Nuwiq

Evrópusambandið - hollenska - EMA (European Medicines Agency)

Kauptu það núna

Upplýsingar fylgiseðill PIL
Vara einkenni SPC
Opinber matsskýrsla PAR
Virkt innihaldsefni:
simoctocog alfa
Fáanlegur frá:
Octapharma AB
ATC númer:
B02BD02
INN (Alþjóðlegt nafn):
simoctocog alfa
Meðferðarhópur:
Bloedstollingsfactoren
Lækningarsvæði:
Hemophilia A
Ábendingar:
Behandeling en profylaxe van bloedingen bij patiënten met hemofilie A (aangeboren factor VIII-deficiëntie). Nuwiq kan worden gebruikt voor alle leeftijd groepen.
Vörulýsing:
Revision: 7
Leyfisstaða:
Erkende
Leyfisnúmer:
EMEA/H/C/002813
Leyfisdagur:
2014-07-22
EMEA númer:
EMEA/H/C/002813

Skjöl

Opinber matsskýrsla Opinber matsskýrsla - búlgarska
Opinber matsskýrsla Opinber matsskýrsla - tékkneska
Opinber matsskýrsla Opinber matsskýrsla - eistneska
Opinber matsskýrsla Opinber matsskýrsla - lettneska
Opinber matsskýrsla Opinber matsskýrsla - litháíska
Opinber matsskýrsla Opinber matsskýrsla - ungverska
Opinber matsskýrsla Opinber matsskýrsla - maltneska
Opinber matsskýrsla Opinber matsskýrsla - portúgalska
Opinber matsskýrsla Opinber matsskýrsla - rúmenska
Opinber matsskýrsla Opinber matsskýrsla - slóvakíska
Opinber matsskýrsla Opinber matsskýrsla - slóvenska
Samantekt á eiginleikum vöru Samantekt á eiginleikum vöru - norskt bókmál
Opinber matsskýrsla Opinber matsskýrsla - króatíska

B. BIJSLUITER

Bijsluiter: informatie voor de gebruiker

Nuwiq 250 IE

poeder en oplosmiddel voor oplossing voor injectie

Nuwiq 500 IE

poeder en oplosmiddel voor oplossing voor injectie

Nuwiq 1000 IE

poeder en oplosmiddel voor oplossing voor injectie

Nuwiq 2000 IE

poeder en oplosmiddel voor oplossing voor injectie

Nuwiq 2500 IE

poeder en oplosmiddel voor oplossing voor injectie

Nuwiq 3000 IE

poeder en oplosmiddel voor oplossing voor injectie

Nuwiq 4000 IE

poeder en oplosmiddel voor oplossing voor injectie

simoctocog alfa (recombinant humane stollingsfactor VIII)

Lees goed de hele bijsluiter voordat u dit geneesmiddel gaat gebruiken want er staat belangrijke

informatie in voor u.

Bewaar deze bijsluiter. Misschien heeft u hem later weer nodig.

Heeft u nog vragen? Neem dan contact op met uw arts.

Geef dit geneesmiddel niet door aan anderen, want het is alleen aan u voorgeschreven. Het kan

schadelijk zijn voor anderen, ook al hebben zij dezelfde klachten als u.

Krijgt u last van een van de bijwerkingen die in rubriek 4 staan? Of krijgt u een bijwerking die

niet in deze bijsluiter staat? Neem dan contact op met uw arts.

Inhoud van deze bijsluiter

Wat is Nuwiq en waarvoor wordt dit middel gebruikt?

Wanneer mag u dit middel niet gebruiken of moet u er extra voorzichtig mee zijn?

Hoe gebruikt u dit middel?

Mogelijke bijwerkingen

Hoe bewaart u dit middel?

Inhoud van de verpakking en overige informatie

1.

Wat is Nuwiq en waarvoor wordt dit middel gebruikt?

Nuwiq bevat de werkzame stof humane recombinante stollingsfactor VIII (simoctocog alfa).

Factor VIII is nodig om het bloed te laten stollen en het bloeden te stoppen. Bij patiënten met

hemofilie A (aangeboren factor VIII-tekort) ontbreekt factor VIII of werkt het niet naar behoren.

Nuwiq vervangt de ontbrekende factor VIII en wordt gebruikt om bloedingen bij patiënten met hemofilie

A te behandelen en te voorkómen. Het kan worden gebruikt door alle leeftijdsgroepen.

2.

Wanneer mag u dit middel niet gebruiken of moet u er extra voorzichtig mee zijn?

Wanneer mag u dit middel niet gebruiken?

U bent allergisch voor één van de stoffen in dit geneesmiddel. Deze stoffen kunt u vinden in

rubriek 6.

Als u hier niet zeker over bent, neem dan contact op met uw arts.

Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit middel?

Neem contact op met uw arts voordat u dit middel gebruikt.

Er bestaat een zeer kleine kans dat u een anafylactische reactie (een ernstige, plotselinge allergische

reactie) op Nuwiq krijgt. U moet alert zijn op de vroege verschijnselen van allergische reacties die

vermeld staan in rubriek 4 "Allergische reacties".

Als een van deze symptomen optreedt, stop dan de injectie onmiddellijk en neem contact op met uw

arts.

De vorming van remmers (antistoffen) is een bekende complicatie die kan optreden bij behandeling

met alle geneesmiddelen met factor VIII. Deze remmers verhinderen – vooral in grote aantallen – dat

de behandeling goed werkt. U of uw kind zal dan ook zorgvuldig worden gecontroleerd op de vorming

van deze remmers. Als uw bloeding of de bloeding van uw kind niet onder controle gehouden wordt

met Nuwiq, raadpleeg dan onmiddellijk uw arts.

Complicaties met betrekking tot hart en vaten

Bij patiënten met bestaande cardiovasculaire risicofactoren (dat wil zeggen risicofactoren met

betrekking tot hart en vaten) kan substitutiebehandeling met FVIII het cardiovasculaire risico

verhogen.

Kathetergerelateerde complicaties

Als u een centraal veneuze katheter nodig heeft, dan dient er rekening te worden gehouden met het

risico op complicaties in verband met het gebruik van de katheter, waaronder lokale infecties,

aanwezigheid van bacteriën in het bloed en trombose op de katheterplaats.

Het wordt sterk aanbevolen de naam en het batchnummer van het product te noteren bij elke

toediening van Nuwiq om een verband te kunnen leggen tussen u en de batch van het geneesmiddel.

Gebruikt u nog andere geneesmiddelen?

Gebruikt u naast Nuwiq nog andere geneesmiddelen, of heeft u dat kort geleden gedaan of bestaat de

mogelijkheid dat u in de nabije toekomst andere geneesmiddelen gaat gebruiken? Vertel dat dan uw

arts.

Zwangerschap en borstvoeding

Bent u zwanger, denkt u zwanger te zijn, wilt u zwanger worden of geeft u borstvoeding? Neem dan

contact op met uw arts voordat u dit geneesmiddel gebruikt.

Rijvaardigheid en het gebruik van machines

Nuwiq heeft geen invloed op uw rijvaardigheid en op uw vermogen om machines te bedienen.

Nuwiq bevat natrium

Dit geneesmiddel bevat minder dan 1 mmol natrium (23 mg) per injectieflacon, dat wil zeggen dat het

in wezen ‘natriumvrij’ is.

Afhankelijk van lichaamsgewicht en dosering kan het echter zijn dat u meer dan één injectieflacon

krijgt toegediend. Hier dient rekening mee te worden gehouden als u een natriumarm dieet volgt.

3.

Hoe gebruikt u dit middel?

De behandeling met Nuwiq zal worden gestart door een arts die ervaren is in de behandeling van

patiënten met hemofilie A. Gebruik dit geneesmiddel altijd precies zoals uw arts of verpleegkundige u

dat heeft verteld. Twijfelt u over het juiste gebruik? Neem dan contact op met uw arts of

verpleegkundige.

Nuwiq wordt gewoonlijk in een ader geïnjecteerd (intraveneus) door uw arts of een verpleegkundige

die ervaren zijn in de behandeling van patiënten met hemofilie A. U of iemand anders kan ook uw

Nuwiq-injectie geven, maar alleen na voldoende training.

Uw arts zal uw dosis Nuwiq berekenen (in Internationale Eenheden = IE) op basis van uw toestand en

lichaamsgewicht, en van het feit of het wordt gebruikt om bloedingen te voorkómen of te behandelen.

Hoe vaak u een injectie nodig heeft, zal afhankelijk zijn van hoe goed dit middel bij u werkt.

Gewoonlijk is de behandeling voor hemofilie A een levenslange behandeling.

Het voorkómen van bloedingen

De gebruikelijke dosis Nuwiq is 20 tot 40 IE per kg lichaamsgewicht, om de 2 tot 3 dagen. In

sommige gevallen, vooral bij jongere patiënten, kunnen de injecties echter vaker nodig zijn of hogere

doses noodzakelijk zijn.

