Vantobra

Evrópusambandið - hollenska - EMA (European Medicines Agency)

Kauptu það núna

Upplýsingar fylgiseðill PIL
Vara einkenni SPC
Opinber matsskýrsla PAR
Virkt innihaldsefni:
Tobramycine
Fáanlegur frá:
Pari Pharma GmbH
ATC númer:
J01GB01
INN (Alþjóðlegt nafn):
tobramycin
Meðferðarhópur:
Antibacteriële middelen voor systemisch gebruik, , Aminoglycoside-antibiotica
Lækningarsvæði:
Cystic Fibrosis, Infecties Van De Luchtwegen
Ábendingar:
Vantobra is geïndiceerd voor de behandeling van chronische longinfectie door Pseudomonas aeruginosa bij patiënten van 6 jaar en ouder met cystic fibrosis (CF). Aandacht moet worden gegeven aan de officiële richtlijnen betreffende het juiste gebruik van antibacteriële agentia.
Vörulýsing:
Revision: 3
Leyfisstaða:
teruggetrokken
Leyfisnúmer:
EMEA/H/C/002633
Leyfisdagur:
2015-03-18
EMEA númer:
EMEA/H/C/002633

Skjöl

Opinber matsskýrsla Opinber matsskýrsla - búlgarska
Opinber matsskýrsla Opinber matsskýrsla - tékkneska
Opinber matsskýrsla Opinber matsskýrsla - eistneska
Opinber matsskýrsla Opinber matsskýrsla - lettneska
Opinber matsskýrsla Opinber matsskýrsla - litháíska
Opinber matsskýrsla Opinber matsskýrsla - ungverska
Opinber matsskýrsla Opinber matsskýrsla - maltneska
Opinber matsskýrsla Opinber matsskýrsla - portúgalska
Opinber matsskýrsla Opinber matsskýrsla - rúmenska
Opinber matsskýrsla Opinber matsskýrsla - slóvakíska
Opinber matsskýrsla Opinber matsskýrsla - slóvenska
Samantekt á eiginleikum vöru Samantekt á eiginleikum vöru - norskt bókmál
Opinber matsskýrsla Opinber matsskýrsla - króatíska

B. BIJSLUITER

Geneesmiddel niet langer geregistreerd

Bijsluiter: informatie voor de patiënt

Vantobra 170 mg verneveloplossing

Tobramycine

Lees goed de hele bijsluiter voordat u dit geneesmiddel gaat gebruiken want er staat belangrijke

informatie in voor u.

Bewaar deze bijsluiter. Misschien heeft u hem later weer nodig.

Heeft u nog vragen? Neem dan contact op met uw arts of apotheker.

Geef dit geneesmiddel niet door aan anderen, want het is alleen aan u voorgeschreven. Het kan

schadelijk zijn voor anderen, ook al hebben zij dezelfde klachten als u.

Krijgt u last van een van de bijwerkingen die in rubriek 4 staan? Of krijgt u een bijwerking die niet in

deze bijsluiter staat? Neem dan contact op met uw arts of apotheker.

Inhoud van deze bijsluiter

Wat is Vantobra en waarvoor wordt dit middel gebruikt?

Wanneer mag u dit middel niet gebruiken of moet u er extra voorzichtig mee zijn?

Hoe gebruikt u dit middel?

Mogelijke bijwerkingen

Hoe bewaart u dit middel?

Inhoud van de verpakking en overige informatie

1.

Wat is Vantobra en waarvoor wordt dit middel gebruikt?

Wat is Vantobra?

Vantobra bevat een antibioticum (een middel tegen bacteriële infecties) dat tobramycine wordt genoemd. Het

behoort tot een klasse van antibiotica die aminoglycosiden worden genoemd.

Waarvoor wordt dit middel gebruikt?

Vantobra wordt gebruikt bij patiënten met cystische fibrose in de leeftijd van 6 jaar en ouder voor het

behandelen van longinfecties die worden veroorzaakt door bacteriën die

Pseudomonas aeruginosa

worden

genoemd.

Pseudomonas aeruginosa

is een bacterie die vaak op een bepaald moment in het leven van patiënten met

cystische fibrose hun longen infecteert. Als de infectie niet goed wordt behandeld, dan zal die de longen

verder beschadigen met als gevolg dat er andere ademhalingsproblemen optreden.

Hoe werkt Vantobra?

Wanneer u Vantobra inademt, kan het antibioticum rechtstreeks in uw longen terechtkomen om de bacteriën

te bestrijden die de infectie veroorzaken. De werking ervan bestaat uit het verstoren van de productie van

eiwitten die de bacteriën nodig hebben om hun celwanden op te bouwen. Dit beschadigt de bacteriën en zal

ze uiteindelijk doden.

2.

Wanneer mag u dit middel niet gebruiken of moet u er extra voorzichtig mee zijn?

Wanneer mag u dit middel niet gebruiken?

U bent allergisch (overgevoelig) voor een antibioticum van het aminoglycoside-type of voor een van

de stoffen in dit geneesmiddel. Deze stoffen kunt u vinden in rubriek 6.

Als dit op u van toepassing is, neem dan contact op met uw arts voordat u Vantobra gebruikt.

Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit middel?

Neem contact op met uw arts als u ooit een van de volgende aandoeningen heeft gehad:

Geneesmiddel niet langer geregistreerd

gehoorproblemen (met inbegrip van geluiden in uw oren en duizeligheid);

nierproblemen;

beklemmend gevoel op de borst;

bloed in uw sputum (het slijm dat u ophoest);

spierzwakte die blijft duren of na verloop van tijd erger wordt, een symptoom dat meestal verband

houdt met aandoeningen als myasthenie (spierzwakte) of de ziekte van Parkinson.

Als een van deze situaties op u van toepassing is, neem dan contact op met uw arts voordat u Vantobra

gebruikt.

Als u problemen heeft met uw gehoor of nierfunctie, is het mogelijk dat uw arts bloedmonsters afneemt om

het gehalte van Vantobra in uw lichaam te controleren.

Geneesmiddelen voor inhalatie kunnen een beklemmend gevoel op de borst veroorzaken ten gevolge van de

vernauwing van de luchtwegen, en dit kan met Vantobra optreden. Het is mogelijk dat uw arts u vraagt om

andere geschikte geneesmiddelen te gebruiken om de luchtwegen te verwijden voordat u Vantobra gebruikt.

Stammen van

Pseudomonas

kunnen na verloop van tijd resistent worden tegen behandeling met een

antibioticum. Dit betekent dat Vantobra na verloop van tijd misschien niet meer zo goed werkt als zou

moeten. Neem contact op met uw arts als u zich hierover zorgen maakt.

Als u bovendien tobramycine of een ander antibioticum van het aminoglycoside-type met een injectie

gebruikt, kan dit tot een grotere kans op bijwerkingen leiden en zal uw arts u hiervoor op passende wijze

opvolgen.

Kinderen

Het geneesmiddel is niet bestemd voor gebruik bij kinderen jonger dan 6 jaar.

Gebruikt u nog andere geneesmiddelen?

Gebruikt u naast Vantobra nog andere geneesmiddelen of heeft u dat kort geleden gedaan? Vertel dat dan uw

arts of een apotheker. Dat geldt ook voor geneesmiddelen waar u geen voorschrift voor nodig heeft.

Terwijl u Vantobra gebruikt, mag u de volgende geneesmiddelen niet gebruiken:

furosemide, een diureticum (“plastablet”);

andere geneesmiddelen met een mogelijke vochtafdrijvende (diuretische) werking, zoals ureum of

mannitol;

andere geneesmiddelen die uw nieren of uw gehoor kunnen beschadigen:

amfotericine B, cefalotine, polymyxinen (gebruikt voor het behandelen van microbiële infecties),

ciclosporine, tacrolimus (gebruikt voor het verminderen van de activiteit van het

immuunsysteem). Deze geneesmiddelen kunnen de nieren beschadigen;

platinumverbindingen, zoals carboplatine en cisplatine (gebruikt voor het behandelen van sommige

vormen van kanker). Deze geneesmiddelen kunnen de nieren of het gehoor beschadigen.

