Vimizim

Evrópusambandið - hollenska - EMA (European Medicines Agency)

Kauptu það núna

Upplýsingar fylgiseðill PIL
Vara einkenni SPC
Opinber matsskýrsla PAR
Virkt innihaldsefni:
recombinant menselijk n-acetylgalactosamine-6-sulfatase (rhgalns)
Fáanlegur frá:
BioMarin International Limited
ATC númer:
A16AB12
INN (Alþjóðlegt nafn):
elosulfase alfa
Meðferðarhópur:
Andere maagdarmkanaal en metabolisme producten,
Lækningarsvæði:
Mucopolysaccharidosis IV
Ábendingar:
Vimizim is geïndiceerd voor de behandeling van mucopolysaccharidose, type IVA (Morquio A-syndroom, MPS IVA) bij patiënten van alle leeftijden.
Vörulýsing:
Revision: 11
Leyfisstaða:
Erkende
Leyfisnúmer:
EMEA/H/C/002779
Leyfisdagur:
2014-04-27
EMEA númer:
EMEA/H/C/002779

Skjöl

Opinber matsskýrsla Opinber matsskýrsla - búlgarska
Opinber matsskýrsla Opinber matsskýrsla - tékkneska
Opinber matsskýrsla Opinber matsskýrsla - eistneska
Opinber matsskýrsla Opinber matsskýrsla - lettneska
Opinber matsskýrsla Opinber matsskýrsla - litháíska
Opinber matsskýrsla Opinber matsskýrsla - ungverska
Opinber matsskýrsla Opinber matsskýrsla - maltneska
Opinber matsskýrsla Opinber matsskýrsla - portúgalska
Opinber matsskýrsla Opinber matsskýrsla - rúmenska
Opinber matsskýrsla Opinber matsskýrsla - slóvakíska
Opinber matsskýrsla Opinber matsskýrsla - slóvenska
Samantekt á eiginleikum vöru Samantekt á eiginleikum vöru - norskt bókmál
Opinber matsskýrsla Opinber matsskýrsla - króatíska

B. BIJSLUITER

Bijsluiter: informatie voor de gebruiker

Vimizim 1 mg/ml concentraat voor oplossing voor infusie

elosulfase alfa

Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Daardoor kan snel nieuwe

veiligheidsinformatie worden vastgesteld. U kunt hieraan bijdragen door melding te maken van alle

bijwerkingen die u eventueel zou ervaren. Aan het einde van rubriek 4 leest u hoe u dat kunt doen.

Lees goed de hele bijsluiter voordat u dit geneesmiddel gaat gebruiken want er staat belangrijke

informatie in voor u.

Bewaar deze bijsluiter. Misschien heeft u hem later weer nodig.

Heeft u nog vragen? Neem dan contact op met uw arts.

Krijgt u last van een van de bijwerkingen die in rubriek 4 staan? Of krijgt u een bijwerking die

niet in deze bijsluiter staat? Neem dan contact op met uw arts.

Inhoud van deze bijsluiter

Wat is Vimizim en waarvoor wordt dit middel gebruikt?

Wanneer mag u dit middel niet gebruiken of moet u er extra voorzichtig mee zijn?

Hoe wordt dit middel toegediend?

Mogelijke bijwerkingen

Hoe bewaart u dit middel?

Inhoud van de verpakking en overige informatie

1.

Wat is Vimizim en waarvoor wordt dit middel gebruikt?

Vimizim bevat een enzym met de naam elosulfase alfa; het behoort tot een groep geneesmiddelen die

bekend staan als enzymvervangende therapieën. Het wordt gebruikt voor de behandeling van

volwassenen en kinderen met mucopolysacharidose Type IVA (de ziekte MPS IVA, ook bekend als

Morquio A-syndroom).

Mensen met de ziekte MPS IVA hebben ofwel helemaal geen of niet voldoende N-

acetylgalactosamine-6-sulfatase, een enzym dat specifieke stoffen in het lichaam afbreekt, zoals

keratansulfaat, die in vele weefsels van het lichaam worden aangetroffen, waaronder in kraakbeen en

bot. Als gevolg hiervan worden deze stoffen niet afgebroken en verwerkt door het lichaam, zoals dat

zou moeten. Ze stapelen zich op in de weefsels, verstoren de normale functie en veroorzaken de

symptomen van MPS IVA, zoals moeite met lopen, problemen met de ademhaling, een kleine gestalte

en gehoorverlies.

Hoe werkt Vimizim?

Dit geneesmiddel vervangt het natuurlijke enzym N-acetylgalactosamine-6-sulfatase dat bij patiënten

met MPS IVA ontbreekt. Aangetoond werd dat de behandeling het lopen verbetert en de concentraties

keratansulfaat in het lichaam verlaagt. Dit geneesmiddel kan de symptomen van MPS IVA verbeteren.

2.

Wanneer mag u dit middel niet gebruiken of moet u er extra voorzichtig mee zijn?

Wanneer mag u Vimizim niet gebruiken?

U heeft levensbedreigende allergische reacties op één van de stoffen in dit geneesmiddel gehad.

Deze stoffen kunt u vinden in rubriek 6.

Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit middel?

Wanneer u met Vimizim wordt behandeld, kunt u infusiereacties krijgen. Een infusiereactie is een

bijwerking, waaronder een allergische reactie, die optreedt tijdens de infusie of binnen een dag na

de infusie (zie rubriek 4). Wanneer u een dergelijke reactie ondervindt,

moet u onmiddellijk

contact opnemen met uw arts.

Als u tijdens uw infusie een allergische reactie heeft, kan uw arts uw infusie vertragen of

stopzetten. Uw arts kan u ook aanvullende geneesmiddelen geven om eventuele allergische

reacties te behandelen (bv. antihistaminica en/of corticosteroïden).

Als u rugpijn, een verdoofd gevoel in uw armen of benen, of een gebrek aan controle over uw

plassen of stoelgang ondervindt,

moet u onmiddellijk contact opnemen met uw arts

Deze

problemen kunnen deel uitmaken van de ziekte en kunnen worden veroorzaakt door druk op uw

ruggenmerg.

Gebruikt u nog andere geneesmiddelen?

Gebruikt u naast Vimizim nog andere geneesmiddelen, of heeft u dat kort geleden gedaan of bestaat de

mogelijkheid dat u in de nabije toekomst andere geneesmiddelen gaat gebruiken? Vertel dat dan uw

arts.

Zwangerschap, borstvoeding en vruchtbaarheid

U mag geen Vimizim gebruiken tijdens de zwangerschap, tenzij dit duidelijk nodig is. Het is niet

bekend of Vimizim wordt uitgescheiden in de moedermelk. Bespreek met uw arts of de voordelen van

het gebruik van Vimizim opwegen tegen het potentiële risico voor uw pasgeboren baby tijdens de

borstvoeding. Het is niet bekend of Vimizim invloed heeft op de vruchtbaarheid bij de mens. Er werd

geen effect op de vruchtbaarheid waargenomen bij dieren.

Rijvaardigheid en het gebruik van machines

Er werd bij sommige patiënten duizeligheid vastgesteld tijdens de Vimizim-infusie. Vertel het uw arts

als u zich duizelig voelt na uw infusie, zeker voordat u gaat autorijden of een machine gebruikt

waarbij duizeligheid gevaarlijk kan zijn.

Vimizim bevat natrium en sorbitol (E420)

Dit middel bevat 8 mg natrium (een belangrijk bestanddeel van keukenzout/tafelzout) per

injectieflacon van 5 ml. Dit komt overeen met 0,4% van de aanbevolen maximale dagelijkse

hoeveelheid natrium in de voeding voor een volwassene.