Het behandelen van bloedingen

De dosis Nuwiq wordt berekend op basis van uw lichaamsgewicht en de factor VIII-spiegels die

moeten worden bereikt. De factor VIII-spiegels waarnaar wordt gestreefd, zullen afhankelijk zijn van

de ernst en plaats van de bloeding.

Als u de indruk heeft dat de werking van Nuwiq onvoldoende is, neem dan contact op met uw arts.

Uw arts zal de juiste laboratoriumtesten laten uitvoeren om ervoor te zorgen dat u de juiste factor VIII-

spiegels heeft. Dit is vooral belangrijk als u een grote operatie ondergaat.

Patiënten die factor VIII-remmers ontwikkelen

Als de factor VIII in uw plasma de verwachte spiegels niet bereikt met Nuwiq, of als de bloeding niet

voldoende wordt gestopt, dan kan dat worden veroorzaakt door de ontwikkeling van factor VIII-

remmers. Dit zal worden onderzocht door uw arts. U kunt eventueel een hogere dosis Nuwiq nodig

hebben, of een ander product, om de bloedingen onder controle te brengen. Verhoog de totale dosis

Nuwiq niet om uw bloeding onder controle te brengen niet zonder met uw arts te overleggen.

Gebruik bij kinderen en jongeren tot 18 jaar

De manier waarop Nuwiq bij kinderen en jongeren tot 18 jaar wordt gebruikt, verschilt niet van de

manier waarop het bij volwassenen wordt gebruikt. Omdat factor VIII-producten bij kinderen en

jongeren tot 18 jaar mogelijk vaker moeten worden gebruikt, kan het zijn dat een centraal veneuze

katheter moet worden aangebracht. Een centraal veneuze katheter is een externe verbinding die via een

katheter toegang tot de bloedbaan verschaft zonder dat een injectie door de huid nodig is.

Heeft u te veel van dit middel gebruikt?

Er zijn geen symptomen van overdosering gerapporteerd. Als u meer Nuwiq heeft geïnjecteerd dan

zou moeten, informeer dan uw arts.

Bent u vergeten dit middel te gebruiken?

Neem geen dubbele dosis om een overgeslagen dosis in te halen. Ga direct verder met de volgende

dosis en ga door zoals geadviseerd door uw arts.

Als u stopt met het gebruik van dit middel

Stop niet met het gebruik van Nuwiq zonder uw arts te raadplegen.

Heeft u nog andere vragen over het gebruik van dit geneesmiddel? Neem dan contact op met uw arts.

4.

Mogelijke bijwerkingen

Zoals elk geneesmiddel kan ook dit geneesmiddel bijwerkingen hebben, al krijgt niet iedereen daarmee

te maken.

Allergische reacties

U dient alert te zijn op de vroege verschijnselen van allergische reacties. Als ernstige, plotselinge

allergische reacties (anafylaxie) optreden (zeer zelden, kunnen voorkomen bij maximaal 1 op 10.000

personen), moet de injectie onmiddellijk worden gestopt. U moet direct contact opnemen met uw arts

als u een van de volgende symptomen opmerkt:

huiduitslag, netelroos, verhoogde, geïrriteerde rode plekken op de huidjeuk over het lichaam

zwelling van de lippen en de tong

moeite met ademhalen, piepende ademhaling, beklemd gevoel op de borst

algemeen gevoel van onbehagen

duizeligheid en bewustzijnsverlies

Deze symptomen kunnen vroege symptomen van een anafylactische shock zijn. Als een van deze

symptomen optreedt, stop de injectie dan onmiddellijk en neem contact op met uw arts. Ernstige

symptomen vereisen onmiddellijke spoedbehandeling.

Zeer vaak voorkomende bijwerkingen kunnen voorkomen bij meer dan 1 op de 10 personen

Factor VIII-remmers in niet eerder behandelde patiënten.

Bij kinderen en jongeren tot 18 jaar die niet eerder zijn behandeld met geneesmiddelen met

factor VIII, vormen zich zeer vaak (bij meer dan 1 op de 10 patiënten) remmende antistoffen (zie

rubriek 2).

Echter, bij patiënten die eerder zijn behandeld met factor VIII (meer dan 150 behandelingsdagen),

komt dit slechts soms voor (bij minder dan 1 op de 100 patiënten). Als het gebeurt, is het mogelijk dat

uw geneesmiddelen of de geneesmiddelen van uw kind niet meer goed werken en dat u of uw kind

aanhoudende bloedingen heeft. Als dit het geval is, moet u onmiddellijk contact opnemen met uw arts.

Vaak voorkomende bijwerkingen kunnen voorkomen bij maximaal 1 op de 10 personen

Overgevoeligheid, koorts.

Soms voorkomende bijwerkingen kunnen voorkomen bij maximaal 1 op de 100 personen

Tintelend of doof gevoel (paresthesie), hoofdpijn, ontsteking op de plaats van injectie, pijn op de

plaats van injectie, rugpijn, draaiduizeligheid, droge mond, duizeligheid, een vaag gevoel van

lichamelijk ongemak, kortademigheid, bloedarmoede veroorzaakt door bloedingen (hemorragische

anemie), niet-neutraliserende antistof positief (in eerder behandelde patiënten).

Het melden van bijwerkingen

Krijgt u last van bijwerkingen, neem dan contact op met uw arts. Dit geldt ook voor bijwerkingen die

niet in deze bijsluiter staan. U kunt bijwerkingen ook rechtstreeks melden via het nationale

meldsysteem zoals vermeld in aanhangsel V. Door bijwerkingen te melden kunt u ons helpen meer

informatie te verkrijgen over de veiligheid van dit geneesmiddel.

5.

Hoe bewaart u dit middel?

Buiten het zicht en bereik van kinderen houden.

Gebruik dit geneesmiddel niet meer na de uiterste gebruiksdatum. Die is te vinden op het etiket van de

doos en de injectieflacon na EXP. Daar staat een maand en een jaar. De laatste dag van die maand is

de uiterste houdbaarheidsdatum.

Bewaren in de koelkast (2°C – 8°C). Niet in de vriezer bewaren. De injectieflacon in de

oorspronkelijke verpakking bewaren ter bescherming tegen licht.

Vóór bereiding kan het poeder van Nuwiq gedurende één enkele periode van maximaal 1 maand op

kamertemperatuur worden bewaard (maximaal 25°C). Noteer op de buitenverpakking de datum

waarop u u Nuwiq begint te bewaren op kamertemperatuur. Het product mag daarna niet opnieuw in

de koelkast worden bewaard.

Gebruik de klaargemaakte oplossing direct na bereiding.

Gebruik dit geneesmiddel niet als u ziet dat de beveiligde verpakking van vooral de spuit en/of de

injectieflacon is aangetast.

Spoel geneesmiddelen niet door de gootsteen of de WC en gooi ze niet in de vuilnisbak. Vraag uw

apotheker wat u met geneesmiddelen moet doen die u niet meer gebruikt. Ze worden dan op een

verantwoorde manier vernietigd en komen niet in het milieu terecht.

6.

Inhoud van de verpakking en overige informatie

Welke stoffen zitten er in dit middel?

Poeder:

De werkzame stof in dit middel is de recombinante humane stollingsfactor VIII (simoctocog

alfa).

Elke injectieflacon met poeder bevat 250, 500, 1000, 2000, 2500, 3000 of 4000 IE simoctocog

alfa.

Elke gereconstitueerde oplossing bevat ongeveer 100, 200, 400, 800, 1000, 1200 of 1600 IE/ml

simoctocog alfa.

De andere stoffen in dit middel zijn sucrose, natriumchloride, calciumchloridedihydraat,

arginine hydrochloride, natriumcitraatdihydraat en poloxameer 188. Zie rubriek 2, “Nuwiq

bevat natrium”.

Oplosmiddel:

water voor injecties

Hoe ziet Nuwiq eruit en hoeveel zit er in een verpakking?

Nuwiq is een poeder en oplosmiddel voor oplossing voor injectie. Het poeder is een wit tot gebroken

wit poeder in een injectieflacon van glas. Het oplosmiddel is water voor injecties in een voorgevulde

glazen spuit.

Na bereiding is de oplossing helder, kleurloos en vrij van vreemde deeltjes.