Als u de volgende geneesmiddelen krijgt terwijl u ook tobramycine gebruikt of een ander antibioticum van

het aminoglycoside-type met een injectie krijgt, kunt u een grotere kans op schadelijke effecten hebben:

anticholinesterasen, zoals neostigmine en pyridostigmine (gebruikt voor het behandelen van

spierzwakte), of botulinetoxine. Deze geneesmiddelen kunnen tot spierzwakte leiden of kunnen

spierzwakte doen verergeren.

Als u een of meer van de bovenstaande geneesmiddelen gebruikt, neem dan contact op met uw arts voordat u

Vantobra gebruikt.

U mag Vantobra niet mengen of verdunnen met een ander geneesmiddel in uw Tolero-vernevelaar die samen

met Vantobra wordt meegeleverd.

Als u meerdere verschillende behandelingen voor cystische fibrose gebruikt, moet u ze in de volgende

volgorde gebruiken:

behandeling met een bronchodilatator, zoals salbutamol

Geneesmiddel niet langer geregistreerd

thoraxfysiotherapie

andere inhalatiegeneesmiddelen

Vantobra

Bespreek deze volgorde ook met uw arts.

Zwangerschap en borstvoeding

Bent u zwanger, denkt u zwanger te zijn, wilt u zwanger worden of geeft u borstvoeding? Neem dan contact

op met uw arts voordat u dit geneesmiddel gebruikt.

Het is niet bekend of inhalatie van dit geneesmiddel tijdens uw zwangerschap bijwerkingen veroorzaakt.

Wanneer tobramycine en andere antibiotica van het aminoglycoside-type met een injectie worden

toegediend, kunnen ze aan een ongeboren kind schade toebrengen, zoals doofheid en nierproblemen.

Als u borstvoeding geeft, moet u contact opnemen met uw arts voordat u dit geneesmiddel gebruikt.

Rijvaardigheid en het gebruik van machines

Het wordt niet verwacht dat Vantobra een invloed heeft op uw rijvaardigheid en het gebruik van machines.

3.

Hoe gebruikt u dit middel?

Gebruik dit geneesmiddel altijd precies zoals uw arts u dat heeft verteld. Twijfelt u over het juiste gebruik?

Neem dan contact op met uw arts.

De aanbevolen dosering is twee ampullen per dag (één ’s ochtends en één ’s avonds) gedurende 28 dagen.

De dosis is dezelfde voor alle personen in de leeftijd van 6 jaar en ouder.

Adem met behulp van de Tolero-vernevelaar de gehele inhoud van één ampul ’s ochtends en van één

ampul ’s avonds via de mond in.

Het beste is een tussenperiode te hebben tussen twee doses die zo dicht mogelijk 12 uur benadert,

maar deze tussenperiode moet minstens 6 uur zijn.

Nadat u uw geneesmiddel gedurende 28 dagen heeft gebruikt, is er een onderbreking van 28 dagen;

tijdens deze onderbreking ademt u geen Vantobra in. Daarna start u een nieuwe kuur na de

onderbreking (zoals geïllustreerd).

Het is belangrijk dat u gedurende uw behandelingsperiode van 28 dagen het geneesmiddel elke dag

tweemaal blijft gebruiken en dat u zich houdt aan de cyclus van 28 dagen met behandeling / 28 dagen

geen behandeling.

Behandeling MET Vantobra

GEEN behandeling met Vantobra

Gebruik Vantobra tweemaal per dag gedurende

28 dagen

Gebruik geen Vantobra gedurende de volgende

28 dagen

Herhaal de cyclus

Blijf Vantobra volgens deze cyclus gebruiken zolang uw arts u dat vertelt.

Als u vragen heeft over hoe lang u Vantobra moet gebruiken, neem dan contact op met uw arts of apotheker.

Vantobra klaarmaken voor inhalatie

Gebruik Vantobra alleen met de Tolero-vernevelaar die hieronder op de afbeelding wordt getoond, om

zeker te zijn dat u de juiste dosis inademt. Gebruik de Tolero-vernevelaar niet voor een ander

geneesmiddel.

Geneesmiddel niet langer geregistreerd

Lees voor het gebruik de gebruiksaanwijzing die met de vernevelaar wordt meegeleverd.

Zorg ervoor dat u een eFlow

rapid

- of eBase-regelaar heeft waarop u de Tolero-vernevelaar kunt

aansluiten. De betreffende regelaar kan afzonderlijk door uw arts worden voorgeschreven of kan

afzonderlijk worden gekocht.

Was uw handen grondig met water en zeep.

Neem net vóór inhalatie één ampul van Vantobra uit het zakje van aluminiumfolie.

Bewaar de rest van het geneesmiddel in de oorspronkelijke doos in de koelkast.

Leg alle onderdelen van uw Tolero-vernevelaar op een schone, droge papieren of stoffen handdoek.

Zorg ervoor dat de vernevelaar op een vlakke, stabiele ondergrond staat.

Zet de Tolero-vernevelaar in elkaar, zoals wordt geïllustreerd in de gebruiksaanwijzing.

Houd de ampul rechtop en tik er zachtjes tegen voordat u het bovenste gedeelte eraf draait, om morsen

te vermijden. Maak de inhoud van één ampul leeg in het medicatiereservoir van de vernevelaar.

Start uw behandeling terwijl u rechtop zit, in een goed verluchte ruimte. Houd de vernevelaar

horizontaal en adem normaal door uw mond. U mag niet door uw neus ademen. Blijf op een

comfortabele manier in- en uitademen totdat de behandeling is voltooid. Wanneer al het geneesmiddel

is afgegeven, hoort u de toon voor “behandeling voltooid”.

Als u uw behandeling om enige reden moet onderbreken, houd dan de aan/uit-knop één hele seconde

ingedrukt. Om de behandeling opnieuw te starten, houdt u de aan/uit-knop nogmaals één hele seconde

ingedrukt zodat de behandeling kan worden hervat.

De Tolero-vernevelaar moet worden gereinigd en gedesinfecteerd, zoals beschreven in de

gebruiksaanwijzing van het hulpmiddel.

Gebruik voor elke behandelingscyclus (28 dagen met behandeling) een nieuwe Tolero-vernevelaar,

zoals met het geneesmiddel wordt meegeleverd.

Gebruik geen alternatief vernevelsysteem dat niet is getest, want dit kan leiden tot verandering van de

hoeveelheid geneesmiddel dat de longen bereikt. Dat kan vervolgens leiden tot een verandering in de

werking en de veiligheid van het geneesmiddel.

Heeft u te veel van dit middel gebruikt?

Als u te veel Vantobra inademt, is het mogelijk dat uw stem erg hees wordt. Neem zo snel mogelijk contact

op met uw arts. Als Vantobra wordt ingeslikt, is het onwaarschijnlijk dat het ernstige problemen veroorzaakt,

aangezien tobramycine in geringe mate wordt geabsorbeerd in de maag, maar u moet toch zo snel mogelijk

contact opnemen met uw arts.

Bent u vergeten dit middel te gebruiken?

Als u Vantobra bent vergeten te gebruiken en uw volgende dosis is minstens 6 uur later gepland, gebruik dan

uw dosis zodra u kunt. Anders moet u wachten tot uw volgende dosis. Gebruik geen dubbele dosis om een

vergeten dosis in te halen.

Als u stopt met het gebruik van dit middel

Stop het gebruik van Vantobra niet, tenzij uw arts u vertelt dat te doen, want het is mogelijk dat uw

longfunctie niet voldoende onder controle is en misschien erger wordt.

Heeft u nog andere vragen over het gebruik van dit geneesmiddel? Neem dan contact op met uw arts of

apotheker.

Geneesmiddel niet langer geregistreerd

4.

Mogelijke bijwerkingen

Zoals elk geneesmiddel kan ook dit geneesmiddel bijwerkingen hebben, al krijgt niet iedereen daarmee te

maken.