Dit middel bevat 100 mg sorbitol per injectieflacon van 5 ml, wat overeenkomt met 40 mg/kg.

Sorbitol is een bron van fructose. Als u (of uw kind) erfelijke fructose-intolerantie heeft, een zeldzame

erfelijke aandoening, mag u (of uw kind) dit middel niet toegediend krijgen, tenzij dit met uw arts is

besproken. Patiënten met erfelijke fructose-intolerantie kunnen fructose niet afbreken. Dat kan ernstige

bijwerkingen veroorzaken.

Als u (of uw kind) erfelijke fructose-intolerantie heeft, moet u dit aan uw arts melden voordat u (of uw

kind) dit geneesmiddel toegediend krijgt. Meld het ook aan uw arts als uw kind zoete

voedingsmiddelen of dranken niet meer verdraagt doordat uw kind misselijk wordt of moet braken of

doordat uw kind last krijgt van onaangename verschijnselen zoals een opgeblazen gevoel,

maagkrampen of diarree.

3.

Hoe wordt dit middel toegediend?

Uw arts of verpleegkundige zal Vimizim via een infusie in een van de bloedvaten aan u toedienen.

Het geneesmiddel moet vóór het toedienen worden verdund. Uw arts of verpleegkundige zal u

voorafgaand aan de behandeling bepaalde geneesmiddelen geven om allergische reacties te

verminderen en u kunt ook geneesmiddelen krijgen om koorts onder controle te houden.

Dosering

De dosering die u krijgt, is gebaseerd op uw lichaamsgewicht. Het aanbevolen doseringsschema voor

volwassenen en kinderen is 2 mg/kg lichaamsgewicht eenmaal per week, gegeven via een

druppelinfuus in een ader (intraveneuze infusie). Elke infusie zal gedurende ongeveer 4 uur worden

gegeven. De behandeling met Vimizim kan zo jong mogelijk worden begonnen en is bedoeld voor

langdurig gebruik.

Heeft u nog andere vragen over het gebruik van dit geneesmiddel? Neem dan contact op met uw arts

of verpleegkundige.

4.

Mogelijke bijwerkingen

Zoals elk geneesmiddel kan ook dit geneesmiddel bijwerkingen hebben, al krijgt niet iedereen

daarmee te maken.

Bijwerkingen werden hoofdzakelijk waargenomen terwijl de patiënten het geneesmiddel kregen of

kort nadien (‘infusiereacties’). De meest ernstige bijwerkingen waren ernstige allergische reacties

(werden zelden waargenomen – kunnen bij maximaal 1 op de 100 personen voorkomen) en licht tot

matig ernstig braken (zeer vaak waargenomen – kan bij meer dan 1 op de 10 personen voorkomen).

Symptomen van een allergische reactie zijn onder meer uitslag, jeuk of netelroos op de huid (vaak

waargenomen – kunnen bij maximaal 1 op de 10 personen voorkomen).

Als u moeite met slikken of

praten, ernstige kortademigheid of een piepende ademhaling, zwelling van het gezicht of de

lippen, duizeligheid of een zwakke pols krijgt, kan dat een symptoom van een ernstige

allergische reactie zijn en moet u dat onmiddellijk melden aan uw arts

. Afhankelijk van de ernst

van de bijwerking kan uw arts de infusie vertragen of tijdelijk stopzetten en/of u aanvullende

geneesmiddelen geven om de effecten van een ernstige allergische reactie te verminderen (bv.

antihistaminica en/of corticosteroïden) of om koorts te doen dalen (koortswerende middelen).

Zeer vaak voorkomende bijwerkingen zijn symptomen van infusiereacties, zoals hoofdpijn,

misselijkheid, koorts, rillingen en maagpijn. Andere zeer vaak voorkomende bijwerkingen waren

diarree, mond- en keelpijn, duizeligheid en moeite met ademhalen.

Een vaak voorkomende bijwerking die werd waargenomen, was spierpijn.

Het melden van bijwerkingen

Krijgt u last van bijwerkingen, neem dan contact op met uw arts of verpleegkundige. Dit geldt ook

voor mogelijke bijwerkingen die niet in deze bijsluiter staan. U kunt bijwerkingen ook rechtstreeks

melden via het nationale meldsysteem zoals vermeld in aanhangsel V. Door bijwerkingen te melden,

kunt u ons helpen meer informatie te verkrijgen over de veiligheid van dit geneesmiddel.

5.

Hoe bewaart u dit middel?

Buiten het zicht en bereik van kinderen houden.

Gebruik dit geneesmiddel niet meer na de uiterste houdbaarheidsdatum. Die is te vinden op de doos en

de injectieflacon na EXP. Daar staat een maand en een jaar. De laatste dag van die maand is de uiterste

houdbaarheidsdatum.

Ongeopende injectieflacons:

Bewaren in de koelkast (2°C – 8°C).

Niet in de vriezer bewaren.

Bewaren in de oorspronkelijke verpakking ter bescherming tegen licht.

Gebruik dit geneesmiddel niet als de oplossing is verkleurd of zichtbare deeltjes bevat.

Na verdunning:

Zodra het product is verdund, moet het onmiddellijk worden gebruikt. Indien niet onmiddellijk

gebruikt, zijn de bewaartijden en -omstandigheden tijdens het gebruik de verantwoordelijkheid van de

gebruiker; normaal mogen deze niet meer bedragen dan 24 uur bij 2°C – 8°C, gevolgd door maximaal

24 uur bij 23°C – 27°C tijdens toediening.

Spoel geneesmiddelen niet door de gootsteen of de WC en gooi ze niet in de vuilnisbak. Vraag uw

apotheker wat u met geneesmiddelen moet doen die u niet meer gebruikt. Ze worden dan op een

verantwoorde manier vernietigd en komen niet in het milieu terecht.

6.

Inhoud van de verpakking en overige informatie

Welke stoffen zitten er in dit middel?

De werkzame stof is elosulfase alfa. Elke ml concentraat bevat 1 mg elosulfase alfa. Elke

injectieflacon van 5 ml bevat 5 mg elosulfase alfa.

De andere stoffen zijn: natriumacetaattrihydraat, natriumdiwaterstoffosfaatmonohydraat,

argininehydrochloride, sorbitol, polysorbaat 20 en water voor injecties (zie rubriek 2 onder

‘Vimizim bevat natrium en sorbitol (E420)’).

Hoe ziet Vimizim eruit en hoeveel zit er in een verpakking?

Vimizim wordt geleverd als concentraat voor oplossing voor infusie (steriel concentraat). Het heldere

tot licht opaalachtige en kleurloze tot lichtgele concentraat moet vrij zijn van zichtbare deeltjes.

Verpakkingsgrootten: 1 injectieflacon van 5 ml.

Houder van de vergunning voor het in de handel brengen

BioMarin International Limited

Shanbally, Ringaskiddy

County Cork, P43 R298

Ierland

Fabrikant

BioMarin International Limited

Shanbally, Ringaskiddy

County Cork, P43 R298

Ierland

Deze bijsluiter is voor het laatst goedgekeurd in MM/JJJJ

Meer informatie over dit geneesmiddel is beschikbaar op de website van het Europees

Geneesmiddelenbureau (http://www.ema.europa.eu). Hier vindt u ook verwijzingen naar andere

websites over zeldzame ziekten en hun behandelingen.

<------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------>

De volgende informatie is alleen bestemd voor beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg:

Vimizim mag niet worden gemengd met andere geneesmiddelen in dezelfde infusie, behalve de

hieronder vermelde geneesmiddelen.

