aantal monocyten en/of lymfocyten. Net zoals bij filgrastim is de

functie van de neutrofielen, geproduceerd in respons op pegfilgrastim, normaal of versterkt, wat

aangetoond is met behulp van chemotaxis- en fagocytosefunctietesten. Net als bij andere

hematopoëtische groeifactoren vertoont G-CSF

in-vitro

stimulerende eigenschappen op humane

endotheelcellen. G-CSF kan

in vitro

de groei van myeloïde cellen, inclusief maligne cellen, bevorderen

en vergelijkbare effecten zouden

in vitro

kunnen worden waargenomen bij sommige niet-myeloïde

cellen.

In twee gerandomiseerde, dubbelblinde kernonderzoeken bij patiënten met hoog-risico stadium II-IV

borstkanker die myelosuppressieve chemotherapie toegediend kregen, bestaande uit doxorubicine en

docetaxel, verminderde één dosis pegfilgrastim, eenmalig per cyclus toegediend, de duur van de

neutropenie en de incidentie van febriele neutropenie in dezelfde mate als waargenomen bij dagelijkse

toediening van filgrastim (mediaan van 11 dagelijkse toedieningen). Bij afwezigheid van ondersteuning

met groeifactoren is gerapporteerd dat dit regime leidt tot een gemiddelde duur van graad 4 neutropenie

van 5 tot 7 dagen en een incidentie van febriele neutropenie van 30-40%. In één onderzoek (n = 157),

waar een vaste dosis van 6 mg pegfilgrastim werd gebruikt, was de gemiddelde duur van graad 4

neutropenie voor de pegfilgrastimgroep 1,8 dagen vergeleken met 1,6 dagen in de filgrastimgroep

(verschil 0,23 dagen, 95% BI -0,15, 0,63). Over het gehele onderzoek was het percentage febriele

neutropenie 13% bij de patiënten behandeld met pegfilgrastim vergeleken met 20% bij de patiënten

behandeld met filgrastim (verschil 7%; 95% BI -19%, 5%). In een tweede onderzoek (n = 310) waarin

een op het lichaamsgewicht afgestemde dosering (100 mcg/kg) werd gebruikt, was de gemiddelde duur

van graad 4 neutropenie in de pegfilgrastimgroep 1,7 dagen vergeleken met 1,8 dagen in de

filgrastimgroep (verschil 0,03 dagen; 95% BI -0,36, 0,30). Het totale percentage febriele neutropenie

was 9% bij de patiënten behandeld met pegfilgrastim en 18% bij de patiënten behandeld met filgrastim

(verschil 9%; 95% BI -16,8%, -1,1%).

In een placebo-gecontroleerd, dubbelblind onderzoek bij patiënten met borstkanker werd het effect van

pegfilgrastim op de incidentie van febriele neutropenie geëvalueerd na een chemotherapeutisch regime

geassocieerd met een febriel neutropenierisico van 10-20% (docetaxel 100 mg/m

eens per 3 weken

gedurende 4 cycli). 928 patiënten werden gerandomiseerd naar één dosis pegfilgrastim of een placebo,

ongeveer 24 uur (dag 2) na de chemotherapie in elke cyclus. De incidentie van febriele neutropenie was

lager in de groep patiënten die pegfilgrastim gekregen had dan in de placebogroep (1% versus 17%,

p<0,001). De incidentie van ziekenhuisopname en het gebruik van intraveneuze anti-infectieuze

middelen geassocieerd met een klinische diagnose van febriele neutropenie was lager in de

pegfilgrastimgroep dan in de placebogroep (1% versus 14%, p<0,001; en 2% versus 10%, p<0,001).

Een klein (n = 83) fase II, gerandomiseerd, dubbelblind onderzoek bij patiënten die chemotherapie

ontvingen voor

de novo

acute myeloïde leukemie vergeleek pegfilgrastim (enkelvoudige dosis van

6 mg) met filgrastim, toegediend gedurende inductie-chemotherapie. De mediane tijd tot herstel van

ernstige neutropenie werd geschat op 22 dagen in beide behandelgroepen. Het langetermijnresultaat

werd niet bestudeerd (zie rubriek 4.4).