Sommige bijwerkingen kunnen ernstig zijn

beklemmend gevoel op de borst met ademhalingsproblemen

(zelden, treft maximaal 1 op de 1.000 personen)

allergische reacties, met inbegrip van netelroos en jeuk

(zeer zelden, treft maximaal 1 op de 10.000 personen).

Als u een van deze bijwerkingen heeft, stop dan met het gebruik van Vantobra en neem onmiddellijk contact

op met uw arts.

Mensen met cystische fibrose hebben veel ziektesymptomen. Deze kunnen nog altijd voorkomen tijdens het

gebruik van Vantobra, maar zouden minder vaak en minder erg moeten zijn dan daarvoor.

Als uw onderliggende longaandoening lijkt te verergeren terwijl u Vantobra gebruikt, moet u onmiddellijk

contact opnemen met uw arts.

Andere bijwerkingen kunnen de volgende zijn:

Soms (kunnen voorkomen bij maximaal 1 op de 100 personen)

kortademigheid

verandering in de stem (heesheid)

meer hoesten

keelpijn

Zelden (kunnen voorkomen bij maximaal 1 op de 1.000 personen)

laryngitis (ontsteking van het strottenhoofd, wat kan leiden tot een verandering in de stem, keelpijn en

slikproblemen)

verlies van de stem

hoofdpijn, zwakte

bloedneus, lopende neus

oorsuizen (normaal van voorbijgaande aard), gehoorverlies, duizeligheid

bloed ophoesten, meer sputum dan normaal produceren, ongemakkelijk gevoel op de borst, astma,

koorts

smaakstoornissen, misselijkheid, aften, braken, verminderde eetlust

huiduitslag

pijn op de borst of pijn in het algemeen

slechtere resultaten van de longfunctietest

Zeer zelden (kunnen voorkomen bij maximaal 1 op de 10.000 personen)

schimmelinfecties in de mond of keel, zoals spruw

opgezwollen lymfeklieren

slaperigheid

oorpijn, oorproblemen

hyperventileren, laag zuurstofgehalte in uw bloed, sinusitis

diarree, pijn in en rondom de maag

rode blaasjes, pukkeltjes/knobbeltjes op de huid

netelroos, jeuk

rugpijn

algemeen gevoel van onwelzijn

Geneesmiddel niet langer geregistreerd

Het melden van bijwerkingen

Krijgt u last van bijwerkingen, neem dan contact op met uw arts of apotheker. Dit geldt ook voor mogelijke

bijwerkingen die niet in deze bijsluiter staan.

U kunt bijwerkingen ook rechtstreeks melden via het nationale

meldsysteem zoals vermeld in aanhangsel V. Door bijwerkingen te melden, kunt u ons helpen meer

informatie te verkrijgen over de veiligheid van dit geneesmiddel.

5.

Hoe bewaart u dit middel?

Buiten het zicht en bereik van kinderen houden.

Gebruik dit geneesmiddel niet meer na de uiterste houdbaarheidsdatum. Die is te vinden op de ampul, het

zakje of de doos na EXP. Daar staat een maand en een jaar. De laatste dag van die maand is de uiterste

houdbaarheidsdatum.

Bewaren in de koelkast (2°C - 8°C). Als u geen koelkast beschikbaar heeft (zoals bij transport van uw

geneesmiddel), kunt u de doos met het geneesmiddel (zakjes geopend of ongeopend) maximaal 4 weken

beneden 25°C bewaren. Als het product langer dan 4 weken bij kamertemperatuur is bewaard, moet het

worden afgevoerd volgens de lokale voorschriften.

Gebruik dit geneesmiddel niet als u merkt dat het troebel is geworden of dat het deeltjes bevat in de

oplossing.

Nooit een geopende ampul bewaren. Na opening moet een ampul onmiddellijk worden gebruikt en alle

restanten van het product moeten worden afgevoerd.

Gooi geneesmiddelen niet in de vuilnisbak. Vraag uw apotheker wat u met geneesmiddelen moet doen die u

niet meer gebruikt. Ze worden dan op een verantwoorde manier vernietigd en komen niet in het milieu

terecht.

6.

Inhoud van de verpakking en overige informatie

Welke stoffen zitten er in dit middel?

De werkzame stof in dit middel is tobramycine. Eén ampul bevat 170 mg tobramycine als

enkelvoudige dosis.

De andere stoffen (hulpstoffen) in dit middel zijn: natriumchloride, calciumchloride,

magnesiumsulfaat, water voor injectie, zwavelzuur en natriumhydroxide voor aanpassing van de pH.

Hoe ziet Vantobra eruit en hoeveel zit er in een verpakking?

Vantobra-verneveloplossing wordt geleverd in een gebruiksklare ampul.

Vantobra is een heldere tot enigszins geelgekleurde oplossing die kan variëren tot een donkerder geel. Dit

wijzigt niets aan de manier waarop Vantobra werkt, op voorwaarde dat de instructies voor bewaren zijn

nageleefd.

Ampullen zijn verpakt in zakjes; één zakje bevat 8 ampullen, hetgeen overeenstemt met een behandeling van

4 dagen.

Vantobra is verkrijgbaar in combinatie met een Tolero-vernevelaar.

Het wordt geleverd in een doos die twee

binnenverpakkingen bevat: één met het geneesmiddel (56 ampullen met verneveloplossing in 7 zakjes) en

één met de vernevelaar. Een verpakking is voldoende voor één behandelingscyclus van 28 dagen.

Geneesmiddel niet langer geregistreerd

Houder van de vergunning voor het in de handel brengen en fabrikant

PARI Pharma GmbH

Moosstrasse 3

D-82319 Starnberg

Duitsland

Tel.:

+49 (0) 89 – 74 28 46 - 10

Fax:

+49 (0) 89 – 74 28 46 30

E-mail: info@paripharma.com

Deze bijsluiter is voor het laatst goedgekeurd in

Andere informatiebronnen

Meer informatie over dit geneesmiddel is beschikbaar op de website van het Europees

Geneesmiddelenbureau: http://www.ema.europa.eu.

Hier vindt u ook verwijzingen naar andere websites over

zeldzame ziektes en hun behandelingen.

Geneesmiddel niet langer geregistreerd

BIJLAGE I

SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN

Geneesmiddel niet langer geregistreerd

1.

NAAM VAN HET GENEESMIDDEL

Vantobra 170 mg verneveloplossing

2.

KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING

Elke ampul van 1,7 ml met enkelvoudige dosis bevat 170 mg tobramycine.

Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.

3.

FARMACEUTISCHE VORM

Verneveloplossing.

Een heldere tot enigszins gele oplossing

4.

KLINISCHE GEGEVENS

4.1

Therapeutische indicaties

Vantobra is geïndiceerd voor de behandeling van een chronische longinfectie ten gevolge van

Pseudomonas

aeruginosa

bij patiënten in de leeftijd van 6 jaar en ouder met cystische fibrose (CF).

De officiële richtlijnen voor het verantwoorde gebruik van antibacteriële middelen moeten in acht worden

genomen.

4.2

Dosering en wijze van toediening

Dosering

De dosis van Vantobra is dezelfde voor alle patiënten binnen het goedgekeurde leeftijdsbereik, ongeacht de

leeftijd of het gewicht. De aanbevolen dosis is één ampul (170 mg/1,7 ml), tweemaal daags toegediend

(d.w.z. een totale dagelijkse dosis is 2 ampullen) gedurende 28 dagen. De tijd tussen de doses moet zo dicht

mogelijk bij 12 uur zijn en mag niet minder dan 6 uur bedragen.

Vantobra wordt ingenomen in afwisselende cycli van 28 dagen. Een cyclus van 28 dagen met actieve

therapie (behandelingsperiode) en 28 dagen zonder behandeling (behandelingsvrije periode) moet worden

aangehouden.

Overgeslagen doses

Wanneer een dosis is overgeslagen en er nog minstens 6 uur resteert tot de volgende dosis, moet de patiënt

de dosis zo snel mogelijk inhaleren. Indien er minder dan 6 uur resteert tot de volgende geplande dosis, moet

de patiënt wachten tot de volgende dosis en mag de patiënt niet meer inhaleren om de overgeslagen dosis in

te halen.