Elke injectieflacon Vimizim is alleen voor eenmalig gebruik bestemd. Vimizim moet met een

aseptische techniek worden verdund met natriumchlorideoplossing 9 mg/ml (0,9%) voor infusie. De

verdunde Vimizim-oplossing wordt aan patiënten toegediend met een infusieset. Er kan een infusieset

met een in-line filter van 0,2 µm gebruikt worden.

Al het ongebruikte geneesmiddel of afvalmateriaal dient te worden vernietigd overeenkomstig lokale

voorschriften.

Bereiding van de Vimizim-infusie (gebruik een aseptische techniek)

Het aantal injectieflacons dat moet worden verdund op basis van het gewicht van de individuele

patiënt moet worden bepaald en vooraf uit de koelkast worden gehaald om ze op een temperatuur

van 23°C – 27°C te laten komen. Verhit de injectieflacons niet en warm ze niet op in de magnetron.

Het aanbevolen doseringsschema is 2 mg/kg lichaamsgewicht eenmaal per week toegediend via

een druppelinfuus in een ader (via intraveneuze infusie). Elke infusie zal ongeveer 4 uur in beslag

nemen.

Patiëntgewicht (kg) vermenigvuldigd met 2 (mg/kg) = patiëntdosis (mg)

Patiëntdosis (mg) gedeeld door 1 (mg/ml concentraat Vimizim) = totaal aantal ml Vimizim

Totaal aantal (ml) Vimizim gedeeld door 5 ml per injectieflacon = totaal aantal injectieflacons

Het berekende totale aantal injectieflacons wordt afgerond naar de volgende volledige

injectieflacon.

Neem een infusiezak met natriumchlorideoplossing van 9 mg/ml (0,9%) voor infusie die geschikt is

voor intraveneuze toediening. Het totale volume van de infusie wordt bepaald door het

lichaamsgewicht van de patiënt.

Patiënten die minder dan 25 kg wegen moeten een totaal volume van 100 ml krijgen.

Patiënten die 25 kg of meer wegen moeten een totaal volume van 250 ml krijgen.

Vóór de verdunning moet elke injectieflacon worden geïnspecteerd op deeltjes en verkleuring. De

heldere tot licht opaalachtige en kleurloze tot lichtgele oplossing moet vrij zijn van zichtbare

deeltjes. De injectieflacons niet schudden.

Uit een infusiezak van 100 ml of 250 ml moet een volume natriumchlorideoplossing 9 mg/ml

(0,9%) voor infusie worden opgezogen en afgevoerd, dat gelijk is aan het totale volume Vimizim

dat moet worden toegevoegd

Het berekende volume Vimizim wordt langzaam en voorzichtig opgezogen uit het correcte aantal

injectieflacons; hierbij moet krachtige beweging worden vermeden.

Het volume Vimizim moet langzaam aan de natriumchlorideoplossing 9 mg/ml (0,9%) voor infusie

worden toegevoegd.

Wanneer verdund met 100 ml natriumchlorideoplossing 9 mg/ml (0,9%) voor infusie

zal de

initiële snelheid 3 ml/uur zijn. De infusiesnelheid zal om de 15 minuten worden verhoogd als volgt:

eerst wordt de snelheid verhoogd tot 6 ml/uur, dan wordt de snelheid om de 15 minuten verhoogd in

stappen van 6 ml/uur tot een maximale snelheid van 36 ml/uur is

bereikt.

Wanneer verdund met 250 ml natriumchlorideoplossing 9 mg/ml (0,9%) voor infusie

zal de

initiële snelheid 6 ml/uur zijn. De infusiesnelheid zal om de 15 minuten worden verhoogd als volgt:

eerst wordt de snelheid verhoogd tot 12 ml/uur, dan wordt de snelheid om de 15 minuten verhoogd in

stappen van 12 ml/uur tot een maximale snelheid van 72 ml/uur is bereikt.

Patiëntge

wicht

(kg)

Totaal

infusievo

lume

(ml)

Stap 1

Initiële

infusiesn

elheid

0-15

minuten

(ml/uur)

Stap 2

15-30

minuten

(ml/uur)

Stap 3

30-45

minuten

(ml/uur)

Stap 4

45-60

minuten

(ml/uur)

Stap 5

60-75

minuten

(ml/uur)

Stap 6

75-90

minuten

(ml/uur)

Stap 7

90+

minuten

(ml/uur)

< 25

≥ 25

De infusiesnelheid kan worden verhoogd zolang de patiënt dit verdraagt.

De verdunde oplossing moet voorzichtig worden gemengd vóór de infusie.

De verdunde oplossing moet vóór gebruik visueel worden gecontroleerd op fijne deeltjes. Niet

gebruiken indien de oplossing is verkleurd of er zich zichtbare fijne deeltjes in de oplossing

bevinden.

De verdunde oplossing moet onmiddellijk worden gebruikt. Indien niet onmiddellijk gebruikt, zijn

de bewaartijden en -condities tijdens gebruik de verantwoordelijkheid van de gebruiker; normaal

mogen deze niet meer bedragen dan 24 uur bij 2°C – 8°C, gevolgd door maximaal 24 uur bij 23°C

– 27°C tijdens de toediening.

BIJLAGE I

SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN

Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Daardoor kan snel nieuwe

veiligheidsinformatie worden vastgesteld. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht

alle vermoedelijke bijwerkingen te melden. Zie rubriek 4.8 voor het rapporteren van bijwerkingen.

1.

NAAM VAN HET GENEESMIDDEL

Vimizim 1 mg/ml concentraat voor oplossing voor infusie

2.

KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING

Elke ml oplossing bevat 1 mg elosulfase alfa*. Elke injectieflacon van 5 ml bevat 5 mg elosulfase

alfa*.

*Elosulfase alfa is een recombinante vorm van humaan N-acetylgalactosamine-6-sulfatase

(rhGALNS) en wordt geproduceerd in een kweek van ovariumcellen van Chinese hamsters met

recombinant DNA-technologie.

Hulpstoffen met bekend effect:

Elke injectieflacon van 5 ml bevat 8 mg natrium en 100 mg sorbitol (E420).

Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.

3.

FARMACEUTISCHE VORM

Concentraat voor oplossing voor infusie (steriel concentraat).

Een heldere tot licht opaalachtige en kleurloze tot lichtgele oplossing.

4.

KLINISCHE GEGEVENS

4.1

Therapeutische indicaties

Vimizim is geïndiceerd voor de behandeling van mucopolysacharidose, type IVA (Morquio A-

syndroom, MPS IVA) bij patiënten van alle leeftijden.

4.2

Dosering en wijze van toediening

De behandeling moet onder toezicht staan van een arts die ervaren is in het behandelen van patiënten

met MPS IVA of andere erfelijke metabole ziekten. Vimizim moet worden toegediend door een

daartoe opgeleide beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg die kan omgaan met medische

noodgevallen. Toediening thuis onder het toezicht van een daartoe opgeleide beroepsbeoefenaar in de

gezondheidszorg kan worden overwogen voor patiënten die hun infusies goed verdragen.

Dosering

De aanbevolen dosering elosulfase alfa is 2 mg/kg lichaamsgewicht, eenmaal per week toegediend.

Het totale infusievolume moet worden toegediend over ongeveer 4 uur (zie tabel 1).

Wegens de kans op overgevoeligheidsreacties op elosulfase alfa moeten de patiënten 30 tot

60 minuten vóór de start van de infusie antihistaminica met of zonder antipyretica krijgen

(zie rubriek 4.4).