Elke verpakking van Nuwiq bevat:

1 injectieflacon poeder met 250, 500, 1000, 2000, 2500, 3000 of 4000 IE simoctocog alfa

1 voorgevulde spuit met 2,5 ml water voor injecties

1 injectieflaconadapter

1 vleugelnaald

2 alcoholdoekjes

Houder van de vergunning voor het in de handel brengen en fabrikant

Octapharma AB, Lars Forssells gata 23, 112 75 Stockholm, Zweden

Voor informatie over dit geneesmiddel kunt u contact opnemen met de lokale vertegenwoordiger van

de houder van de vergunning voor het in de handel brengen:

België/Belgique/Belgien

Octapharma Benelux (Belgium)

Tél/Tel: +32 2 3730890

Lietuva

Octapharma Nordic AB (Sweden)

Tel: +46 8 56643000

България

Octapharma Nordic AB (Sweden)

Teл.: +46 8 56643000

Luxembourg/Luxemburg

Octapharma Benelux (Belgium)

Tél/Tel: +32 2 3730890

Česká republika

Octapharma CZ s.r.o.

Tel: +420 266 793 510

Magyarország

Octapharma Nordic AB (Sweden)

Tel: +46 8 56643000

Danmark

Octapharma Nordic AB (Sweden)

Tlf: +46 8 56643000

Malta

Octapharma Nordic AB (Sweden)

Tel: +46 8 56643000

Deutschland

Octapharma GmbH

Tel: +49 2173 9170

Nederland

Octapharma Benelux (Belgium)

Tel: +32 2 3730890

Eesti

Octapharma Nordic AB (Sweden)

Tel: +46 8 56643000

Norge

Octapharma AS

Tlf: +47 63988860

Ελλάδα

Octapharma Hellas SA

Τηλ: +30 210 8986500

Österreich

Octapharma Handelsgesellschaft m.b.H.

Tel: +43 1 610321222

España

Octapharma S.A.

Tel: +34 91 6487298

Polska

Octapharma Poland Sp. z o.o.

Tel: +48 22 2082734

France

Octapharma France

Tél: +33 1 41318000

Portugal

Octapharma Produtos Farmacêuticos Lda.

Tel: +351 21 8160820

Hrvatska

Octapharma Nordic AB (Sweden)

Tel: +46 8 56643000

România

Octapharma Nordic AB (Sweden)

Tel: +46 8 56643000

Ireland

Octapharma AB (Sweden)

Tel: +46 8 56643000

Slovenija

Octapharma Nordic AB (Sweden)

Tel: +46 8 56643000

Ísland

Octapharma AS (Norway)

Sími: +47 63988860

Slovenská republika

Octapharma AG, o.z.z.o.

Tel: +421 2 54646701

Italia

Kedrion S.p.A.

Tel: +39 0583 767507

Suomi/Finland

Octapharma Nordic AB

Puh/Tel: +358 9 85202710

Κύπρος

Octapharma Nordic AB (Sweden)

Τηλ: +46 8 56643000

Sverige

Octapharma Nordic AB

Tel: +46 8 56643000

Latvija

Octapharma Nordic AB (Sweden)

Tel: +46 8 56643000

United Kingdom

Octapharma Limited

Tel: +44 161 8373770

Deze bijsluiter is voor het laatst goedgekeurd in

Meer informatie over dit geneesmiddel is beschikbaar op de website van het Europees

Geneesmiddelenbureau: http://www.ema.europa.eu.

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

De volgende informatie is alleen bestemd voor beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg:

'On demand'-behandeling

De toe te dienen hoeveelheid en de toedieningsfrequentie moeten altijd gericht zijn op de individuele

klinische werkzaamheid bij de patiënt.

geval

volgende

bloedingen

factor VIII-activiteit

niet

dalen

onder

overeenkomstige periode bepaalde plasma-activiteitswaarde (als % van normaal of IE/dl). De volgende

tabel kan worden gebruikt als doseringsleidraad bij bloedingen en chirurgische ingrepen.

Mate van bloeding/

type van chirurgische ingreep

Vereiste factor VIII-

waarde (%) (IE/dl)

Dosisfrequentie (uren)/

duur van de behandeling (dagen)

Bloeding

Beginnende hemartrose, spier-

of mondbloeding

20–40

De toediening om de 12 tot 24 uur

herhalen. Minstens 1 dag, tot de

bloeding gestelpt is, zoals blijkt uit het

verdwijnen van de pijn, of heling is

verkregen.

Meer uitgebreide hemartrose,

spierbloeding of hematomen

30–60

Herhaal het infuus om de 12 tot 24 uur

gedurende 3 tot 4 dagen of langer, tot

het acute ongemak en de pijn

verdwenen zijn.

Levensbedreigende bloedingen

60–100

Herhaal het infuus om de 8 tot 24 uur

tot het gevaar geweken is.

Chirurgische ingreep

Kleine ingrepen,

met inbegrip van tandextractie

30–60

Om de 24 uur, minstens 1 dag, tot

heling is opgetreden.

Zware ingrepen

80–100

(pre- en postoperatief)

Herhaal het infuus om de 8 tot 24 uur

tot de wond voldoende geheeld is,

vervolg dan de behandeling nog

minstens 7 dagen om een factor VIII-

activiteit te behouden tussen 30% en

60% (IE/dl).

INSTRUCTIES VOOR VOORBEREIDING EN TOEDIENING

Laat de spuit met oplosmiddel (water voor injecties) en het poeder in de gesloten

injectieflacon op kamertemperatuur komen. U kunt dit doen door deze in uw handen te houden

tot ze net zo warm aanvoelen als uw handen. Gebruik geen andere methode voor het

opwarmen van de injectieflacon en voorgevulde spuit. Deze temperatuur moet tijdens

bereiding worden behouden.

Verwijder de plastic flip-off dop van de injectieflacon met poeder, zodat het middenstuk van

de rubber stop zichtbaar wordt. Verwijder niet de grijze stop of de metalen ring rond de

bovenkant van de injectieflacon.

Reinig de bovenkant van de injectieflacon met een alcoholdoekje. Laat de alcohol drogen.

Verwijder de papieren beschermlaag van de verpakking die de injectieflaconadapter bevat.

Haal de adapter niet uit de verpakking.

Plaats de injectieflacon met poeder op een effen oppervlak en houd deze stevig vast. Pak de

verpakking met de adapter en plaats de injectieflaconadapter op het midden van de rubber stop

van de flacon met poeder. Druk de verpakking van de adapter stevig omlaag tot de punt van de

adapter door de rubber stop dringt. De adapter klikt vast op de injectieflacon wanneer dit is

gebeurd.

Verwijder de papieren beschermlaag van de verpakking die de voorgevulde spuit bevat. Houd

de zuigerstang bij het uiteinde vast en raak de schacht niet aan. Bevestig het uiteinde met

schroefdraad van de zuigerstang op de zuiger van de spuit met oplosmiddel. Draai de

zuigerstang met de klok mee tot u een lichte weerstand voelt.

Breek de beveiligde plastic beschermpunt van de spuit met oplosmiddel af bij de perforatie op

de dop. Raak de binnenkant van de dop of de punt van de spuit niet aan. Als de oplossing niet

onmiddellijk wordt gebruikt, sluit de gevulde spuit dan met de beveiligde plastic

beschermpunt af om deze te bewaren.

Verwijder de verpakking van de adapter en voer deze af.

Bevestig de spuit met oplosmiddel stevig op de injectieflaconadapter door de spuit met de

klok mee te draaien tot u weerstand voelt.

Spuit langzaam al het oplosmiddel in de injectieflacon met poeder door de zuigerstang omlaag

te drukken.

Beweeg de injectieflacon, zonder de spuit te verwijderen, heel voorzichtig een paar keer of

draai deze rond om het poeder op te lossen. Niet schudden. Wacht tot al het poeder helemaal is

opgelost.

Controleer de uiteindelijke oplossing visueel vóór toediening op vaste deeltjes. De oplossing

moet helder, kleurloos en zo goed als vrij van zichtbare deeltjes zijn. Gebruik geen

oplossingen die troebel zijn of bezinksels bevatten.

Draai de injectieflacon met de spuit ondersteboven en trek langzaam de uiteindelijke oplossing

op in de spuit. Zorg ervoor dat de volledige inhoud van de injectieflacon wordt opgetrokken in

de spuit.

Maak de gevulde spuit los van de injectieflaconadapter door deze tegen de klok in te draaien

en voer de lege injectieflacon af.

De oplossing is nu klaar voor onmiddelijk gebruik. Niet in de koelkast bewaren.

Reinig de geselecteerde injectieplaats met één van de meegeleverde alcoholdoekjes.

Bevestig de meegeleverde infusieset op de spuit.

Steek de naald van de infusieset in de gekozen ader. Als u een knelband heeft gebruikt om de

ader gemakkelijker te kunnen zien,moet de knelband worden gelost voor u de oplossing begint

te injecteren.

Er mag geen bloed in de spuit stromen vanwege het risico op de vorming van fibrinestolsels.

Injecteer de oplossing in de ader met een trage snelheid, niet sneller dan 4 ml per minuut.

Als u meer dan één injectieflacon vpoeder gebruikt voor één behandeling, mag u dezelfde

injectienaald opnieuw gebruiken. De injectieflaconadapter en de spuit zijn bestemd voor eenmalig

gebruik.