Duur van behandeling

Behandeling moet worden voortgezet in cycli zolang de arts van mening is dat de patiënt klinisch voordeel

heeft van behandeling, rekening houdend met het feit dat er voor Vantobra geen veiligheidsgegevens op

lange termijn beschikbaar zijn. Indien klinische achteruitgang van de longfunctie merkbaar is, dient

aanvullende of alternatieve antipseudomonale therapie te worden overwogen. Zie ook de informatie over

klinisch voordeel en verdraagbaarheid in rubriek 4.4, 4.8 en 5.1.

Speciale populaties

Oudere patiënten (≥ 65 jaar)

Geneesmiddel niet langer geregistreerd

Er zijn onvoldoende gegevens van deze populatie om een aanbeveling voor of tegen dosisaanpassing te

ondersteunen.

Nierfunctiestoornis

Er zijn geen gegevens van deze populatie om een aanbeveling voor of tegen dosisaanpassing van Vantobra te

ondersteunen. Raadpleeg ook de informatie over nefrotoxiciteit in rubriek 4.4 en de informatie over

uitscheiding in rubriek 5.2.

Leverfunctiestoornis

Er zijn geen onderzoeken uitgevoerd bij patiënten met een leverfunctiestoornis. Aangezien tobramycine niet

wordt gemetaboliseerd, wordt geen effect van leverfunctiestoornis verwacht op de blootstelling aan

tobramycine.

Patiënten na orgaantransplantatie

Er bestaan geen toereikende gegevens over het gebruik van tobramycine voor inhalatie bij patiënten na een

orgaantransplantatie. Er kan geen aanbeveling voor of tegen dosisaanpassing worden gedaan voor patiënten

na een orgaantransplantatie.

Pediatrische patiënten

Er is geen relevante toepassing van Vantobra bij kinderen jonger dan 6 jaar.

Wijze van toediening

Gebruik voor inhalatie

Vantobra wordt toegediend via inhalatie met behulp van de Tolero-vernevelaar die in de verpakking wordt

meegeleverd. Voor gedetailleerde instructies over het gebruik, zie rubriek 6.6.

Vantobra mag niet via een andere toedieningsweg worden toegediend en evenmin met een ander hulpmiddel

dan het hulpmiddel dat in de verpakking wordt meegeleverd. Het gebruik van een alternatief

vernevelsysteem dat niet is getest, kan de afzetting van de werkzame stof in de longen veranderen. En dat

kan op zijn beurt de werkzaamheid en veiligheid van het product veranderen.

Wanneer patiënten meerdere geneesmiddelen voor inhalatie en thoraxfysiotherapie krijgen, wordt

aanbevolen dat Vantobra als laatste wordt gebruikt.

4.3

Contra-indicaties

Overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor een van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstof(fen).

4.4

Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik

Ototoxiciteit

Ototoxiciteit, in de vorm van zowel auditieve toxiciteit (gehoorverlies) als vestibulaire toxiciteit, is

gerapporteerd bij gebruik van parenterale aminoglycosiden. Vestibulaire toxiciteit kan zich manifesteren in

de vorm van vertigo, ataxie of duizeligheid. Tinnitus kan een symptoom zijn dat een voorbode is voor

ototoxiciteit en daarom noopt het ontstaan van dit symptoom tot voorzichtigheid.

Auditieve toxiciteit, zoals gemeten aan de hand van klachten van gehoorverlies of audiometrische evaluaties,

is waargenomen bij gebruik van parenterale aminoglycosiden en hier dient mogelijk ook rekening mee te

worden gehouden bij inhalatie als toedieningsweg. Uit open-label onderzoeken en postmarketinggegevens

bleken enkele patiënten met een voorgeschiedenis van langdurig voorafgaand of gelijktijdig gebruik van

intraveneuze aminoglycosiden gehoorverlies te hebben ondervonden. Artsen moeten rekening houden met

het feit dat aminoglycosiden mogelijk vestibulaire en cochleaire toxiciteit kunnen veroorzaken en de

aangewezen auditieve functietests uitvoeren tijdens behandeling met Vantobra.

Geneesmiddel niet langer geregistreerd

Bij patiënten met een voorbestemd risico vanwege een eerdere, langdurige, systemische behandeling met

aminoglycosiden kan het nodig zijn om een audiologisch onderzoek te overwegen voordat de behandeling

met Vantobra wordt gestart. Als een patiënt tinnitus of gehoorverlies meldt tijdens een behandeling met

aminoglycosiden, dient de arts te overwegen hem/haar door te verwijzen voor audiologisch onderzoek.

Nefrotoxiciteit

Nefrotoxiciteit werd geassocieerd met parenterale behandeling met aminoglycosiden. Er waren geen

aanwijzingen voor nefrotoxiciteit tijdens klinische onderzoeken met tobramycine voor inhalatie en Vantobra.

Voorzichtigheid is geboden wanneer Vantobra wordt voorgeschreven aan patiënten van wie bekend is of

wordt vermoed dat ze nierdisfunctie hebben. In overeenstemming met de huidige klinische praktijk moet de

nierfunctie bij aanvang worden geëvalueerd. Ureum- en creatinineconcentraties dienen telkens na 6 volledige

behandelingscycli met Vantobra opnieuw te worden bepaald (180 dagen aminoglycosidebehandeling met de

vernevelaar).

Monitoring van serumconcentraties van tobramycine

Bij patiënten van wie bekend is of wordt vermoed dat ze een gehoor- of nierdisfunctie hebben, moeten de

serumconcentraties van tobramycine worden gecontroleerd. Indien oto- of nefrotoxiciteit optreedt bij een

patiënt die Vantobra krijgt, moet de behandeling met tobramycine worden stopgezet tot de serumconcentratie

onder 2 µg/ml daalt.

Serumconcentraties van meer dan 12 µg/ml worden in verband gebracht met toxiciteit van tobramycine en

behandeling moet worden stopgezet als concentraties dit niveau overschrijden.

De serumconcentratie van tobramycine mag alleen worden gecontroleerd met gevalideerde methoden. Een

bloedafname met een vingerprik wordt niet aanbevolen vanwege het risico op besmetting van het monster.

Bronchospasme

Bronchospasme kan optreden bij inhalatie van geneesmiddelen en is gemeld bij gebruik van tobramycine via

verneveling. Bronchospasme dient medisch gezien op adequate wijze behandeld te worden.

De eerste dosis van Vantobra moet onder toezicht van een arts worden gebruikt, na gebruik van een

bronchodilatator wanneer dit deel uitmaakt van het huidige behandelingsschema van de patiënt. De FEV

dient voor en na de verneveling gemeten te worden.

Indien er aanwijzingen zijn voor bronchospasme ten gevolge van de therapie, moet de arts zorgvuldig nagaan

of de voordelen van verder gebruik van Vantobra opwegen tegen de risico’s voor de patiënt. Indien een

allergische reactie wordt vermoed, moet de behandeling met Vantobra worden stopgezet.

Neuromusculaire stoornissen

Vantobra moet met grote voorzichtigheid worden gebruikt bij patiënten met neuromusculaire stoornissen,

zoals parkinsonisme of andere aandoeningen die worden gekenmerkt door myasthenie, waaronder

myasthenia gravis, omdat aminoglycosiden spierzwakte kunnen verergeren vanwege een mogelijk

curareachtig effect op de neuromusculaire functie.

Hemoptoë

Inhalatie van verneveloplossingen van tobramycine kan een hoestreflex veroorzaken. De behandeling met

Vantobra bij patiënten met actieve, ernstige hemoptoë mag alleen worden gestart als de voordelen van

behandeling opwegen tegen de risico’s van het opwekken van verdere hemorragie.