Speciale populaties

Ouderen (≥ 65 jaar)

De veiligheid en werkzaamheid van Vimizim bij patiënten ouder dan 65 jaar zijn nog niet vastgesteld,

en er kan voor deze patiënten geen alternatief behandelingsschema worden aanbevolen. Het is niet

bekend of oudere patiënten anders reageren dan jonge patiënten.

Pediatrische patiënten

De dosering voor pediatrische patiënten is dezelfde als voor volwassenen. De momenteel beschikbare

gegevens worden beschreven in rubriek 4.8 en rubriek 5.1.

Wijze van toediening

Uitsluitend voor intraveneuze infusie.

Patiënten die minder dan 25 kg wegen, moeten een totaal volume van 100 ml krijgen. Bij verdunning

in 100 ml moet de initiële infusiesnelheid 3 ml/uur zijn. De infusiesnelheid kan, indien verdraagbaar,

om de 15 minuten worden verhoogd als volgt: eerst wordt de snelheid verhoogd tot 6 ml/uur, dan

wordt de snelheid om de 15 minuten verhoogd in stappen van 6 ml/uur tot een maximale snelheid van

36 ml/uur is bereikt.

Patiënten die 25 kg of meer wegen, moeten een totaal volume van 250 ml krijgen. Bij verdunning in

250 ml is de initiële infusiesnelheid 6 ml/uur. De infusiesnelheid kan, indien verdraagbaar, om de

15 minuten worden verhoogd als volgt: eerst wordt de snelheid verhoogd tot 12 ml/uur, dan wordt de

snelheid om de 15 minuten verhoogd in stappen van 12 ml/uur tot een maximale snelheid van

72 ml/uur is bereikt.

Tabel 1: Aanbevolen infusievolumes en -snelheden

*

Patiëntge

wicht

(kg)

Totaal

infusievo

lume

(ml)

Stap 1

Initiële

infusiesn

elheid

0-15

minuten

(ml/uur)

Stap 2

15-30

minuten

(ml/uur)

Stap 3

30-45

minuten

(ml/uur)

Stap 4

45-60

minuten

(ml/uur)

Stap 5

60-75

minuten

(ml/uur)

Stap 6

75-90

minuten

(ml/uur)

Stap 7

90+

minuten

(ml/uur)

< 25

≥ 25

De infusiesnelheid kan worden verhoogd zolang de patiënt dit verdraagt.

Voor instructies over verdunning van het geneesmiddel voorafgaand aan toediening, zie rubriek 6.6.

4.3

Contra-indicaties

Levensbedreigende overgevoeligheid (anafylactische reactie) voor de werkzame stof(fen) of voor (één

van) de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen (zie rubriek 4.4).

4.4

Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik

Anafylaxie en ernstige allergische reacties

Anafylaxie en ernstige allergische reacties werden gemeld in klinische onderzoeken. Daarom moet

geschikte medische ondersteuning klaar en beschikbaar zijn wanneer elosulfase alfa wordt toegediend.

Indien deze reacties optreden, moet de infusie onmiddellijk worden gestopt en moet geschikte

medische behandeling worden gestart. De huidige medische normen voor spoedbehandeling moeten

worden nageleefd. Bij patiënten die tijdens de infusie allergische reacties hebben ondervonden, moet

bij hertoediening voorzichtigheid worden betracht.

Infusiereacties

Infusiereacties (IR’s) waren de vaakst waargenomen bijwerkingen in klinische onderzoeken. IR’s

kunnen bestaan uit allergische reacties

.

Patiënten moeten vóór de infusie antihistaminica met of zonder

antipyretica krijgen (zie rubriek 4.2). De behandeling van IR’s moet gebaseerd zijn op de ernst van de

reactie en bestaan uit vertraging of tijdelijke stopzetting van de infusie en/of toediening van

aanvullende antihistaminica, antipyretica en/of corticosteroïden. Indien ernstige infusiereacties

optreden, moet de infusie onmiddellijk worden gestopt en moet geschikte behandeling worden gestart.

Bij hertoediening na een ernstige reactie moet voorzichtigheid aan de dag worden gelegd onder nauw

toezicht van de behandelende arts.

Compressie van de halswervelkolom

In klinische onderzoeken werd compressie van de halswervelkolom (spinal/cervical cord compression,

SCC) waargenomen, zowel bij patiënten die Vimizim kregen als bij patiënten die placebo kregen.

Patiënten moeten worden gecontroleerd op klachten en symptomen van compressie van de

halswervelkolom (waaronder rugpijn, verlamming van de ledematen onder het niveau van de

compressie, urinaire en fecale incontinentie) en moeten geschikte klinische zorg krijgen.

Natriumarm dieet

Dit geneesmiddel bevat 8 mg natrium per injectieflacon, overeenkomend met 0,4% van de door de

WHO aanbevolen maximale dagelijkse inname van 2 g natrium voor een volwassene, en wordt

toegediend in een natriumchloride 9 mg/ml (0,9%) oplossing voor infusie (zie rubriek 6.6).

Sorbitol (E420)

Dit geneesmiddel bevat 100 mg sorbitol per injectieflacon, overeenkomend met 40 mg/kg. Dit

geneesmiddel mag niet worden toegediend aan patiënten met hereditaire fructose-intolerantie (HFI),

tenzij strikt noodzakelijk.

Bij zuigelingen en jonge kinderen (jonger dan 2 jaar) kan fructose-intolerantie nog niet zijn

gediagnosticeerd. Intraveneus toegediende geneesmiddelen die sorbitol/fructose bevatten, kunnen

levensbedreigend zijn. Het voordeel van de behandeling voor het kind moet voorafgaand aan de

behandeling grondig worden afgewogen tegen de risico’s die eraan verbonden zijn.

Er moet bij iedere patiënt een uitgebreide anamnese met betrekking tot symptomen van hereditaire

fructose-intolerantie worden afgenomen voordat dit geneesmiddel wordt toegediend.

4.5

Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie

Er is geen onderzoek naar interacties uitgevoerd.

4.6

Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding

Zwangerschap

Er zijn geen gegevens over het gebruik van Vimizim bij zwangere vrouwen.

De resultaten van dieronderzoek duiden niet op directe of indirecte schadelijke effecten wat betreft

zwangerschap of ontwikkeling van het embryo/de foetus (zie rubriek 5.3). Deze onderzoeken hebben

echter een beperkte relevantie. Uit voorzorg heeft het de voorkeur het gebruik van Vimizim te

vermijden tijdens de zwangerschap, tenzij het duidelijk noodzakelijk is.

Borstvoeding

Uit beschikbare gegevens over de voortplanting bij dieren blijkt dat elosulfase alfa in de melk wordt

uitgescheiden. Het is niet bekend of elosulfase alfa bij de mens in de moedermelk wordt

uitgescheiden, maar er wordt geen systemische blootstelling via de moedermelk verwacht. Wegens

gebrek aan gegevens bij de mens dient Vimizim alleen te worden toegediend aan vrouwen die

borstvoeding geven, als het mogelijke voordeel opweegt tegen het mogelijke risico voor het kind.

Vruchtbaarheid

Er werd geen verminderde vruchtbaarheid waargenomen in niet-klinische onderzoeken

(zie rubriek 5.3) met elosulfase alfa.

4.7

Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen

Vimizim heeft geringe invloed op de rijvaardigheid en op het vermogen om machines te bedienen.

Duizeligheid werd gemeld tijdens Vimizim-infusies; als duizeligheid voorkomt na de infusie, kan de

rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen, beïnvloed worden.