BIJLAGE I

SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN

1.

NAAM VAN HET GENEESMIDDEL

Nuwiq 250 IE poeder en oplosmiddel voor oplossing voor injectie

Nuwiq 500 IE poeder en oplosmiddel voor oplossing voor injectie

Nuwiq 1000 IE poeder en oplosmiddel voor oplossing voor injectie

Nuwiq 2000 IE poeder en oplosmiddel voor oplossing voor injectie

Nuwiq 2500 IE poeder en oplosmiddel voor oplossing voor injectie

Nuwiq 3000 IE poeder en oplosmiddel voor oplossing voor injectie

Nuwiq 4000 IE poeder en oplosmiddel voor oplossing voor injectie

2.

KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING

Nuwiq 250 IE poeder en oplosmiddel voor oplossing voor injectie

Elke injectieflacon bevat nominaal 250 IE humane stollingsfactor VIII (rDNA), simoctocog alfa.

Nuwiq 250 IE bevat ongeveer 100 IE/ml humane stollingsfactor VIII (rDNA), simoctocog alfa na

reconstitutie.

Nuwiq 500 IE poeder en oplosmiddel voor oplossing voor injectie

Elke injectieflacon bevat nominaal 500 IE humane stollingsfactor VIII (rDNA), simoctocog alfa.

Nuwiq 500 IE bevat ongeveer 200 IE/ml humane stollingsfactor VIII (rDNA), simoctocog alfa na

reconstitutie.

Nuwiq 1000 IE poeder en oplosmiddel voor oplossing voor injectie

Elke injectieflacon bevat nominaal 1000 IE humane stollingsfactor VIII (rDNA), simoctocog alfa.

Nuwiq 1000 IE bevat ongeveer 400 IE/ml humane stollingsfactor VIII (rDNA), simoctocog alfa na

reconstitutie.

Nuwiq 2000 IE poeder en oplosmiddel voor oplossing voor injectie

Elke injectieflacon bevat nominaal 2000 IE humane stollingsfactor VIII (rDNA), simoctocog alfa.

Nuwiq 2000 IE bevat ongeveer 800 IE/ml humane stollingsfactor VIII (rDNA), simoctocog alfa na

reconstitutie.

Nuwiq 2500 IE poeder en oplosmiddel voor oplossing voor injectie

Elke injectieflacon bevat nominaal 2500 IE humane stollingsfactor VIII (rDNA), simoctocog alfa.

Nuwiq 2500 IE bevat ongeveer 1000 IE/ml humane stollingsfactor VIII (rDNA), simoctocog alfa na

reconstitutie.

Nuwiq 3000 IE poeder en oplosmiddel voor oplossing voor injectie

Elke injectieflacon bevat nominaal 3000 IE humane stollingsfactor VIII (rDNA), simoctocog alfa.

Nuwiq 3000 IE bevat ongeveer 1200 IE/ml humane stollingsfactor VIII (rDNA), simoctocog alfa na

reconstitutie.

Nuwiq 4000 IE poeder en oplosmiddel voor oplossing voor injectie

Elke injectieflacon bevat nominaal 4000 IE humane stollingsfactor VIII (rDNA), simoctocog alfa.

Nuwiq 4000 IE bevat ongeveer 1600 IE/ml humane stollingsfactor VIII (rDNA), simoctocog alfa na

reconstitutie.

De sterkte (IE) wordt bepaald via het chromogeenonderzoek van de Europese Farmacopee. De

specifieke activiteit van Nuwiq bedraagt ongeveer 9500 IE/mg proteïne.

Simoctocog alfa (humane stollingsfactor VIII (rDNA)) is een gezuiverde proteïne die bestaat uit 1440

aminozuren. De volgorde van de aminozuren is vergelijkbaar met de 90 + 80 kDa vorm van humane

plasmafactor VIII (d.w.z. zonder B-domein). Nuwiq wordt middels recombinant-DNA-technologie

geproduceerd in genetisch gemodificeerde humane embryonale niercellen (HEK-293F cellen). Tijdens

het productieproces of aan het eindproduct wordt geen materiaal van dierlijke of menselijke oorsprong

toegevoegd.

Hulpstof met bekend effect

Eén ml gereconstitueerde oplossing bevat 7,35 mg natrium (18,4 mg natrium per injectieflacon).

Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.

3.

FARMACEUTISCHE VORM

Poeder en oplosmiddel voor oplossing voor injectie.

Poeder: wit tot gebroken wit kruimelig poeder.

Oplosmiddel: een heldere, kleurloze vloeistof.

4.

KLINISCHE GEGEVENS

4.1

Therapeutische indicaties

Behandeling en profylaxe van bloedingen bij patiënten met hemofilie A (aangeboren factor VIII-

deficiëntie).

Nuwiq kan bij alle leeftijdsgroepen worden gebruikt.

4.2

Dosering en wijze van toediening

De behandeling dient onder toezicht te staan van een arts die ervaren is in de behandeling van

hemofilie.

Monitoring van de behandeling

Tijdens de behandeling worden geadviseerd om passende factor VIII-spiegels te bepalen om de toe te

passen dosering en de frequentie van herhaalde toedieningen te kunnen sturen. Individuele patiënten

kunnen verschillen in hun respons op factor VIII, gedemonstreerd door verschillende halfwaardetijden

en herstelwaarden. De op lichaamsgewicht gebaseerde dosis kan aanpassingen vergen bij patiënten

met een te laag of te hoog gewicht. Vooral bij grote chirurgische ingrepen is nauwkeurige monitoring

van de vervangingstherapie door middel van coagulatieanalyse (factor VIII-activiteit in plasma)

onontbeerlijk.

Indien een

in vitro

op tromboplastinetijd (aPTT)-gebaseerde eenstapsstollingstest gebruikt wordt voor

het bepalen van factor VIII-activiteit in het bloed van de patiënt, kunnen de plasmafactor VIII-

activiteitsresultaten significant beïnvloed worden door zowel het type aPTT-reagens als de

referentiestandaard van de test. Er kunnen tevens significante afwijkingen optreden tussen

testresultaten van de op aPTT-gebaseerde eenstapsstollingstest en de chromogene test volgens de

Ph. Eur. Dit is vooral van belang bij het wisselen van laboratorium en/of de reagentia die in de test

worden gebruikt.

Dosering

De dosis en duur van de substitutietherapie zijn afhankelijk van de ernst van de factor VIII-deficiëntie,

de plaats en de omvang van de bloeding en de klinische toestand van de patiënt.

Het aantal toegediende eenheden van factor VIII wordt uitgedrukt in Internationale Eenheden (IE), die

verband houden met de huidige WHO concentraatstandaard voor factor VIII-producten. De activiteit

van factor VIII in plasma wordt uitgedrukt als een percentage (ten opzichte van de normaalwaarde in

humaan plasma) of bij voorkeur in Internationale Eenheden (ten opzichte van een Internationale

Standaard voor factor VIII in plasma).

Één Internationale Eenheid (IE) van factor VIII-activiteit komt overeen met de hoeveelheid factor VIII

in één ml normaal humaan plasma.

'On demand'-behandeling

De berekening van de vereiste dosis van factor VIII is gebaseerd op de empirische vaststelling dat

1 Internationale Eenheid (IE) factor VIII per kg lichaamsgewicht de factor VIII-activiteit in het plasma

verhoogt met ongeveer 2% van de normale activiteit of 2 IE/dl. De vereiste dosis wordt bepaald met

behulp van de volgende formule:

Vereiste eenheden = lichaamsgewicht (kg) x gewenste factor VIII-stijging (%) (IE/dl) x 0,5 (IE/kg

per IE/dl)

Verwachte factor VIII-stijging (% van normaal) =

_2 x toegediende IE_

lichaamsgewicht (kg)

De toe te dienen hoeveelheid en de toedieningsfrequentie moeten altijd gericht zijn op de individuele

klinische werkzaamheid bij de patiënt.

In geval van de volgende bloedingen mag de factor VIII-activiteit niet dalen onder de in de

overeenkomstige periode bepaalde plasma-activiteitswaarde (als % van normaal of IE/dl). De

volgende tabel kan worden gebruikt als doseringsleidraad bij bloedingen en chirurgische ingrepen.

Mate van bloeding/

type van chirurgische ingreep

Vereiste factor VIII-

waarde (%) (IE/dl)

Dosisfrequentie (uren)/

duur van de behandeling (dagen)

Bloeding

Beginnende hemartrose, spier-

of mondbloeding

20–40

De toediening om de 12 tot 24 uur

herhalen. Minstens 1 dag, tot de

bloeding gestelpt is, zoals blijkt uit het

verdwijnen van de pijn, of heling is

verkregen.