Ontwikkeling van resistentie

De ontwikkeling van antibioticumresistente

P. aeruginosa

en superinfectie met andere pathogenen houden

mogelijke risico’s in die verband houden met de behandeling met antibiotica. Ontwikkeling van resistentie

tijdens behandeling met tobramycine voor inhalatie kan leiden tot beperkte behandelingsopties tijdens acute

exacerbaties; dit moet worden opgevolgd.

Geneesmiddel niet langer geregistreerd

Overige voorzorgen

Patiënten die tegelijkertijd met parenterale aminoglycosiden (of een geneesmiddel dat invloed heeft op de

renale uitscheiding, zoals diuretica) worden behandeld, moeten op de klinisch aangewezen wijze worden

gecontroleerd, waarbij rekening wordt gehouden met het risico op cumulatieve toxiciteit. Dit omvat controle

van de serumconcentraties van tobramycine.

Er is geen onderzoek naar de veiligheid en werkzaamheid uitgevoerd bij patiënten die zijn gekoloniseerd met

Burkholderia cepacia

4.5

Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie

Er is geen onderzoek naar interacties uitgevoerd. Op basis van het interactieprofiel voor tobramycine na

intraveneuze toediening en toediening via aërosol wordt het gelijktijdige en/of achtereenvolgende gebruik

van Vantobra niet aanbevolen met andere geneesmiddelen die nefrotoxisch of ototoxisch kunnen zijn, zoals:

amfotericine B, cefalotine, ciclosporine, tacrolimus, polymixinen (risico op toename van

nefrotoxiciteit);

platinumverbindingen (risico op toename van nefrotoxiciteit en ototoxiciteit).

Het gelijktijdige gebruik van Vantobra met diuretica (zoals ethacrynezuur, furosemide, ureum of mannitol)

wordt niet aanbevolen. Dergelijke stoffen kunnen de toxiciteit van aminoglycosiden verhogen door

verandering van de antibioticumconcentraties in serum en weefsel (zie rubriek 4.4).

Andere geneesmiddelen waarvan gemeld is dat ze de potentiële toxiciteit van parenteraal toegediende

aminoglycosiden doen toenemen, zijn:

anticholinesterasen, botulinetoxine (neuromusculaire effecten).

In klinische onderzoeken bleven patiënten die tobramycine voor inhalatie gebruikten dornase alfa,

bronchodilatatoren, corticosteroïden voor inhalatie en macroliden gebruiken. Er zijn geen aanwijzingen voor

geneesmiddelinteracties met deze geneesmiddelen gevonden.

4.6

Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding

Zwangerschap

Er zijn beperkte gegevens over het parenterale gebruik van tobramycine bij zwangere vrouwen. Er zijn geen

toereikende gegevens over het gebruik van tobramycine, toegediend via inhalatie, bij zwangere vrouwen. De

resultaten van dieronderzoek duiden niet op een teratogeen effect van tobramycine (zie rubriek 5.3).

Aminoglycosiden zijn echter potentieel schadelijk voor de foetus (bijvoorbeeld congenitale doofheid en

nefrotoxiciteit) wanneer hoge systemische concentraties worden bereikt bij een zwangere vrouw.

Systemische blootstelling na inhalatie van Vantobra is zeer gering (zie rubriek 5.2). Indien Vantobra wordt

gebruikt tijdens de zwangerschap, of wanneer de patiënt zwanger wordt tijdens het gebruik van Vantobra,

moet zij worden geïnformeerd over het potentiële gevaar voor de foetus.

Vantobra mag niet tijdens de zwangerschap worden gebruikt, tenzij de voordelen voor de moeder opwegen

tegen de risico’s voor de foetus of baby.

Borstvoeding

Na systemische toediening wordt tobramycine uitgescheiden in de moedermelk. De hoeveelheid tobramycine

die in de moedermelk wordt uitgescheiden na toediening via inhalatie is niet bekend, hoewel dit naar

schatting zeer gering is gezien de geringe systemische blootstelling. Vanwege de potentiële ototoxiciteit en

nefrotoxiciteit bij zuigelingen moet worden besloten of borstvoeding moet worden gestaakt of dat

behandeling met Vantobra moet worden gestaakt, waarbij het belang van de behandeling voor de moeder in

overweging moet worden genomen.

Vruchtbaarheid

Er is geen effect waargenomen op de mannelijke of vrouwelijke vruchtbaarheid in dieronderzoek na

subcutane toediening (zie rubriek 5.3).

Geneesmiddel niet langer geregistreerd

4.7

Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen

Vantobra heeft geen of een verwaarloosbare invloed op de rijvaardigheid en op het vermogen om machines

te bedienen.

4.8

Bijwerkingen

Samenvatting van het veiligheidsprofiel

In gecontroleerde klinische onderzoeken met Vantobra waren hoesten en dysfonie de meest voorkomende

bijwerkingen bij patiënten met cystische fibrose en met een

P. aeruginosa

-infectie.

Klinische ervaring met verneveloplossingen van tobramycine meldt dysfonie en tinnitus bij patiënten die met

tobramycine werden behandeld. De episoden van tinnitus waren tijdelijk en verdwenen zonder stopzetting

van de behandeling met tobramycine.

Incidenteel kunnen patiënten met een voorgeschiedenis van langdurig voorafgaand of gelijktijdig gebruik

van intraveneuze aminoglycosiden gehoorverlies hebben. Parenterale aminoglycosiden zijn in verband

gebracht met overgevoeligheid, ototoxiciteit en nefrotoxiciteit (zie rubriek 4.4).

Voor Vantobra zijn geen veiligheidsgegevens op lange termijn beschikbaar (zie ook rubriek 5.1).

Lijst van bijwerkingen in tabelvorm

Bijwerkingen die zijn gemeld voor de verneveloplossing van tobramycine worden vermeld in tabel 1.

Bijwerkingen worden vermeld volgens systeem/orgaanklasse in MedDRA. Binnen elk systeem/orgaanklasse

zijn de bijwerkingen gerangschikt volgens frequentie, waarbij de meest voorkomende bijwerkingen eerst

worden vermeld. Binnen iedere frequentiegroep worden bijwerkingen gerangschikt naar afnemende ernst.

Daarnaast wordt de bijbehorende frequentiecategorie gegeven aan de hand van de volgende afspraak: zeer

vaak (≥ 1/10); vaak (≥ 1/100, < 1/10); soms (≥ 1/1.000, < 1/100); zelden (≥ 1/10.000, < 1/1.000); zeer zelden

(< 1/10.000).

Tabel 1

Bijwerkingen

Systeem/orgaanklasse

Frequentiecategorie

Bijwerkingen

Infecties en parasitaire aandoeningen

Zelden

Laryngitis

Zeer zelden

Schimmelinfectie

Orale candidiasis

Bloed- en lymfestelselaandoeningen

Zeer zelden

Lymfadenopathie

Immuunsysteemaandoeningen

Zeer zelden

Overgevoeligheid

Voedings- en stofwisselingsstoornissen

Zelden

Anorexie

Zenuwstelselaandoeningen

Zelden

Duizeligheid

Afonie

Hoofdpijn

Zeer zelden

Somnolentie

Evenwichtsorgaan- en ooraandoeningen

Zelden

Gehoorverlies

Tinnitus

Zeer zelden

Oorpijn

Ooraandoening

Bloedvataandoeningen

Zelden

Haemoptysis

Bloedneus

Geneesmiddel niet langer geregistreerd

Ademhalingsstelsel-, borstkas- en

mediastinumaandoeningen

Soms

Dyspneu

Dysfonie

Faryngitis

Hoesten

Zelden

Astma

Longaandoening

Borstongemak

Productieve hoest

Rhinitis

Bronchospasme

Zeer zelden

Hypoxie

Hyperventilatie

Sinusitis

Maagdarmstelselaandoeningen

Zelden

Braken

Mondulceratie

Nausea

Dysgeusie

Zeer zelden

Diarree

Abdominale pijn

Huid- en onderhuidaandoeningen

Zelden

Rash

Zeer zelden

Urticaria

Pruritus

Skeletspierstelsel- en

bindweefselaandoeningen

Zeer zelden

Rugpijn

Algemene aandoeningen en

toedieningsplaatsstoornissen

Zelden

Asthenie

Pyrexie

Pijn

Borstkaspijn

Zeer zelden

Malaise

Onderzoeken

Zelden

Longfunctietest

verlaagd

Pediatrische patiënten

Er was geen verschil in het veiligheidsprofiel tussen pediatrische patiënten en volwassen patiënten die met

Vantobra werden behandeld.