4.8

Bijwerkingen

Samenvatting van het veiligheidsprofiel

De beoordeling van de bijwerkingen is gebaseerd op de blootstelling van 176 patiënten met MPS IVA,

in de leeftijd van 5 tot 57 jaar, aan 2 mg/kg elosulfase alfa eenmaal per week (n=58), 2 mg/kg

elosulfase alfa eenmaal om de andere week (n=59), of placebo (n=59), in een gerandomiseerd,

dubbelblind, placebogecontroleerd onderzoek.

De meerderheid van de bijwerkingen in klinische onderzoeken waren infusiereacties, gedefinieerd als

reacties die optreden na initiatie van de infusie tot het einde van de dag na de infusie. Er werden

ernstige infusiereacties waargenomen in klinische onderzoeken waaronder anafylaxie,

overgevoeligheid en braken. De meest voorkomende symptomen van infusiereacties (treden op bij

≥ 10% van de patiënten behandeld met Vimizim en ≥ 5% meer in vergelijking met placebo) waren

hoofdpijn, misselijkheid, braken, pyrexie, rillingen en buikpijn. De infusiereacties waren doorgaans

licht of matig ernstig van aard, de frequentie was hoger tijdens de eerste 12 behandelingsweken en de

IR’s leken na verloop van tijd minder vaak voor te komen.

Lijst van bijwerkingen in tabelvorm

De gegevens in de onderstaande tabel 2 beschrijven de bijwerkingen uit klinische onderzoeken bij

patiënten behandeld met Vimizim.

Frequenties zijn gedefinieerd als: zeer vaak (≥1/10), vaak (≥1/100, <1/10), soms (≥1/1.000, <1/100),

zelden (≥1/10.000, <1/1.000), zeer zelden (<1/10.000) en niet bekend (kan met de beschikbare

gegevens niet worden bepaald). Binnen iedere frequentiegroep zijn de bijwerkingen gerangschikt naar

afnemende ernst.

Tabel 2: Bijwerkingen bij patiënten behandeld met Vimizim

Systeem/orgaanklasse volgens

MedDRA

Voorkeursterm volgens MedDRA

Frequentie

Immuunsysteemaandoeningen

Anafylaxie

Soms

Overgevoeligheid

Vaak

Zenuwstelselaandoeningen

Hoofdpijn

Zeer vaak

Duizeligheid

Zeer vaak

Ademhalingsstelsel-, borstkas- en

mediastinumaandoeningen

Dyspneu

Zeer vaak

Maagdarmstelselaandoeningen

Diarree, braken, orofaryngeale pijn,

pijn in de bovenbuik, buikpijn,

misselijkheid

Zeer vaak

Skeletspierstelsel- en

bindweefselaandoeningen

Myalgie

Vaak

Koude rillingen

Zeer vaak

Algemene aandoeningen en

toedieningsplaatsstoornissen

Pyrexie

Zeer vaak

Beschrijving van geselecteerde bijwerkingen

Immunogeniciteit

Alle patiënten ontwikkelden antistoffen tegen elosulfase alfa in klinische onderzoeken. Ongeveer 80%

van de patiënten ontwikkelde neutraliserende antistoffen die de binding van elosulfase alfa aan de

kation-onafhankelijke mannose-6-fosfaatreceptor konden remmen. Aanhoudende verbeteringen in de

werkzaamheidsmaten en vermindering van keratansulfaat (KS) in urine in de loop van de tijd werden

waargenomen in verschillende klinische onderzoeken, ondanks de aanwezigheid van anti-elosulfase-

alfa-antistoffen. Er werden geen correlaties gevonden tussen hogere antistoftiters of neutraliserende

antistofpositiviteit en dalingen in de werkzaamheidsmaten of het optreden van anafylaxie of andere

overgevoeligheidsreacties. IgE-antistoffen tegen elosulfase alfa werden ontdekt bij ≤ 10% van de

behandelde patiënten en werden niet consistent in verband gebracht met anafylaxie of andere

overgevoeligheidsreacties en/of terugtrekking uit de behandeling.

Pediatrische patiënten

Bij patiënten in de leeftijd < 5 jaar kwam het algemene veiligheidsprofiel van Vimizim bij

2 mg/kg/week overeen met het veiligheidsprofiel van Vimizim dat is waargenomen bij oudere kinderen.

Melding van vermoedelijke bijwerkingen

Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op

deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden

gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen

te melden via het nationale meldsysteem zoals vermeld in aanhangsel V.

4.9

Overdosering

In klinische onderzoeken werden doseringen elosulfase alfa van maximaal 4 mg/kg per week

onderzocht en er werden geen specifieke klachten of symptomen gezien na de hogere doseringen. Er

werden geen verschillen waargenomen in het veiligheidsprofiel. Voor de behandeling van

bijwerkingen, zie rubriek 4.4 en 4.8.

5.

FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN

5.1

Farmacodynamische eigenschappen

Farmacotherapeutische categorie: Overige producten voor spijsverteringskanaal en stofwisseling,

enzymen. ATC-code: A16AB12.

Werkingsmechanisme

Mucopolysacharidose omvat een groep lysosomale stapelingsziekten die veroorzaakt worden door een

gebrek aan specifieke lysosomale enzymen die nodig zijn voor het katabolisme van

glycosaminoglycanen (GAG). MPS IVA wordt gekenmerkt door het ontbreken van, of een merkbare

vermindering in de activiteit van N-acetylgalactosamine-6-sulfatase. Het tekort aan sulfataseactiviteit

leidt tot de opstapeling van de GAG-substraten, KS en chondroïtine-6-sulfaat (C6S), in het lysosomale

compartiment van cellen in het hele lichaam. De opstapeling leidt tot uitgebreide cel-, weefsel- en

orgaandisfunctie. Elosulfase alfa is bedoeld voor het afgeven van het exogene enzym N-

acetylgalactosamine-6-sulfatase dat dan wordt opgenomen in de lysosomen, en het katabolisme van de

GAG’s KS en C6S verhoogt. Enzymopname via cellen in de lysosomen wordt gemedieerd door

kation-onafhankelijke mannose-6-fosfaatreceptoren, wat tot een herstelde GALNS-activiteit en klaring

van KS en C6S leidt.

Klinische werkzaamheid en veiligheid

Klinische onderzoeken met Vimizim hebben de impact van de behandeling op de systemische

manifestaties van MPS IVA beoordeeld in verschillende domeinen, waaronder uithoudingsvermogen,

ademhalingsfunctie, groeisnelheid en mobiliteit, en ook KS in urine.

Er werden in totaal 235 patiënten met MPS IVA geregistreerd en in zes klinische onderzoeken aan

Vimizim blootgesteld.

De veiligheid en werkzaamheid van Vimizim werden beoordeeld in een gerandomiseerd,

dubbelblind, placebogecontroleerd, klinisch fase 3-onderzoek met 176 patiënten met MPS IVA, in

de leeftijd van 5 tot 57 jaar. De meerderheid van de patiënten was klein van gestalte en had een

beperkt uithoudingsvermogen en musculoskeletale symptomen. In het onderzoek werden patiënten

ingeschreven die op baseline meer dan 30 meter (m) maar minder dan 325 m konden lopen in een

6-minutenwandeltest (6MWT).