In een fase II (n = 37), multicenter, gerandomiseerd, open-label onderzoek bij pediatrische patiënten met

een sarcoom die met 100 mcg/kg pegfilgrastim behandeld werden volgend op de eerste

chemotherapiecyclus met vincristine, doxorubicine en cyclofosfamide (VAdriaC/IE), werd een langere

duur van ernstige neutropenie (neutrofielen <0,5 x 10

) waargenomen bij kinderen in de leeftijd van

0-5 jaar (8,9 dagen) dan bij kinderen in de leeftijd van 6-11 jaar en 12-21 jaar (respectievelijk 6 dagen

en 3,7 dagen) en volwassenen. Tevens werd een hogere incidentie van febriele neutropenie

waargenomen bij kinderen in de leeftijd van 0-5 jaar (75%) dan bij kinderen in de leeftijd van 6-11 jaar

en 12-21 jaar (respectievelijk 70% en 33%) en volwassenen (zie rubriek 4.8 en 5.2).

5.2

Farmacokinetische eigenschappen

Na één enkele subcutane dosis pegfilgrastim, wordt de piekserumconcentratie van pegfilgrastim 16 tot

120 uur na toediening bereikt. Na myelosuppressieve chemotherapie blijft de serumconcentratie van

pegfilgrastim gehandhaafd tijdens de periode van neutropenie. Er is geen lineair verband tussen de

eliminatie en de dosis van pegfilgrastim. De serumklaring van pegfilgrastim neemt af bij een hogere

dosis. Pegfilgrastim lijkt voornamelijk te worden geëlimineerd door neutrofielgemedieerde klaring, die

verzadigd raakt bij hogere dosering. Consistent met een zelfregulerend klaringsmechanisme neemt de

serumconcentratie van pegfilgrastim snel af zodra het aantal neutrofielen begint te herstellen (zie

figuur 1).

30 Churchill Place

Canary Wharf

London E14 5EU

United Kingdom

An agency of the European Union

Telephone

+44 (0)20 3660 6000

Facsimile

+44 (0)20 3660 5555

Send a question via our website

www.ema.europa.eu/contact

© European Medicines Agency, 2018. Reproduction is authorised provided the source is acknowledged.

EMA/653854/2018

EMEA/H/C/004802

Ziextenzo (pegfilgrastim)

Een overzicht van Ziextenzo en de reden(en) van toelating in de EU

Wat is Ziextenzo en wanneer wordt het voorgeschreven?

Ziextenzo is een geneesmiddel dat wordt gebruikt bij kankerpatiënten met neutropenie (lage

concentraties neutrofielen, een type witte bloedcellen), wat een vaak voorkomende bijwerking is van

een behandeling tegen kanker, die patiënten vatbaar kan maken voor infecties.

Het middel wordt specifiek gegeven om de duur van neutropenie te verkorten en om febriele

neutropenie (neutropenie in combinatie met koorts) te voorkomen.

Ziextenzo is niet bedoeld voor gebruik bij patiënten met chronische myeloïde leukemie of met

myelodysplastische syndromen (aandoeningen waarbij grote aantallen afwijkende bloedcellen worden

geproduceerd en die zich tot leukemie kunnen ontwikkelen).

Ziextenzo is een ‘biosimilar’ (d.w.z. een biologisch gelijkwaardig geneesmiddel). Dit betekent dat

Ziextenzo zeer vergelijkbaar is met een ander biologisch geneesmiddel (het ‘referentiegeneesmiddel’)

dat al in de EU is toegelaten. Neulasta is het referentiegeneesmiddel voor Ziextenzo. Meer informatie

over biosimilars vindt u in het vraag-en-antwoorddocument

Hoe wordt Ziextenzo gebruikt?

Ziextenzo is uitsluitend op doktersvoorschrift verkrijgbaar en de behandeling moet worden gestart door

en onder toezicht staan van een arts die ervaring heeft met de behandeling van kanker of

bloedaandoeningen. Het middel is beschikbaar als een voorgevulde spuit met een oplossing voor

onderhuidse injectie. Ziextenzo wordt als een enkelvoudige dosis van 6 mg onder de huid geïnjecteerd.

Dit gebeurt ten minste 24 uur na het einde van elke cyclus van chemotherapie (behandeling met

kankergeneesmiddelen). Patiënten kunnen zichzelf injecteren als ze hierin naar behoren zijn geoefend.

Zie de bijsluiter of neem contact op met uw arts of apotheker voor meer informatie over het gebruik

van Ziextenzo.

Ziextenzo (pegfilgrastim)

EMA/653854/2018

Blz. 2/3

Hoe werkt Ziextenzo?