Melding van vermoedelijke bijwerkingen

Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze

wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd.

Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via

het nationale meldsysteem zoals vermeld in aanhangsel V.

4.9

Overdosering

Toediening door inhalatie leidt tot een lage systemische biologische beschikbaarheid van tobramycine.

Symptomen van een overdosering door toediening via aërosol kunnen onder andere ernstige heesheid zijn.

Geneesmiddel niet langer geregistreerd

Indien Vantobra per ongeluk wordt ingeslikt, is toxiciteit onwaarschijnlijk omdat tobramycine slecht

geabsorbeerd wordt via een intact maagdarmstelsel.

Indien Vantobra per ongeluk intraveneus wordt toegediend kunnen zich klachten en symptomen van

overdosering van parenterale tobramycine voordoen, waaronder duizeligheid, tinnitus, vertigo, verlies van

gehoorscherpte, ademhalingsnood en/of neuromusculaire blokkade en nierfunctiestoornis.

Bij acute toxiciteit moet de toediening van Vantobra onmiddellijk worden gestaakt en moet de nierfunctie als

bij aanvang worden gecontroleerd. Een evaluatie van de serumconcentraties van tobramycine kan nuttig zijn

bij de monitoring van overdosering. In geval van overdosering moet rekening worden gehouden met

mogelijke geneesmiddelinteracties met veranderingen in de uitscheiding van Vantobra of andere

geneesmiddelen.

5.

FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN

5.1

Farmacodynamische eigenschappen

Farmacotherapeutische categorie: antibacteriële middelen voor systemisch gebruik, antibacteriële middelen

van het aminoglycoside-type.

ATC-code: J01GB01

Werkingsmechanisme

Tobramycine is een antibioticum van het aminoglycoside-type dat wordt geproduceerd door

Streptomyces

tenebrarius

. Het werkt voornamelijk door verstoring van de eiwitsynthese, wat leidt tot gewijzigde

celmembraanpermeabiliteit, progressieve verstoring van de celenvelop en uiteindelijk celdood. Het heeft een

bactericide werking bij concentraties gelijk aan of iets groter dan remmende concentraties.

Breekpunten

De vastgestelde gevoeligheidsbreekpunten voor parenterale toediening van tobramycine zijn niet

aangewezen voor het geneesmiddel wanneer het via aërosol wordt toegediend. Sputum van patiënten met

cystische fibrose heeft een remmende werking op de plaatselijke biologische activiteit van via verneveling

toegediende aminoglycosiden. Hierdoor moeten sputumconcentraties na behandeling met tobramycine via

aërosol tien tot vijfentwintig keer boven de Minimaal Remmende Concentratie (MRC) voor zowel de

groeionderdrukking van

P. aeruginosa

als controle van bactericide werking liggen. In gecontroleerde

klinische onderzoeken bereikte 97% van de patiënten die de verneveloplossing van tobramycine kregen

sputumconcentraties van 10 maal de hoogste MRC voor

P. aeruginosa

, gekweekt van de patiënt, en 95%

bereikte concentraties van 25 maal de hoogste MRC.

Gevoeligheid

Bij gebrek aan conventionele gevoeligheidsbreekpunten voor toediening via verneveling, is voorzichtigheid

geboden bij het bepalen of organismen al dan niet gevoelig zijn voor tobramycine, toegediend via

verneveling.

In klinische onderzoeken met TOBI vertoonden de meeste patiënten met

P. aeruginosa

isolaten, met een

MRC < 128 µg/ml als uitgangswaarde voor tobramycine, een verbeterde longfunctie na behandeling met

TOBI. Voor patiënten met een

P. aeruginosa

isolaat met een MRC

128 µg/ml als uitgangswaarde is het

minder waarschijnlijk dat ze een klinische respons vertonen. Uit de placebogecontroleerde onderzoeken

bleek echter dat bij zeven van de 13 patiënten (54%) met een isolaat met een MRC

128 µg/ml de

longfunctie verbeterde bij gebruik van TOBI.

Op basis van

in-vitro-

gegevens en/of ervaring met klinisch onderzoek kan worden verwacht dat de

organismen die geassocieerd worden met longinfecties bij CF als volgt reageren op een behandeling met

Vantobra:

Geneesmiddel niet langer geregistreerd

Gevoelig

Pseudomonas aeruginosa

Haemophilus influenzae

Staphylococcus aureus

Niet gevoelig

Burkholderia

cepacia

Stenotrophomonas

maltophilia

Alcaligenes

xylosoxidans

Uit klinische onderzoeken naar behandeling met het dosisschema van een behandelingsperiode van 28 dagen

en een behandelingsvrije periode van 28 dagen bleek dat er een geringe, maar duidelijke toename was van de

MRC van tobramycine, amikacine en gentamicine voor de geteste

P. aeruginosa

isolaten. Iedere extra

6 maanden behandeling resulteerde in een stapsgewijze toename die in grootte gelijkwaardig is met die zoals

waargenomen in de 6 maanden van gecontroleerde klinische onderzoeken. Het meest voorkomende

resistentiemechanisme van aminoglycoside dat werd waargenomen in

P. aeruginosa,

geïsoleerd bij

chronisch geïnfecteerde patiënten met CF, is impermeabiliteit, wat wordt gedefinieerd door een algemeen

gebrek aan gevoeligheid voor alle aminoglycosiden.

P. aeruginosa

, geïsoleerd bij patiënten met CF, heeft

eveneens aangetoond een adaptieve aminoglycosideresistentie te bezitten die wordt gekenmerkt door een

omkering van de gevoeligheid wanneer het antibioticum wordt weggelaten.

Overige informatie

Er zijn geen aanwijzingen dat patiënten die gedurende maximaal 18 maanden met de verneveloplossing van

tobramycine zijn behandeld een groter risico liepen op infecties met

B. cepacia, S. maltophilia

A. xylosoxidans

dan mag worden verwacht bij patiënten die niet worden behandeld.

Aspergillus

soorten

werden vaker waargenomen in sputum van patiënten die werden behandeld; klinische gevolgen zoals

allergische bronchopulmonale aspergillose (ABPA) werden echter zelden gemeld en met een vergelijkbare

frequentie als in de controlegroep.

Aërosolkenmerken

Tabel 2: Vergelijkende prestatiegegevens voor de klinische test en referentiebatches:

Vantobra/Tolero-vernevelaar

1

en TOBI/PARI LC PLUS

2

Prestatieparameter/ geneesmiddel/

hulpmiddel-combinatie

Vantobra/Tolero

TOBI/PARI

LC PLUS

Totaal

afgegeven

geneesmiddel

[mg ± SD]

96 ± 4,4

101 ± 8,5

Respireerbare

dosis

< 5 µm

[mg ± SD]

72 ± 6,5

65 ± 7,1

Afgiftesnelheid

geneesmiddel [mg/min]

27 ± 5,0

7 ± 0,9

Mass

Median

Aerodynamic

Diameter

[µm ± SD]

3,8 ± 0,3

3,6 ± 0,4

Geometrische

standaarddeviatie

± SD

1,5 ± 0,0

2,3 ± 0,2

Verneveltijd [min]

3,9 ± 0,6

15,3 ± 0,6

*Resultaten van ademsimulatie en cascade-impactormetingen.

aangesloten op een eBase- of eFlow

rapid

-regelaar

aangesloten op een PARI Boy SX-compressor

In tegenstelling tot de PARI LC PLUS-jetvernevelaar is de afgiftesnelheid van het geneesmiddel Vantobra

onafhankelijk van het ademhalingspatroon dat wordt toegepast, d.w.z. volwassene of kind.