De patiënten kregen elke week 2 mg/kg elosulfase alfa (n=58) of om de andere week 2 mg/kg (n=59),

of placebo (n=59) voor een totale duur van 24 weken. Alle patiënten werden vóór elke infusie

behandeld met antihistaminica. Het primaire eindpunt was de verandering ten opzichte van baseline in

de 6MWT-afstand in vergelijking met placebo op week 24. De secundaire eindpunten waren de

verandering ten opzichte van baseline in de 3-minutentraplooptest (Stair Climb Test, MSCT) en KS-

gehaltes in urine op week 24. Vervolgens werd een totaal van 173 patiënten geregistreerd in een

uitbreidingsonderzoek waarin de patiënten elke week of om de andere week 2 mg/kg elosulfase alfa

kregen, en daarna allemaal werden overgeschakeld op 2 mg/kg elke week nadat de resultaten van

week 24 beschikbaar waren.

De primaire en secundaire eindpunten werden geëvalueerd op week 24 (zie tabel 3). Het

gemodelleerde behandeleffect in de afstand die werd afgelegd in 6 minuten, in vergelijking met

placebo, was 22,5 m (CI

, 4,0, 40,9; p=0,0174) voor het doseringsschema met 2 mg/kg per week. Het

gemodelleerde behandeleffect in het aantal beklommen trappen/minuut, in vergelijking met placebo,

was 1,1 trappen/minuut (CI

, -2,1, 4,4; p=0,4935) voor het doseringsschema met 2 mg/kg per week.

Het gemodelleerde behandeleffect voor de procentuele verandering in KS in urine, in vergelijking met

placebo, was -40,7% (CI

, -49,0, -32,4; p<0,0001) voor het doseringsschema met 2 mg/kg per week.

Het verschil was voor alle eindpunten het grootst tussen de placebogroep en de wekelijkse

behandelgroep. Voor het schema met toediening om de andere week waren de resultaten in de afstand

afgelegd in 6 minuten of in beklommen trappen per minuut vergelijkbaar met placebo.

Tabel 3: Resultaten uit het placebogecontroleerde onderzoek met 2 mg per kg per week

Vimizim

Placebo

Vimizim vs.

placebo

Baseline

Week 24

Verandering

Baseline

Week 24

Verandering

Verschil in

veranderingen

6-minutenwandeltest (meter)

Gemiddelde

± SD

203,9

±76,32

243,3

±83,53

36,5

±58,49

211,9

±69,88

225,4

±83,22

13,5

±50,63

Modelgebaseerd

gemiddelde

(95% CI)

p-waarde

22,5

, 4,0, 40,9)

(p = 0,0174)

3-minutentraplooptest (aantal trappen/minuut)

Gemiddelde

± SD

29,6

±16,44

34,9

± 18,39

± 8,06

30,0

± 14,05

33,6

± 18,36

± 8,51

Modelgebaseerd

gemiddelde

(95% CI)

p-waarde

, -2,1, 4,4)

(p = 0,4935)

* Eén patiënt in de groep met Vimizim stopte na 1 infusie

Modelgebaseerd gemiddelde van Vimizim versus placebo, aangepast voor baseline

In aanvullende uitbreidingsonderzoeken vertoonden patiënten die elke week 2 mg/kg elosulfase alfa

kregen een behoud van de initiële verbetering in uithoudingsvermogen en een aanhoudende

vermindering van KS in urine tot 156 weken.

Pediatrische patiënten

Het is belangrijk om zo vroeg mogelijk met de behandeling te beginnen.

De meerderheid van de patiënten die Vimizim kregen tijdens klinische onderzoeken waren in de

pediatrische en adolescente leeftijdsgroep (5 tot 17 jaar). In een

open-label

onderzoek kregen

15 pediatrische patiënten met MPS IVA jonger dan 5 jaar (9 maanden tot < 5 jaar) 2 mg/kg Vimizim

eenmaal per week gedurende 52 weken. Patiënten volgden een langdurige observatiestudie van ten

minste nogmaals 52 weken, voor de totale doorlooptijd van 104 weken. Veiligheids- en

farmacodynamische resultaten bij deze patiënten komen overeen met de resultaten die gedurende de

eerste 52 weken zijn waargenomen (zie rubriek 4.8). De basis gemiddelde (±SD) genormaliseerde

stahoogte z-score was -1,6 (±1,61). Na de eerste 52 weken van behandeling was de genormaliseerde

stahoogte z-score -1,9 (±1,62). In week 104 was de gemiddelde (±SD) genormaliseerde stahoogte

z-score -3,1 (±1,13).

Het Europees Geneesmiddelenbureau heeft besloten tot uitstel van de verplichting voor de fabrikant

om de resultaten in te dienen van onderzoek met Vimizim in een of meerdere subgroepen van

pediatrische patiënten met MPS IVA (zie rubriek 4.2 voor informatie over pediatrisch gebruik).

5.2

Farmacokinetische eigenschappen

De farmacokinetische parameters van elosulfase alfa werden geëvalueerd bij 23 patiënten met MPS

IVA die gedurende 22 weken wekelijkse intraveneuze infusies kregen met 2 mg/kg elosulfase alfa

over ongeveer 4 uur, en de parameters op week 0 en week 22 werden vergeleken. In week 22 stegen

de gemiddelde AUC

en C

met respectievelijk 181% en 192%, in vergelijking met week 0.

Tabel 4: Farmacokinetische eigenschappen

Farmacokinetische parameter

Week 0

Gemiddelde (SD)

Week 22

Gemiddelde (SD)

, minuut µg/ml

238 (100)

577 (416)

, µg/ml

1,49 (0,534)

4,04 (3,24)

CL, ml/minuut/kg

10,0 (3,73)

7,08 (13,0)

, minuut

7,52 (5,48)

35,9 (21,5)

, minuut

172 (75,3)

202 (90,8)

, gebied onder de curve plasmaconcentratie-tijd van tijdstip nul tot het tijdstip van de laatste meetbare

concentratie;

, maximale waargenomen plasmaconcentratie;

CL, totale klaring van elosulfase alfa na intraveneuze toediening;

, eliminatiehalfwaardetijd;

max,

tijd vanaf nul tot maximale plasmaconcentratie

Biotransformatie

Elosulfase alfa is een eiwit en wordt naar verwachting metabool afgebroken via peptidehydrolyse.

Bijgevolg verwacht men niet dat een verminderde leverfunctie enig effect zal hebben op de

farmacokinetiek van elosulfase alfa.

Eliminatie

De eliminatie van elosulfase alfa via de nieren wordt als een minder belangrijke klaringsroute

beschouwd. De gemiddelde halfwaardetijd (t

) steeg van 7,52 minuten op week 0 tot 35,9 minuten op

week 22. Mannelijke en vrouwelijke patiënten hadden een vergelijkbare klaring van elosulfase alfa, en

de klaring bleek niet te worden beïnvloed door de leeftijd of het gewicht op week 22. De impact van

antistoffen op de farmacokinetiek van elosulfase alfa werd beoordeeld. Er was geen duidelijk verband

tussen de totale antistoftiter en de klaring van elosulfase. Patiënten met positieve neutraliserende

antistofreacties hadden echter lagere totale klaringswaarden (clearing, CL) en een verlengde t

Ondanks de verandering in het farmacokinetische profiel had de aanwezigheid van neutraliserende

antistoffen geen invloed op de farmacodynamiek, de werkzaamheid of de veiligheid van de patiënten

die met elosulfase alfa werden behandeld. Er was geen opstapeling van elosulfase alfa in plasma

merkbaar na wekelijkse toediening.

5.3

Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek

Niet-klinische gegevens duiden niet op een speciaal risico voor mensen. Deze gegevens zijn afkomstig

van conventioneel onderzoek op het gebied van veiligheidsfarmacologie ter evaluatie van het centrale

zenuwstelsel, ademhalingsstelsel en cardiovasculaire systeem, op het gebied van toxiciteit bij

enkelvoudige en herhaalde dosering bij ratten en apen of vruchtbaarheid en embryofoetale

ontwikkeling bij ratten of konijnen. De evaluatie van het peri- en postnatale ontwikkelingsonderzoek

bij ratten wordt belemmerd door de latere toediening van DPH, en heeft dus beperkte relevantie.