Meer uitgebreide hemartrose,

spierbloeding of hematomen

30–60

Herhaal het infuus om de 12 tot 24 uur

gedurende 3 tot 4 dagen of langer, tot

het acute ongemak en de pijn

verdwenen zijn.

Levensbedreigende bloedingen

60–100

Herhaal het infuus om de 8 tot 24 uur

tot het gevaar geweken is.

Chirurgische ingreep

Kleine ingrepen,

met inbegrip van tandextractie

30–60

Om de 24 uur, minstens 1 dag, tot

heling is opgetreden.

Zware ingrepen

80–100

(pre- en postoperatief)

Herhaal het infuus om de 8 tot 24 uur

tot de wond voldoende geheeld is,

vervolg dan de behandeling nog

minstens 7 dagen om een factor VIII-

activiteit te behouden tussen 30% en

60% (IE/dl).

Profylaxe

Voor de langetermijnprofylaxe van bloedingen bij patiënten met ernstige hemofilie A zijn de

gebruikelijke doses 20 tot 40 IE factor VIII per kg lichaamsgewicht, toegediend om de 2 tot 3 dagen.

Het regime kan op basis van de respons van de patiënt worden aangepast.

In sommige gevallen, vooral bij jongere patiënten, kunnen kortere dosissintervallen of hogere doses

noodzakelijk zijn.

Pediatrische patiënten

De dosering is hetzelfde bij volwassenen en kinderen en adolescenten, maar voor kinderen en

adolescenten kunnen kortere dosisintervallen of hogere doses noodzakelijk zijn. De momenteel

beschikbare gegevens worden beschreven in de rubrieken 4.8, 5.1 en 5.2.

Wijze van toediening

Nuwiq is voor intraveneus gebruik.

Er wordt aanbevolen niet meer dan 4 ml per minuut toe te dienen.

Voor instructies over reconstitutie van het geneesmiddel voorafgaand aan toediening, zie rubriek 6.6.

4.3

Contra-indicaties

Overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor één van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstof(fen).

4.4

Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik

Overgevoeligheid

Zoals elk geneesmiddel dat eiwitten bevat en intraveneus wordt toegediend, kan dit geneesmiddel

leiden tot het optreden van allergische overgevoeligheidsreacties. Nuwiq bevat sporen van andere

humane gastcelproteïnen dan factor VIII. Als symptomen van overgevoeligheid zich voordoen,

moeten patiënten worden geadviseerd om de behandeling onmiddellijk stop te zetten en contact op te

nemen met hun arts. De patiënten moeten worden ingelicht over de eerste symptomen van

overgevoeligheidsreacties waaronder netelroos, gegeneraliseerde urticaria, beklemd gevoel op de

borst, piepende ademhaling, hypotensie en anafylaxie.

In geval van shock moet de huidige medische standaardbehandeling voor shock worden gevolgd.

Remmers

De vorming van neutraliserende antistoffen (remmers) tegen factor VIII is een bekende complicatie bij

de behandeling van patiënten met hemofilie A. Deze remmers zijn doorgaans IgG-immunoglobulinen,

gericht tegen de prostollingsactiviteit van factor VIII, die aan de hand van het aangepaste onderzoek

gekwantificeerd worden in Bethesda-eenheden (BE) per ml plasma. Het risico op vorming van

remmers houdt verband met de ernst van de aandoening en de blootstelling aan factor VIII, waarbij dit

risico het grootst is tijdens de eerste 20 behandelingsdagen. In zeldzame gevallen is het mogelijk dat

zich remmers ontwikkelen na de eerste 100 behandelingsdagen.

Bij eerder behandelde patiënten met meer dan 100 behandelingsdagen die een voorgeschiedenis van

vorming van remmers hebben, zijn gevallen van terugkomende remmers (lage titer) waargenomen

nadat overgeschakeld is op een ander factor VIII-product. Om die reden wordt aanbevolen alle

patiënten na het overschakelen op een ander product zorgvuldig te controleren op de aanwezigheid van

remmers.

De klinische relevantie van de vorming van remmers is afhankelijk van de titer van de remmer,

waarbij geldt dat remmers met lage titers die kort aanwezig zijn of waarvan de titer consequent laag

blijft, minder risico op een onvoldoende klinische respons opleveren dan remmers met hoge titers.

In het algemeen moeten alle patiënten die met producten met stollingsfactor VIII behandeld worden

nauwkeurig worden gecontroleerd en gevolgd aan de hand van relevante klinische waarnemingen en

laboratoriumtests om de vorming van remmers na te gaan. Indien de verwachte niveaus van

factor VIII-activiteit in plasma niet verkregen worden of indien de bloeding niet onder controle

gehouden wordt met een aangepaste dosis, moet een onderzoek worden uitgevoerd om na te gaan of er

een factor VIII-remmer aanwezig is. Bij patiënten met een hoge spiegel aan remmers is het mogelijk

dat de factor VIII-therapie niet doeltreffend is en moeten alternatieve therapieën worden overwogen.

De behandeling van dergelijke patiënten moet worden uitgevoerd door artsen die ervaring hebben met

de behandeling van hemofilie en met factor VIII-remmers.

Cardiovasculaire voorvallen

Bij patiënten met bestaande cardiovasculaire risicofactoren kan substitutiebehandeling met FVIII het

cardiovasculaire risico verhogen.

Kathetergerelateerde complicaties

Als een centraal veneuze katheter (CVC) nodig is, dan dient er rekening te worden gehouden met het

risico op CVC-gerelateerde complicaties waaronder lokale infecties, bacteriëmie en trombose op de

katheterplaats.

Het wordt sterk aanbevolen de naam en het batchnummer van het product te noteren bij elke

toediening van Nuwiq aan een patiënt om een verband te kunnen leggen tussen de patiënt en de batch

van het product.

Pediatrische patiënten

De vermelde waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik zijn zowel van toepassing op volwassenen

als op kinderen en adolescenten.

Hulpstofgerelateerde overwegingen (natriumgehalte)

Dit geneesmiddel bevat minder dan 1 mmol natrium (23 mg) per injectieflacon.

Afhankelijk van lichaamsgewicht en dosering kan het echter zijn dat de patiënt meer dan één

injectieflacon krijgt toegediend (zie rubriek 2 voor informatie over de inhoud per injectieflacon).

Hier dient rekening mee te worden gehouden bij patiënten die een natriumarm dieet volgen.

4.5

Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie

Er is geen onderzoek naar interacties uitgevoerd met Nuwiq.

4.6

Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding

Er is met Nuwiq geen voortplantingsonderzoek bij dieren uitgevoerd.

Omdat hemofilie A zelden voorkomt bij vrouwen, is er geen ervaring met het gebruik van factor VIII

tijdens de zwangerschap en borstvoeding. Nuwiq mag daarom alleen tijdens de zwangerschap en

borstvoeding worden toegediend indien absoluut geïndiceerd. Er zijn geen gegevens betreffende de

vruchtbaarheid beschikbaar.

4.7

Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen

Nuwiq heeft geen invloed op de rijvaardigheid en op het vermogen om machines te bedienen.

4.8

Bijwerkingen

Samenvatting van het veiligheidsprofiel

Overgevoeligheid of allergische reacties (onder meer angio-oedeem, brandend en stekend gevoel op

de plaats van injectie, rillingen, blozen/rood, hoofdpijn, netelroos, hypotensie, lethargie, misselijkheid,

huiduitslag, rusteloosheid, tachycardie, beklemd gevoel op de borst, tintelingen, urticaria, waaronder

gegeneraliseerde urticaria, braken, piepende ademhaling) zijn zelden waargenomen bij FVIII-

preparaten. Ze kunnen in sommige gevallen evolueren naar ernstige anafylaxie (waaronder shock).

Bij patiënten met hemofilie A die zijn behandeld met factor VIII, waaronder Nuwiq, kunnen zich

neutraliserende antistoffen (remmers) vormen. Indien dergelijke remmers voorkomen, uit zich dit in

een onvoldoende klinische respons. In deze gevallen wordt aangeraden contact op te nemen met een

gespecialiseerd hemofiliecentrum.

Bijwerkingen in tabelvorm

Tijdens klinische studies met Nuwiq bij eerder behandelde pediatrische patiënten (2 t/m 11 jaar, n =

58), jongeren tot 18 jaar (12 t/m 17 jaar, n = 3) en volwassen patiënten (n = 129) met ernstige

hemofilie A werden in totaal 12 bijwerkingen (8 bij volwassenen, 4 bij kinderen) gemeld bij

8 patiënten (4 volwassenen, 4 kinderen).

Tabel 1 hieronder is opgesteld volgens de MedDRA systeem/orgaanclassificatie (SOC en Preferred

Term Level).

De frequenties zijn vastgesteld aan de hand van de volgende conventie: zeer vaak (≥1/10), vaak

(≥1/100, <1/10), soms (≥1/1000, <1/100), zelden (≥1/10.000, <1/1000), zeer zelden (<1/10.000), niet

bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald).