De werkzame stof in Ziextenzo, pegfilgrastim, bestaat uit filgrastim, wat sterk lijkt op het menselijke

eiwit granulocyt-koloniestimulerende factor (G-CSF). Filgrastim stimuleert het beenmerg tot het

aanmaken van meer witte bloedcellen, waardoor het aantal witte bloedcellen stijgt en de neutropenie

wordt behandeld.

Filgrastim is al een aantal jaren beschikbaar in andere geneesmiddelen in de Europese Unie (EU). In

Ziextenzo is filgrastim ‘gepegyleerd’ (gehecht aan de chemische stof polyethyleenglycol). Hierdoor

wordt de verwijdering van filgrastim uit het lichaam vertraagd, zodat het geneesmiddel minder vaak

hoeft te worden toegediend.

Welke voordelen bleek Ziextenzo tijdens de studies te hebben?

Uit laboratoriumstudies waarin Ziextenzo werd vergeleken met Neulasta, is gebleken dat de werkzame

stof in Ziextenzo sterk vergelijkbaar is met die in Neulasta in termen van structuur, zuiverheid en

biologische activiteit. Tevens is gebleken dat toediening van Ziextenzo en toediening van Neulasta

vergelijkbare concentraties van de werkzame stof in het lichaam opleveren.

Daarnaast bleek uit een studie onder 624 patiënten die vóór of na een chirurgische ingreep voor

borstkanker chemotherapie hadden gekregen dat Ziextenzo even werkzaam was als Neulasta bij het

verkorten van de duur van de neutropenie. Bij beide geneesmiddelen hield de neutropenie gemiddeld

één dag aan.

Omdat Ziextenzo een biosimilar is, hoeven de met Neulasta uitgevoerde studies naar de werkzaamheid

en veiligheid van pegfilgrastim niet te worden herhaald voor Ziextenzo.

Welke risico’s houdt het gebruik van Ziextenzo in?

Er heeft een beoordeling van de veiligheid van Ziextenzo plaatsgevonden, en op basis van alle studies

worden de bijwerkingen van het geneesmiddel vergelijkbaar geacht met die van het

referentiegeneesmiddel Neulasta. De meest voorkomende bijwerking van Ziextenzo (die bij meer dan 1

op de 10 personen kan optreden) is pijn in de botten. Pijn in spieren komt ook vaak voor. Zie de

bijsluiter voor het volledige overzicht van alle bijwerkingen van en beperkende voorwaarden voor het

gebruik van Ziextenzo.

Waarom is Ziextenzo in de EU toegelaten?

Het Europees Geneesmiddelenbureau heeft geconcludeerd dat overeenkomstig de EU-eisen betreffende

biosimilars Ziextenzo in termen van structuur, zuiverheid en biologische activiteit sterk vergelijkbaar is

met Neulasta en op dezelfde manier in het lichaam wordt verspreid. Daarnaast is uit een studie bij

patiënten met borstkanker die chemotherapie ondergingen gebleken dat de werkzaamheid van

Ziextenzo gelijk is aan die van Neulasta bij het verkorten van de duur van neutropenie.

Al deze gegevens werden voldoende geacht om te concluderen dat Ziextenzo zich in termen van

werkzaamheid en veiligheid bij de goedgekeurde toepassingen op dezelfde manier zal gedragen als

Neulasta. Daarom was het Bureau van mening dat, net zoals voor Neulasta, het voordeel van

Ziextenzo groter is dan het vastgestelde risico en dat het kan worden geregistreerd voor gebruik in de

Ziextenzo (pegfilgrastim)

EMA/653854/2018

Blz. 3/3

Welke maatregelen worden genomen om een veilig en doeltreffend gebruik

van Ziextenzo te waarborgen?

Aanbevelingen en voorzorgsmaatregelen die professionele zorgverleners en patiënten in acht moeten

nemen voor een veilig en doeltreffend gebruik van Ziextenzo, zijn opgenomen in de samenvatting van

de productkenmerken en de bijsluiter.

Zoals voor alle geneesmiddelen worden gegevens over het gebruik van Ziextenzo continu gemonitord.

Bijwerkingen waargenomen voor Ziextenzo worden nauwkeurig geëvalueerd en indien nodig wordt

actie genomen om patiënten te beschermen.

Overige informatie over Ziextenzo

Het volledige EPAR voor Ziextenzo is te vinden op de website van het Europees

Geneesmiddelenbureau: https://www.ema.europa.eu/en/medicines/human/EPAR/ziextenzo

Aðrar vörur

search_alerts

share_this_information