Er werd geen langdurig onderzoek met elosulfase alfa uitgevoerd bij dieren ter evaluatie van het

carcinogene potentieel of onderzoek ter evaluatie van het mutagene potentieel. Er werden

reproductieonderzoeken uitgevoerd bij ratten met doses die tot 10 maal hoger waren dan de dosis bij

mensen; deze onderzoeken hebben geen bewijzen voor een verminderde vruchtbaarheid of

voortplantingsprestatie aan het licht gebracht.

6.

FARMACEUTISCHE GEGEVENS

6.1

Lijst van hulpstoffen

Natriumacetaattrihydraat

Natriumdiwaterstoffosfaatmonohydraat

Argininehydrochloride

Sorbitol (E420)

Polysorbaat 20

Water voor injecties

6.2

Gevallen van onverenigbaarheid

Dit geneesmiddel mag niet gemengd worden met andere geneesmiddelen dan die welke vermeld zijn

in rubriek 6.6.

6.3

Houdbaarheid

3 jaar

Na verdunning

Chemische en fysische stabiliteit tijdens het gebruik werd aangetoond voor een periode tot 24 uur bij

2°C – 8°C gevolgd door een periode tot 24 uur bij 23°C – 27°C.

Vanuit een microbiologisch veiligheidsstandpunt dient de verdunde oplossing onmiddellijk te worden

gebruikt. Indien niet onmiddellijk gebruikt, zijn de bewaartijden en -omstandigheden tijdens het

gebruik de verantwoordelijkheid van de gebruiker; normaal mogen deze niet meer bedragen dan

24 uur bij 2°C – 8°C, gevolgd door maximaal 24 uur bij 23°C – 27°C tijdens toediening.

6.4

Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren

Bewaren in de koelkast (2°C – 8°C). Niet in de vriezer bewaren.

Bewaren in de oorspronkelijke verpakking ter bescherming tegen licht.

Voor de bewaarcondities van het geneesmiddel na verdunning, zie rubriek 6.3.

6.5

Aard en inhoud van de verpakking

Heldere glazen injectieflacon (Type I) met een butylrubberen stop en een flip-off krimpzegel

(aluminium) met een plastic dop.

Verpakkingsgrootten: 1 injectieflacon.

6.6

Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen en andere instructies

Elke injectieflacon Vimizim is alleen voor eenmalig gebruik bestemd. Vimizim moet met een

aseptische techniek worden verdund met natriumchlorideoplossing 9 mg/ml (0,9%) voor infusie. De

verdunde oplossing wordt met een infusieset aan patiënten toegediend. Er kan een infusieset met een

in-line filter van 0,2 μm worden gebruikt.

Al het ongebruikte geneesmiddel of afvalmateriaal dient te worden vernietigd overeenkomstig lokale

voorschriften.

Bereiding van de Vimizim-infusie

Er moet een aseptische techniek worden toegepast.

Vimizim moet vóór de toediening worden verdund.

Het aantal te verdunnen injectieflacons is gebaseerd op het gewicht van de individuele patiënt. De

aanbevolen dosis is 2 mg per kg.

Het aantal te verdunnen injectieflacons op basis van het gewicht van de individuele patiënt en

de aanbevolen dosis van 2 mg/kg wordt bepaald aan de hand van de volgende berekening:

Patiëntgewicht (kg) vermenigvuldigd met 2 (mg/kg) = patiëntdosis (mg)

Patiëntdosis (mg) gedeeld door 1 (mg/ml concentraat Vimizim) = totaal aantal ml

Vimizim

Totaal aantal (ml) Vimizim gedeeld door 5 ml per injectieflacon = totaal aantal

injectieflacons

Het berekende totale aantal injectieflacons wordt afgerond naar de volgende volledige

injectieflacon. Het correcte aantal injectieflacons wordt uit de koelkast gehaald. Verhit de

injectieflacons niet en warm ze niet op in de magnetron. De injectieflacons niet schudden.

Neem een infusiezak met natriumchlorideoplossing van 9 mg/ml (0,9%) voor infusie die

geschikt is voor intraveneuze toediening. Het totale volume van de infusie wordt bepaald door

het lichaamsgewicht van de patiënt.

Patiënten die minder dan 25 kg wegen moeten een totaal volume van 100 ml krijgen.

Patiënten die 25 kg of meer wegen moeten een totaal volume van 250 ml krijgen.

Vóór het opzuigen van Vimizim uit de injectieflacon moet elke injectieflacon visueel worden

gecontroleerd op fijne deeltjes en verkleuring. Omdat dit een eiwitoplossing is, kan een lichte

vlokvorming (dunne doorzichtige vezels) ontstaan. De Vimizim-oplossing moet helder tot

licht opaalachtig en kleurloos tot lichtgeel zijn. Niet gebruiken indien de oplossing is

verkleurd of er zich zichtbare deeltjes in de oplossing bevinden.

Er moet een volume van de natriumchlorideoplossing 9 mg/ml (0,9%) voor infusie worden

opgezogen uit de infusiezak en worden afgevoerd, dat gelijk is aan het volume Vimizim-

concentraat dat moet worden toegevoegd.

Het berekende volume Vimizim wordt langzaam opgezogen uit het correcte aantal

injectieflacons; hierbij moet voorzichtigheid aan de dag worden gelegd om overmatige

schokken te vermijden.

Vimizim wordt langzaam aan de infusiezak toegevoegd waarbij schokken wordt vermeden.

De infusiezak moet zachtjes worden omgedraaid om voor een goede verdeling van Vimizim te

zorgen. De oplossing niet schudden.

De verdunde oplossing wordt aan patiënten toegediend met een infusieset. Er kan een

infusieset met een in-line filter van 0,2 µm gebruikt worden.

7.

HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN

BioMarin International Limited

Shanbally, Ringaskiddy

County Cork, P43 R298

Ierland

8.

NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN

EU/1/14/914/001

9.

DATUM EERSTE VERGUNNINGVERLENING/VERLENGING VAN DE

VERGUNNING

Datum van eerste verlening van de vergunning: 28 april 2014

Datum van laatste verlenging:

10.

DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST

MM/JJJJ

Gedetailleerde informatie over dit geneesmiddel is beschikbaar op de website van het Europees

Geneesmiddelenbureau (http://www.ema.europa.eu).

7 Westferry Circus

Canary Wharf

Londen E14 4HB

Verenigd Koninkrijk

Een agentschap van de Europese Unie

Telefoon

+44 (0)20 7418 8400

Fax

+44 (0)20 7418 8416

E-mail

info@ema.europa.eu

Website

www.ema.europa.eu

© Europees Geneesmiddelenbureau, 2014. Reproductie is toegestaan mits de bron wordt vermeld.

EMA/109796/2014

EMEA/H/C/002779

EPAR-samenvatting voor het publiek

Vimizim

elosulfase-alfa

Dit document is een samenvatting van het Europees openbaar beoordelingsrapport (EPAR) voor

Vimizim. Het geeft uitleg over de wijze waarop het Geneesmiddelenbureau het geneesmiddel met het

oog op vergunningverlening in de EU en vaststelling van de gebruiksvoorwaarden heeft beoordeeld.

Het is niet bedoeld als praktisch advies voor het gebruik van Vimizim.