Binnen elke frequentiegroep worden bijwerkingen gepresenteerd in volgorde van afnemende ernst.

Tabel 1. Frequentie van bijwerkingen in klinische studies

MedDRA systeem/orgaanklasse

Bijwerkingen

Frequentie

Bloed- en

lymfestelselaandoeningen

hemorragische anemie

FVIII-remming

Soms*

Soms (PTP’s)

Zeer vaak (PUP’s)

Immuunsysteemaandoeningen

overgevoeligheid

Vaak*

Zenuwstelselaandoeningen

paresthesie

hoofdpijn

duizeligheid

Soms*

Soms*

Soms*

Evenwichtsorgaan- en

ooraandoeningen

draaiduizeligheid

Soms*

Maagdarmstelselaandoeningen

droge mond

Soms*

Skeletspierstelsel- en

bindweefselaandoeningen

rugpijn

Soms*

Algemene aandoeningen en

toedieningsplaatsstoornissen

pyrexie

ontsteking op injectieplaats

pijn op injectieplaats

malaise

Vaak*

Soms*

Soms*

Soms*

Onderzoeken

niet-neutraliserende antistof

positief (in PTP’s)

Soms*

Ademhalingsstelsel-, borstkas- en

mediastinumaandoeningen

dyspneu

Soms*

* Berekend als patiënten met een bijwerking per het totale aantal van 280 studiepatiënten, waarvan 190 eerder

behandelde patiënten (PTP’s) en 90 niet eerder behandelde patiënten (PUP’s).

De frequentie is gebaseerd op onderzoeken met alle producten met factor VIII waaraan patiënten met ernstige

hemofilie A deelnamen. PTP’s = eerder behandelde patiënten, PUP’s = niet eerder behandelde patiënten.

Beschrijving van de geselecteerde bijwerkingen

Bij één volwassen patiënt werd een niet-neutraliserende anti-factor VIII-antistof gevonden (zie Tabel

1). Het monster werd door het centrale laboratorium bij acht verdunningen getest. De uitslag was

alleen bij verdunningsfactor 1 positief en de antistoftiter was erg laag. Een remmende activiteit, zoals

gekwantificeerd met de gemodificeerde Bethesda-test, werd niet gevonden bij deze patiënt. Klinische

werkzaamheid en

in vivo

herstel van Nuwiq werden bij deze patiënt niet beïnvloed.

Pediatrische patiënten

Er wordt aangenomen dat frequentie, type en ernst van bijwerkingen bij kinderen en adolescenten

hetzelfde zijn als bij volwassen patiënten.

Melding van vermoedelijke bijwerkingen

Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op

deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico's van het geneesmiddel voortdurend worden

gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen

te melden via het nationale meldsysteem zoals vermeld in aanhangsel V.

4.9

Overdosering

Er werden geen gevallen van overdosering gerapporteerd.

5.

FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN

5.1

Farmacodynamische eigenschappen

Farmacotherapeutische categorie: antibloedingsmiddelen, bloedstollingsfactor VIII, ATC-code:

B02BD02.

Het factor VIII/von Willebrandfactor-complex bestaat uit twee moleculen (factor VIII en von

Willebrandfactor) die verschillende fysiologische functies hebben. Bij infuus in een hemofiliepatiënt

bindt factor VIII zich aan von Willebrandfactor in de bloedbaan van de patiënt. Geactiveerde

factor VIII werkt als een co-factor van geactiveerde factor IX en versnelt de omzetting van factor X in

geactiveerde factor X. Geactiveerde factor X zet protrombine om in trombine. Vervolgens zet

trombine fibrinogeen om in fibrine waardoor een stolsel kan worden gevormd. Hemofilie A is een

geslachtsgebonden erfelijke aandoening van de bloedstolling vanwege een tekort aan factor VIII:C en

leidt tot hevige bloedingen in de gewrichten, de spieren of de inwendige organen. De bloedingen

treden spontaan op of worden veroorzaakt door een accidenteel of een chirurgisch trauma. Met

substitutietherapie worden de plasmaspiegels van factor VIII verhoogd, waardoor tijdelijk een

correctie van het tekort aan factor VIII en van de bloedingsneiging mogelijk wordt.

De immunogeniciteit van Nuwiq werd beoordeeld in klinische studies bij 190 eerder behandelde

patiënten met ernstige hemofilie A (129 volwassen en 61 pediatrische patiënten). Geen van de

patiënten ontwikkelde remmers.

Volwassen en adolescente patiënten 12 – 65 jaar

Profylaxe:

In een klinische studie bij 32 volwassen patiënten met ernstige hemofilie A was het

mediane verbruik van Nuwiq voor profylaxe 468,7 IE/kg/maand.

Behandeling van bloeding:

De mediane dosis voor behandeling van episodes van

doorbraakbloedingen was 33,0 IE/kg bij deze patiënten die profylactisch werden behandeld. In een

andere klinische studie werden 22 volwassen patiënten 'on demand' behandeld. In totaal werden 986

bloedingen behandeld met een mediane dosis van 30,9 IE/kg. Over het algemeen vereisten kleine

bloedingen iets lagere mediane doses, en ernstigere bloedingen tot driemaal hogere mediane doses.

Geïndividualiseerde profylaxe:

De geïndividualiseerde op PK gebaseerde profylaxe werd geëvalueerd

bij 66 volwassen PTP’s met ernstige hemofilie A. Na een standaard profylaxefase van 1-3 maanden

(dosering om de dag of 3 keer per week) werden 44 (67%) patiënten overgeschakeld op een

dosisregime op basis van hun PK-beoordeling, en 40 werkten de 6 maanden durende profylaxe af

volgens het toegewezen doserings- en behandelingsschema. Van deze patiënten werden er 34 (85%)

tweemaal per week of minder behandeld. 33 (82,5%) patiënten hadden geen bloedingen en 36 (90,0%)

patiënten hadden geen spontane bloedingen. Het gemiddelde ± SD geannualiseerde percentage

bloedingen bedroeg 1,2

± 3,9 en de gemiddelde

± SD dosis was 52,2 ± 12,2

IE/kg per injectie en

99,7 ± 25,6 IE/kg per week.

Opmerkelijk is dat de ABR (Annualised Bleeding Rate –

geannualiseerd percentage bloedingen

niet vergelijkbaar is tussen de verschillende factorconcentraten en tussen verschillende klinische

studies.

Pediatrische patiënten

Gegevens zijn verkregen van 29 eerder behandelde kinderen tussen 2 en 5 jaar oud, 31 kinderen tussen

6 en 12 jaar oud en één adolescent van 14 jaar. De mediane dosis per profylactische infusie was

37,8 IE/kg. Twintig patiënten gebruikten mediane doses van meer dan 45 IE/kg. Het mediane verbruik

van Nuwiq voor profylaxe per maand was 521,9 IE/kg. Voor de behandeling van bloedingen bij

kinderen was een hogere mediane dosis Nuwiq nodig (43,9 IE/kg) dan bij volwassenen (33,0 IE/kg),

en voor de behandeling van matig ernstige tot ernstige bloedingen was een hogere mediane dosis

nodig dan bij kleine bloedingen (78,2 IE/kg versus 41,7 IE/kg). Bij jongere kinderen waren over het

algemeen hogere mediane doses nodig (6-12 jaar: 43,9 IE/kg; 2-5 jaar: 52,6 IE/kg). Deze gegevens

werden bekrachtigd door een langetermijn opvolging van 49 van deze kinderen die werden behandeld

gedurende een aanvullende mediane periode van ongeveer 30 maanden (bereik van 9,5 tot

52 maanden); tijdens deze periode vertoonden 45% van de kinderen geen spontane bloedingen.

Een prospectieve open-label klinische studie in PUP’s met ernstige hemofilie A (<1% FVIII:C) loopt

nog.

Het Europees Geneesmiddelenbureau heeft besloten tot uitstel van de verplichting voor de fabrikant

om de resultaten in te dienen van onderzoek met Nuwiq in een of meerdere subgroepen van

pediatrische patiënten bij behandeling van hemofilie A (congenitale factor VIII-deficiëntie) (zie

rubriek 4.2 voor informatie over pediatrisch gebruik).