Klinische werkzaamheid en veiligheid

Geneesmiddel niet langer geregistreerd

Beperkte gegevens van één gecontroleerd klinisch onderzoek over één behandelingscyclus duiden erop dat

de verbetering in longfunctie boven de uitgangswaarde werd gehandhaafd tijdens de behandelingsvrije

periode van 28 dagen.

Als gevolg van onderzoek 12012.101 nam de verbetering van de longfunctie voor voorspelde FEV1% ten

opzichte van de uitgangswaarde toe met 8,2 ± 9,4% bij Vantobra en met 4,8 ± 9,6% bij de referentietherapie

tijdens de eerste behandelingscyclus, waaruit niet-inferieure (p=0,0005) werkzaamheid blijkt. De afname van

CFU als aanwijzing voor onderdrukking van

P. aeruginosa

was vergelijkbaar voor Vantobra en het

referentieproduct.

5.2

Farmacokinetische eigenschappen

Absorptie en distributie

De verwachting is dat de systemische blootstelling aan tobramycine na inhalatie van Vantobra hoofdzakelijk

voortvloeit uit het geïnhaleerde deel van het geneesmiddel aangezien tobramycine niet in enige aanzienlijke

mate wordt geabsorbeerd wanneer het via de orale weg wordt toegediend.

Inhalatie van tobramycine via

verneveling leidt tot hoge sputumconcentraties en lage plasmaspiegels.

Zie tabel 2 in rubriek 5.1 voor vergelijkende aërosolgegevens.

Aan het einde van een 4 weken durende doseringscyclus van Vantobra (170 mg/1,7 ml tweemaal daags) bij

patiënten met cystische fibrose werden maximale plasmaconcentraties (C

) van tobramycine van

1,27 ± 0,81 µg/ml bereikt ongeveer één uur na inhalatie. Sputumconcentraties waren hoger en varieerden

meer met een C

van 1.951 + 2.187 µg/g. Na toediening van een enkele dosis van Vantobra 170 mg aan

gezonde vrijwilligers werd een C

van 1,1 + 0,4 µg/ml bereikt na een t

van ongeveer 4 uur.

Distributie

Minder dan 10% tobramycine wordt aan plasma-eiwitten gebonden.

Biotransformatie

Tobramycine wordt niet gemetaboliseerd en wordt voornamelijk in onveranderde vorm in de urine

uitgescheiden.

Eliminatie

De eliminatie van via inhalatie toegediend tobramycine is niet onderzocht.

Na intraveneuze toediening wordt systemisch geabsorbeerd tobramycine geëlimineerd door middel van

glomerulaire filtratie. De eliminatiehalfwaardetijd van tobramycine uit serum bedraagt ongeveer 2 uur.

Niet-geabsorbeerde tobramycine na toediening via inhalatie wordt waarschijnlijk hoofdzakelijk geëlimineerd

in opgehoest sputum.

5.3

Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek

Niet-klinische gegevens duiden erop dat het grootste risico voor mensen bestaat uit renale toxiciteit en

ototoxiciteit. Deze gegevens zijn afkomstig van conventioneel onderzoek op het gebied van

veiligheidsfarmacologie, toxiciteit bij herhaalde dosering, genotoxiciteit, carcinogeen potentieel,

reproductie- en ontwikkelingstoxiciteit. Bij onderzoeken op het gebied van toxiciteit bij herhaalde dosering

is gebleken dat de nieren en de evenwichts-/cochleaire functies doelorganen zijn voor toxiciteit. Doorgaans

wordt toxiciteit waargenomen bij hogere systemische tobramycinespiegels dan de spiegels die kunnen

worden bereikt door middel van inhalatie van de aanbevolen klinische dosis.

Er is geen onderzoek naar reproductietoxicologie uitgevoerd met via inhalatie toegediend tobramycine.

Subcutane toediening bij doses van 100 mg/kg/dag bij ratten en de maximaal verdraagbare dosis van

20 mg/kg/dag bij konijnen tijdens organogenese was niet teratogeen. Teratogeniciteit kon niet worden

onderzocht bij hogere parenterale doses bij konijnen aangezien deze leidden tot maternale toxiciteit en

Geneesmiddel niet langer geregistreerd

abortus. Op basis van beschikbare gegevens uit dieronderzoek kan de kans op toxiciteit (bijvoorbeeld

ototoxiciteit) bij prenatale blootstellingsniveaus niet worden uitgesloten. Tobramycine verstoorde de

vruchtbaarheid niet bij mannetjes- of vrouwtjesratten bij subcutane doses tot 100 mg/kg/dag.

6.

FARMACEUTISCHE GEGEVENS

6.1

Lijst van hulpstoffen

Natriumchloride

Calciumchloride

Magnesiumsulfaat

Zwavelzuur (voor aanpassing van de pH)

Natriumhydroxide (voor aanpassing van de pH)

Water voor injectie

6.2

Gevallen van onverenigbaarheid

Bij gebrek aan onderzoek naar onverenigbaarheden, mag dit geneesmiddel niet met andere geneesmiddelen

in de vernevelaar gemengd worden.

6.3

Houdbaarheid

3 jaar

De inhoud van een ampul met enkelvoudige dosis moet onmiddellijk na opening worden gebruikt (zie

rubriek 6.6).

Stabiliteit na opening van het zakje: 4 weken wanneer bewaard beneden 25°C.

6.4

Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren

Bewaren in de koelkast (2

C - 8

Voor de bewaarcondities van het geneesmiddel na opening, zie rubriek 6.3.

6.5

Aard en inhoud van de verpakking

Vantobra wordt geleverd in ampullen van polyethyleen (PE) die zijn verpakt in zakjes (8 ampullen per

zakje).

De buitenverpakking bevat:

één doos met het geneesmiddel: 56 ampullen met verneveloplossing in 7 zakjes.

één doos met de Tolero-vernevelaar.

6.6

Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen en andere instructies

De inhoud van één ampul moet worden geledigd in het medicatiereservoir van de Tolero-vernevelaar en

toegediend via inhalatie totdat er geen geneesmiddel over is in het reservoir. De Tolero-vernevelaar kan

worden gebruikt met ofwel een eBase-regelaar of met de eFlow

rapid

-regelaar. De prestatieparameters uit

in

vitro

-onderzoeken naar aërosolkenmerken zijn identiek voor de twee regelaars en worden vermeld in

rubriek 5.1, tabel 2.

De verneveling moet in een goed verluchte ruimte plaatsvinden.

De vernevelaar moet tijdens het gebruik horizontaal worden gehouden.

Geneesmiddel niet langer geregistreerd

De patiënt moet tijdens de inhalatie rechtop zitten. Inhalatie moet plaatsvinden door toepassing van

een normaal ademhalingspatroon zonder onderbreking.

De Tolero-vernevelaar moet worden gereinigd en gedesinfecteerd, zoals beschreven in de

gebruiksaanwijzing van het hulpmiddel.

Vantobra is een heldere tot enigszins gele oplossing, maar enige variatie in kleur kan worden waargenomen.

Dit wijst niet op een verlies aan werkzaamheid wanneer het product wordt bewaard zoals aanbevolen.

Vantobra-oplossing is een steriele, waterige bereiding uitsluitend voor eenmalig gebruik. Omdat het geen

conserveermiddelen bevat, moet de inhoud van de hele ampul onmiddellijk na opening worden gebruikt en

moet alle ongebruikte oplossing worden afgevoerd. Geopende ampullen mogen nooit worden bewaard voor

hergebruik.

Gebruik voor elke behandelingscyclus (28 dagen met behandeling) een nieuwe Tolero-vernevelaar, zoals met

het geneesmiddel wordt meegeleverd.

Al het ongebruikte geneesmiddel of afvalmateriaal dient te worden vernietigd overeenkomstig lokale

voorschriften.

7.

HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN

PARI Pharma GmbH

Moosstrasse 3

D-82319 Starnberg

Duitsland

Tel.:

+49 (0) 89 – 74 28 46 - 10

Fax:

+49 (0) 89 – 74 28 46 - 30

E-mail: info@paripharma.com

8.

NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN

EU/1/14/932/001

9.

DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/VERLENGING VAN DE

VERGUNNING

18 maart 2015

10.

DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST

Gedetailleerde informatie over dit geneesmiddel is beschikbaar op de website van het Europees

Geneesmiddelenbureau http://www.ema.europa.eu.

Geneesmiddel niet langer geregistreerd

30 Churchill Place Canary Wharf London E14 5EU United Kingdom

An agency of the European

Union

Telephone

+44 (0)20 3660 6000

Facsimile

+44 (0)20 3660 5555

Send a question via our website www.ema.europa.eu/contact

© European Medicines Agency, 2015. Reproduction is authorised provided the source is acknowledged.

EMA/169512/2015

EMEA/H/C/002633

EPAR-samenvatting voor het publiek

Vantobra

tobramycine

Dit document is een samenvatting van het Europees openbaar beoordelingsrapport (EPAR) voor

Vantobra. Het geeft uitleg over de wijze waarop het Geneesmiddelenbureau het geneesmiddel met het

oog op vergunningverlening in de EU en vaststelling van de gebruiksvoorwaarden heeft beoordeeld.

Het is niet bedoeld als praktisch advies voor het gebruik van Vantobra.

Lees de bijsluiter of neem contact op met uw arts of apotheker voor praktische informatie over het

gebruik van Vantobra.

Wat is Vantobra en wanneer wordt het voorgeschreven?

Vantobra is een antibioticum dat wordt gebruikt voor de behandeling van langdurige longinfectie ten

gevolge van de bacterie Pseudomonas aeruginosa bij patiënten van zes jaar en ouder met cystische

fibrose. Cystische fibrose is een erfelijke ziekte waarbij sprake is van ophoping van dik slijm in de

longen, waardoor bacteriën gemakkelijker kunnen groeien en infecties veroorzaken. Infecties bij

patiënten met cystische fibrose worden vaak veroorzaakt door P. aeruginosa.

Alvorens Vantobra te gebruiken, moeten artsen hun officiële richtsnoeren over het correcte gebruik

van antibiotica raadplegen.

Vantobra is een ‘hybride geneesmiddel’. Het bevat de werkzame stof tobramycine, dezelfde werkzame

stof als die van het referentiegeneesmiddel Tobi. Beide geneesmiddelen zijn verkrijgbaar in de vorm

van een verneveloplossing. Vantobra verschilt echter van Tobi doordat het een hogere concentratie

van de werkzame stof heeft en wordt geïnhaleerd met een ander type vernevelaar.

Hoe wordt Vantobra gebruikt?

Vantobra is verkrijgbaar in de vorm van een verneveloplossing in verpakkingen met een enkelvoudige

dosis genaamd ‘ampullen’. Het is uitsluitend op doktersvoorschrift verkrijgbaar.

Geneesmiddel niet langer geregistreerd

Vantobra

EMA/169512/2015

Blz. 2/3

Vantobra wordt geïnhaleerd met behulp van een zogenoemde Tolero-vernevelaar, die van de oplossing

in de ampul een fijne nevel maakt. Het geneesmiddel mag niet met een ander apparaat worden

geïnhaleerd.

De aanbevolen dosis is één ampul tweemaal daags, het liefst met een tussenpoos van twaalf uur. Na

28 dagen behandeling onderbreekt de patiënt de behandeling gedurende 28 dagen, waarna hij nog een

behandeling van 28 dagen start. De behandelingscycli kunnen worden herhaald zolang de arts vindt

dat de patiënt er baat bij heeft.

Als de patiënt ook andere inhalatiebehandelingen of thoraxfysiotherapie krijgt, wordt aanbevolen dat

Vantobra als laatste wordt gebruikt.

Hoe werkt Vantobra?

De werkzame stof in Vantobra, tobramycine, behoort tot de groep van antibiotica die ‘aminoglycosiden’

worden genoemd. Het werkt door belemmering van de aanmaak van eiwitten die P. aeruginosa nodig

heeft om zijn celwanden op te bouwen. Hierdoor worden de bacteriën beschadigd en uiteindelijk

gedood.

Welke voordelen bleek Vantobra tijdens de studies te hebben?

Tobramycine wordt al een aantal jaren gebruikt voor de behandeling van infectie met P. aeruginosa bij

patiënten met cystische fibrose en de aanvrager heeft gegevens uit de literatuur overgelegd om het

gebruik van Vantobra te ondersteunen.

Daarnaast verrichtte de aanvrager een ‘bio-equivalentieonderzoek’ bij 58 patiënten met cystische

fibrose van zes jaar en ouder om te bepalen of Vantobra vergelijkbare spiegels van de werkzame stof

in het lichaam produceert als het referentiegeneesmiddel Tobi. Uit de resultaten van het onderzoek

bleek dat Vantobra als vergelijkbaar met Tobi kan worden beschouwd.

Welke risico’s houdt het gebruik van Vantobra in?

Vantobra heeft niet vaak bijwerkingen. De volgende bijwerkingen worden echter waargenomen bij 1

tot 10 op de 1 000 patiënten: dyspneu (moeizame ademhaling), dysfonie (heesheid), faryngitis

(keelpijn) en hoesten. Zie de bijsluiter voor het volledige overzicht van alle bijwerkingen en

beperkende voorwaarden.

Waarom is Vantobra goedgekeurd?

Het Comité voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik (CHMP) van het Geneesmiddelenbureau heeft

geconcludeerd dat de voordelen van Vantobra groter zijn dan de risico's en heeft geadviseerd dit

middel voor gebruik in de EU goed te keuren. Het CHMP merkte op dat inhalatie-tobramycine de

‘gouden standaard’ was voor de behandeling van infectie met P. aeruginosa bij patiënten met cystische

fibrose en dat sommige patiënten de drogepoedervorm niet kunnen gebruiken omdat ze deze niet

verdragen. Voor deze patiënten zou Vantobra, dat wordt geïnhaleerd als een oplossing uit een

vernevelaar, een nuttig alternatief zijn.

Bovendien is de tijd die het kost om Vantobra te inhaleren korter dan voor andere tobramycine-

vernevelaars en vergelijkbaar met de tijd die het kost om het droge poeder te inhaleren. Vantobra

biedt daarom het voordeel van een groter gebruiksgemak en een grotere kans dat patiënten zich aan

hun behandeling houden.

Geneesmiddel niet langer geregistreerd

Vantobra

EMA/169512/2015

Blz. 3/3

Wat de veiligheid betreft, merkte het Comité op dat het veiligheidsprofiel van inhalatie-tobramycine

goed bekend was. Er waren geen ongebruikelijke veiligheidsbevindingen met Vantobra.

Welke maatregelen worden er genomen om een veilig en doeltreffend

gebruik van Vantobra te waarborgen?

Om een zo veilig mogelijk gebruik van Vantobra te waarborgen, is een risicobeheerplan opgesteld. Op

basis van dit plan is in de samenvatting van de productkenmerken en de bijsluiter van Vantobra

veiligheidsinformatie opgenomen, onder andere over de gepaste voorzorgsmaatregelen die

professionele zorgverleners en patiënten moeten nemen.

Meer informatie is te vinden in de samenvatting van het risicobeheerplan

Overige informatie over Vantobra

De Europese Commissie heeft op 18 maart 2015 een in de hele Europese Unie geldige vergunning voor

het in de handel brengen van Vantobra verleend.

Het volledige EPAR en de samenvatting van het risicobeheerplan voor Vantobra zijn te vinden op de

website van het Europees Geneesmiddelenbureau: ema.europa.eu/Find medicine/Human

medicines/European public assessment reports. Lees de bijsluiter (ook onderdeel van het EPAR) of

neem contact op met uw arts of apotheker voor meer informatie over de behandeling met Vantobra.

Deze samenvatting is voor het laatst bijgewerkt in 03-2015.

Geneesmiddel niet langer geregistreerd

Aðrar vörur

search_alerts

share_this_information