Lees de bijsluiter of neem contact op met uw arts of apotheker voor praktische informatie over het

gebruik van Vimizim.

Wat is Vimizim en wanneer wordt het voorgeschreven?

Vimizim is een geneesmiddel dat de werkzame stof elosulfase-alfa bevat. Het wordt gebruikt voor de

behandeling van patiënten met mucopolysacharidose type IVA (MPS IVA, ook wel bekend als

Morquio A-syndroom). Deze ziekte wordt veroorzaakt door gebrek aan een enzym genaamd N-

acetylgalactosamine-6-sulfatase, dat nodig is voor het afbreken van stoffen in het lichaam die

glycosaminoglycanen (GAG’s) worden genoemd. Als het enzym niet of slechts in zeer kleine

hoeveelheden aanwezig is, kunnen GAG’s niet worden afgebroken en hopen ze zich op in botten en

organen. Dit veroorzaakt de tekenen van de ziekte, waarvan korte botten, moeite met bewegen en

ademhalen, vertroebeling van de ogen en gehoorverlies de meest opvallende zijn.

Aangezien het aantal patiënten met MPS IVA klein is, wordt de ziekte als ‘zeldzaam’ beschouwd en

werd Vimizim op 24 juli 2009 aangewezen als ‘weesgeneesmiddel’ (een geneesmiddel voor zeldzame

ziekten).

Hoe wordt Vimizim gebruikt?

De behandeling met Vimizim moet worden gecontroleerd door een arts die ervaring heeft met MPS IVA

of vergelijkbare ziektes. Het middel is uitsluitend op doktersvoorschrift verkrijgbaar en dient te worden

gegeven door een daartoe opgeleide professionele zorgverlener.

Vimizim

EMA/109796/2014

Blz. 2/3

Vimizim is verkrijgbaar in de vorm van een concentraat voor oplossing voor infusie (indruppeling) in

een ader. De aanbevolen dosis is 2 mg per kilogram lichaamsgewicht, eenmaal per week geïnjecteerd.

De infusie dient circa vier uur te duren. Voordat de patiënt Vimizim ontvangt, dient hij/zij een

geneesmiddel te krijgen om een allergische reactie op Vimizim te voorkomen. Patiënten kunnen ook

een geneesmiddel krijgen om koorts te voorkomen.

Hoe werkt Vimizim?

Vimizim is een enzymvervangende therapie. Enzymvervangende therapie voorziet patiënten van het

enzym dat ze missen. De werkzame stof in Vimizim, elosulfase-alfa, is een kopie van het menselijke

enzym N-acetylgalactosamine-6-sulfatase. Het vervangende enzym helpt bij de afbraak van GAG’s en

stopt de accumulatie ervan in cellen, waardoor de symptomen van MPS IVA afnemen.

Elosulfase-alfa wordt vervaardigd met behulp van een methode die bekendstaat als ‘recombinant-DNA-

techniek’, en wel door cellen waarin een gen (DNA) is ingebracht zodat de cellen het enzym kunnen

aanmaken.

Welke voordelen bleek Vimizim tijdens studies te hebben?

Vimizim is onderzocht in één grote studie onder 176 patiënten met MPS IVA, waarin Vimizim met

placebo (een schijnbehandeling) werd vergeleken. De voornaamste graadmeter voor de werkzaamheid

was de verandering in de afstand die patiënten in zes minuten konden lopen na zes maanden

behandeling.

Vóór de behandeling konden de patiënten in zes minuten gemiddeld iets verder dan 200 meter lopen.

Na zes maanden konden patiënten die met de aanbevolen dosis Vimizim waren behandeld in zes

minuten gemiddeld 37 meter meer lopen, tegenover een toename van 14 meter bij patiënten die

placebo hadden gekregen. De onderzoeksresultaten suggereerden ook dat patiënten door het

geneesmiddel beter konden ademhalen of trappen konden opgaan, en dat bij kinderen de groei

verbeterde.

Welke risico’s houdt het gebruik van Vimizim in?

De meest voorkomende bijwerkingen van Vimizim (die bij meer dan 1 op de 10 personen kunnen

optreden) zijn infusiegerelateerde reacties, waaronder hoofdpijn, misselijkheid, braken, koorts,

rillingen en buikpijn. Deze zijn doorgaans licht tot matig van aard en komen vaker voor in de eerste

twaalf weken van de behandeling. Tot de ernstige maar slechts soms optredende infusiegerelateerde

reacties behoort anafylaxe (ernstige allergische reactie). Zie de bijsluiter voor het volledige overzicht

van alle gerapporteerde bijwerkingen van Vimizim.

Vimizim mag niet worden gebruikt bij patiënten die levensbedreigende allergische reacties hebben

gehad op elosulfase-alfa of op enig ander bestanddeel van het middel.

Waarom is Vimizim goedgekeurd?

Het Comité voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik (CHMP) van het Geneesmiddelenbureau heeft

geconcludeerd dat de voordelen van Vimizim groter zijn dan de risico's en heeft geadviseerd dit middel

voor gebruik in de EU goed te keuren. Het CHMP heeft geconcludeerd dat Vimizim na zes maanden

behandeling werkzaam bleek voor het verbeteren van de afstand die patiënten in zes minuten konden

lopen, en dat dit gepaard ging met andere gunstige effecten, waaronder een verbeterd vermogen om

dagelijkse activiteiten uit te voeren. Het Comité heeft ook geconstateerd dat het veiligheidsprofiel van

Vimizim

EMA/109796/2014

Blz. 3/3

Vimizim beheersbaar lijkt en ernstige bijwerkingen slechts soms voorkomen, maar er dienen nog meer

veiligheidsgegevens over de lange termijn te worden verzameld.

Welke maatregelen worden er genomen om een veilig en doeltreffend

gebruik van Vimizim te waarborgen?

Om een zo veilig mogelijk gebruik van Vimizim te waarborgen, is een risicobeheerplan opgesteld. Op

basis van dit plan is in de samenvatting van de productkenmerken en de bijsluiter van Vimizim

veiligheidsinformatie opgenomen, onder andere over de gepaste voorzorgsmaatregelen die

professionele zorgverleners en patiënten moeten nemen.

Bovendien moet het bedrijf dat Vimizim vervaardigt, ervoor zorgen dat alle professionele zorgverleners

die naar verwachting het geneesmiddel zullen voorschrijven of gebruiken, worden voorzien van

voorlichtingsmateriaal, met informatie over hoe het geneesmiddel dient te worden gebruikt en over het

risico op ernstige allergische reacties. Het bedrijf zal ook een register opzetten ter beoordeling van de

voordelen en risico’s van Vimizim op de lange termijn.

Meer informatie is te vinden in de samenvatting van het risicobeheerplan

Overige informatie over Vimizim

De Europese Commissie heeft op 28 april 2014 een in de hele Europese Unie geldige vergunning voor

het in de handel brengen van Vimizim verleend.

Het volledige EPAR en de samenvatting van het risicobeheerplan voor Vimizim zijn te vinden op de

website van het Europees Geneesmiddelenbureau:

ema.europa.eu/Find medicine/Human

medicines/European public assessment reports. Lees de bijsluiter (ook onderdeel van het EPAR) of

neem contact op met uw arts of apotheker voor meer informatie over de behandeling met Vimizim.

De samenvatting van het advies van het Comité voor weesgeneesmiddelen over Vimizim is te vinden

op de website van het Europees Geneesmiddelenbureau: ema.europa.eu/Find medicine/Human

medicines/Rare disease designation.

Deze samenvatting is voor het laatst bijgewerkt in 04-2014.

Aðrar vörur

search_alerts

share_this_information