5.2

Farmacokinetische eigenschappen

Volwassen patiënten

Tabel 2. Farmacokinetische parameters voor Nuwiq (dosis: 50 IE/kg) bij eerder behandelde

volwassen patiënten (leeftijd 18-65 jaar) met ernstige hemofilie A (n = 20)

FK-parameter

Chromogene gehaltebepaling

Gemiddelde ± SD

Mediaan (bereik)

AUC (u*IE/ml)

22,6 ± 8,0

22,3 (8,4 – 38,1)

14,7 ± 10,4

12,5 (5,4 – 55,6)

IVR (%/IE/kg)

2,5 ± 0,4

2,5 (1,7 – 3,2)

CL (ml/u/kg)

3,0 ± 1,2

2,7 (1,5 – 6,4)

AUC = area under the curve (oppervlakte onder de curve) (FVIII:C), T

= halfwaardetijd,

IVR = incremental

in vivo

recovery (incrementele

in vivo

recovery), CL = clearance (klaring),

SD = standaarddeviatie

Tabel 3. Farmacokinetische parameters voor Nuwiq (dosis: 50 IE/kg) bij eerder behandelde

kinderen in de leeftijd van 6 tot 12 jaar met ernstige hemofilie A (n = 12)

FK-parameter

Chromogene gehaltebepaling

Gemiddelde ± SD

Mediaan (bereik)

AUC (u*IE/ml)

13,2 ± 3,4

12,8 (7,8 – 19,1)

10,0 ± 1,9

9,9 (7,6 – 14,1)

IVR (%/IE/kg)

1,9 ± 0,4

1,9 (1,2 – 2,6)

CL (ml/u/kg)

4,3 ± 1,2

4,2 (2,8 – 6,9)

AUC = area under the curve (oppervlakte onder de curve) (FVIII:C), T

= halfwaardetijd,

IVR = incremental

in vivo

recovery (incrementele

in vivo

recovery), CL =

clearance

(klaring),

SD = standaarddeviatie

Tabel 4. Farmacokinetische parameters voor Nuwiq (dosis: 50 IE/kg) bij eerder behandelde

kinderen in de leeftijd van 2 tot 5 jaar met ernstige hemofilie A (n = 13)

FK-parameter

Chromogene gehaltebepaling

Gemiddelde ± SD

Mediaan (bereik)

AUC (u*IE/ml)

11,7 ± 5,3

10,5 (4,9 – 23,8)

9,5 ± 3,3

8,2 (4,3 – 17,3)

IVR (%/IE/kg)

1,9 ± 0,3

1,8 (1,5 – 2,4)

CL (ml/u/kg)

5,4 ± 2,4

5,1 ( 2,3 – 10,9)

AUC = area under the curve (oppervlakte onder de curve) (FVIII:C), T

= halfwaardetijd,

IVR = incremental

in vivo

recovery (incrementele

in vivo

recovery), CL = clearance (klaring), SD =

standaarddeviatie

Pediatrische patiënten

Zoals bekend uit de literatuur waren herstel en halfwaardetijd lager bij jonge kinderen dan bij

volwassenen en was de klaring hoger. Dit kan gedeeltelijk worden veroorzaakt door het bekend hogere

plasmavolume per kilogram lichaamsgewicht bij jongere patiënten.

Op basis van gewicht aangepaste subgroepen

Tabel 5. Op basis van gewicht aangepaste farmacokinetische parameters voor Nuwiq (dosis:

50 IE/kg) bij eerder behandelde volwassen patiënten (leeftijd 18-65 jaar) met ernstige hemofilie

A (n = 20)

FK-parameter

Allen (n=20)

Normaal

gewicht (n=14)

Overgewicht

(n=4)

Obesitas (n=2)

Chromogene gehaltebepaling Gemiddelde ± SD

AUC (hr*IE/ml)

22,6 ± 8,0

20,4 ± 6,9

24,9 ± 8,9

33,5 ± 6,5

(hr)

14,7 ± 10,4

14,7 ± 12,1

13,4 ± 5,9

17,2 ± 4,8

IVR (%/IE/kg)

2,5 ± 0,4

2,4 ± 0,4

2,7 ± 0,4

2,8 ± 0,3

CL (ml/hr/kg)

3,0 ± 1,2

3,2 ± 1,3

2,6 ± 1,0

1,8 ± 0,4

Chromogene gehaltebepaling Mediaan (bereik)

AUC (hr*IE/ml)

22,3 (8,4 – 38,1)

21,2 (8,4 – 32,6)

23,3 (17,4 – 35,5)

33,5 (28,9 – 38,1)

(hr)

12,5 (5,4 – 55,6)

12,3 (5,4 – 55,6)

11,2 (9,3 – 22,0)

17,2 (13,8 – 20,6)

IVR (%/IE/kg)

2,5 (1,7 – 3,2)

2,4 (1,7 – 3,1)

2,8 (2,3 – 3,2)

2,8 (2,6 – 3,0)

CL (ml/hr/kg)

2,7 (1,5 – 6,4)

2,8 (1,7 – 6,4)

2,5 (1,6 – 3,7)

1,8 (1,5 – 2,0)

Normaal gewicht: BMI 18,5-25 kg/m

, Overgewicht: BMI 25-30 kg/m

, Obesitas: BMI > 30 kg/m

SD = standaarddeviatie

5.3

Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek

In preklinisch onderzoek werd Nuwiq gebruikt om hemostase veilig en effectief bij honden met

hemofilie te herstellen. Onderzoek op het gebied van toxiciteit heeft getoond dat lokale intraveneuze

toediening en systemische blootstelling goed werden verdragen bij laboratoriumdieren (ratten en

cynomolgus-apen).

Specifiek onderzoek met langdurige herhaalde toediening zoals reproductietoxiciteit, chronische

toxiciteit en carcinogeniteit werden niet uitgevoerd met Nuwiq vanwege de immuunrespons op

heterologe eiwitten bij alle niet-humane zoogdiersoorten.

Er werd geen onderzoek uitgevoerd naar het mutageen potentieel van Nuwiq.

Ex vivo

-evaluaties met behulp van een commerciële testkit voor kwantificatie van de T-cel-respons op

eiwittherapeutica duiden op een laag risico op immunogeniciteit.

6.

FARMACEUTISCHE GEGEVENS

6.1

Lijst van hulpstoffen

Poeder

sucrose

natriumchloride

calciumchloridedihydraat

arginine hydrochloride

natriumcitraatdihydraat

poloxameer 188

Oplosmiddel

water voor injecties

6.2

Gevallen van onverenigbaarheid

Bij gebrek aan onderzoek naar onverenigbaarheden, mag dit geneesmiddel niet met andere

geneesmiddelen gemengd worden.

Enkel de meegeleverde injectieset mag worden gebruikt aangezien humane stollingsfactor VIII zich

hecht aan de binnenwand van sommige injectiesystemen, waardoor de behandeling kan falen.

6.3

Houdbaarheid

Ongeopende injectieflacon

2 jaar

Tijdens de houdbaarheidsperiode mag het geneesmiddel gedurende één enkele periode van maximaal

1 maand bij kamertemperatuur (maximaal 25°C) worden bewaard. Wanneer het geneesmiddel

eenmaal uit de koelkast is gehaald mag het niet meer worden teruggeplaatst in de koelkast. Noteer het

begin van de bewaarperiode bij kamertemperatuur op de buitenverpakking van het geneesmiddel.

Na reconstitutie

Na reconstitutie werd de chemische en fysische stabiliteit gedurende 24 uur getoond bij bewaring op

kamertemperatuur.

Vanuit een microbiologisch oogpunt dient het product onmiddellijk na reconstitutie te worden

gebruikt. Indien het niet onmiddellijk wordt gebruikt, zijn de bewaartijden tijdens gebruik en de

omstandigheden vóór gebruik de verantwoordelijkheid van de gebruiker.

De gereconstitueerde oplossing moet op kamertemperatuur bewaard worden. Niet in de koelkast

bewaren na reconstitutie.

6.4

Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren

Bewaren in de koelkast (2°C – 8°C).

Niet in de vriezer bewaren.

De injectieflacon in de oorspronkelijke verpakking bewaren ter bescherming tegen licht.

Voor bewaren van het geneesmiddel bij kamertemperatuur en de bewaarcondities van het

geneesmiddel na reconstitutie, zie rubriek 6.3.

6.5

Aard en inhoud van de verpakking

Elke verpakking bevat:

1 injectieflacon poeder met 250, 500, 1000, 2000, 2500, 3000 of 4000 IE simoctocog alfa in een

injectieflacon (glas type I), afgesloten met een broombutylrubber stop en verzegeld met een

aluminium flip-off dop

Oplosmiddel: 1 voorgevulde borosilicaatglazen spuit met 2,5 ml water voor injecties

1 steriele injectieflaconadapter voor reconstitutie met 1 vleugelnaald en 2 alcoholdoekjes

6.6

Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen en andere instructies

Het poeder mag alleen worden gereconstitueerd met het meegeleverde oplosmiddel (2,5 ml water voor

injecties) met gebruikmaking van de meegeleverde injectieset. De injectieflacon moet voorzichtig

worden gedraaid tot alle poeder is opgelost. Na reconstitutie moet de oplossing terug in de spuit

worden opgetrokken.

Het gereconstitueerde geneesmiddel moet vóór toediening visueel worden gecontroleerd op de

aanwezigheid van deeltjes en verkleuring. Het gereconstitueerde geneesmiddel is een heldere,

kleurloze oplossing zonder vreemde deeltjes en heeft een pH van 6,5 tot 7,5. Gebruik geen

oplossingen die troebel zijn of bezinksels bevatten.

Instructies voor voorbereiding en toediening

Laat de spuit met oplosmiddel (water voor injecties) en het poeder in de gesloten

injectieflacon op kamertemperatuur komen. U kunt dit doen door deze in uw handen te houden

tot ze net zo warm aanvoelen als uw handen. Gebruik geen andere methode voor het

opwarmen van de injectieflacon en voorgevulde spuit. Deze temperatuur moet tijdens

reconstitutie worden behouden.

Verwijder de plastic flip-off dop van de injectieflacon met poeder, zodat het middenstuk van

de rubber stop zichtbaar wordt. Verwijder niet de grijze stop of de metalen ring rond de

bovenkant van de injectieflacon.

Reinig de bovenkant van de injectieflacon met een alcoholdoekje. Laat de alcohol drogen.

Verwijder de papieren beschermlaag van de verpakking die de injectieflaconadapter bevat.

Haal de adapter niet uit de verpakking.

Plaats de injectieflacon met poeder op een effen oppervlak en houd deze stevig vast. Pak de

verpakking met de adapter en plaats de injectieflaconadapter op het midden van de rubber stop

van de flacon met poeder. Druk de verpakking van de adapter stevig omlaag tot de punt van de

adapter door de rubber stop dringt. De adapter klikt vast op de injectieflacon wanneer dit is

gebeurd.

Verwijder de papieren beschermlaag van de verpakking die de voorgevulde spuit bevat. Houd

de zuigerstang bij het uiteinde vast en raak de schacht niet aan. Bevestig het uiteinde met

schroefdraad van de zuigerstang op de zuiger van de spuit met oplosmiddel. Draai de

zuigerstang met de klok mee tot u een lichte weerstand voelt.

Breek de beveiligde plastic beschermpunt van de spuit met oplosmiddel af bij de perforatie op

de dop. Raak de binnenkant van de dop of de punt van de spuit niet aan. Als de oplossing niet

onmiddellijk wordt gebruikt, sluit de gevulde spuit dan met de beveiligde plastic

beschermpunt af om deze te bewaren.

Verwijder de verpakking van de adapter en voer deze af.

Bevestig de spuit met oplosmiddel stevig op de injectieflaconadapter door de spuit met de

klok mee te draaien tot u weerstand voelt.

Spuit langzaam al het oplosmiddel in de injectieflacon met poeder door de zuigerstang omlaag

te drukken.

Beweeg de injectieflacon, zonder de spuit te verwijderen, heel voorzichtig een paar keer of

draai deze rond om het poeder op te lossen. Niet schudden. Wacht tot al het poeder helemaal is

opgelost.

Controleer de uiteindelijke oplossing visueel vóór toediening op vaste deeltjes. De oplossing

moet helder, kleurloos en zo goed als vrij van zichtbare deeltjes zijn. Gebruik geen

oplossingen die troebel zijn of bezinksels bevatten.

Draai de injectieflacon met de spuit ondersteboven en trek langzaam de uiteindelijke oplossing

op in de spuit. Zorg ervoor dat de volledige inhoud van de injectieflacon wordt opgetrokken in

de spuit.

Maak de gevulde spuit los van de injectieflaconadapter door deze tegen de klok in te draaien

en voer de lege injectieflacon af.

De oplossing is nu klaar voor onmiddellijk gebruik. Niet in de koelkast bewaren.

Reinig de geselecteerde injectieplaats met één van de meegeleverde alcoholdoekjes.

Bevestig de meegeleverde infusieset op de spuit.

Steek de naald van de infusieset in de gekozen ader. Als u een knelband heeft gebruikt om de

ader gemakkelijker te kunnen zien, moet de knelband worden gelost voor u de oplossing

begint te injecteren.

Er mag geen bloed in de spuit stromen vanwege het risico op de vorming van fibrinestolsels.

Injecteer de oplossing in de ader met een trage snelheid, niet sneller dan 4 ml per minuut.

Als u meer dan één injectieflacon poeder gebruikt voor één behandeling, mag u dezelfde injectienaald

opnieuw gebruiken. De injectieflaconadapter en de spuit zijn bestemd voor eenmalig gebruik.

Al het ongebruikte geneesmiddel of afvalmateriaal dient te worden vernietigd overeenkomstig lokale

voorschriften.

7.

HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN

Octapharma AB

Lars Forssells gata 23

112 75 Stockholm

Zweden

8.

NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN

EU/1/14/936/001

EU/1/14/936/002

EU/1/14/936/003

EU/1/14/936/004

EU/1/14/936/005

EU/1/14/936/006

EU/1/14/936/007

9.

DATUM EERSTE VERGUNNINGVERLENING/VERLENGING VAN DE

VERGUNNING

Datum van eerste verlening van de vergunning: 22 juli 2014

Datum van laatste verlenging: 26 april 2019

10.

DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST

Gedetailleerde informatie over dit geneesmiddel is beschikbaar op de website van het Europees

Geneesmiddelenbureau (http://www.ema.europa.eu).

7 Westferry Circus

Canary Wharf

London E14 4HB

United Kingdom

An agency of the European Union

Telephone

+44 (0)20 7418 8400

Facsimile

+44 (0)20 7418 8416

E-mail

info@ema.europa.eu

Website

www.ema.europa.eu

© European Medicines Agency, 2017. Reproduction is authorised provided the source is acknowledged.

EMA/653987/2017

EMEA/H/C/002813

EPAR-samenvatting voor het publiek

Nuwiq

simoctocog alfa

Dit document is een samenvatting van het Europees openbaar beoordelingsrapport (EPAR) voor Nuwiq.

Het geeft uitleg over de wijze waarop het Geneesmiddelenbureau het geneesmiddel met het oog op

vergunningverlening in de EU en vaststelling van de gebruiksvoorwaarden heeft beoordeeld. Het is niet

bedoeld als praktisch advies voor het gebruik van Nuwiq.

Lees de bijsluiter of neem contact op met uw arts of apotheker voor praktische informatie over het

gebruik van Nuwiq.

Wat is Nuwiq en wanneer wordt het voorgeschreven?

Nuwiq is een geneesmiddel dat wordt gebruikt voor het behandelen en voorkomen van bloedingen bij

patiënten van alle leeftijden met hemofilie A (een erfelijke bloedingsstoornis veroorzaakt door een

tekort aan factor VIII). Het bevat de werkzame stof simoctocog alfa (humane stollingsfactor VIII).

Hoe wordt Nuwiq gebruikt?

Nuwiq is uitsluitend op doktersvoorschrift verkrijgbaar en de behandeling moet worden gestart onder

toezicht van een arts die ervaring heeft met de behandeling van hemofilie.

Nuwiq is verkrijgbaar in de vorm van een poeder en oplosmiddel, die worden gemengd tot een

oplossing voor injectie in een ader. De dosering en frequentie van de behandeling hangen af van de

vraag of Nuwiq wordt gebruikt om bloedingen te behandelen of te voorkomen, of tijdens operaties,

alsook hoeveel factor VIII de patiënt in het bloed heeft, en de ernst van de hemofilie, de omvang en

locatie van de bloeding en de toestand en het lichaamsgewicht van de patiënt. Nuwiq is geschikt voor

zowel kortdurend als langdurig gebruik.

Patiënten of hun verzorgers mogen Nuwiq zelf thuis toedienen zodra hun dat goed is aangeleerd. Zie

de bijsluiter voor meer informatie.

Nuwiq

EMA/653987/2017

Page 2/3

Hoe werkt Nuwiq?

De werkzame stof van Nuwiq is simoctocog alfa (menselijke stollingsfactor VIII), een stof die helpt bij

de bloedstolling. Patiënten met hemofilie A hebben een tekort aan factor VIII, wat problemen met de

bloedstolling veroorzaakt, zoals bloedingen in de gewrichten, spieren of inwendige organen. Nuwiq

wordt ingezet om het tekort aan factor VIII te verhelpen en zorgt ervoor dat de bloedziekte tijdelijk

onder controle wordt gehouden.

Simoctocog alfa wordt vervaardigd met behulp van een methode die bekendstaat als ‘recombinant-

DNA-techniek’, en wel door een cel waarin een gen (onderdeel van het DNA) is ingebracht zodat

simoctocog alfa kan worden aangemaakt.

Welke voordelen bleek Nuwiq tijdens de studies te hebben?

In drie grote onderzoeken onder in totaal 113 patiënten met hemofilie A bleek Nuwiq werkzaam te zijn

bij het voorkomen en behandelen van bloedingsepisoden.

Bij het eerste onderzoek waren 22 patiënten van 12 jaar en ouder betrokken, die Nuwiq toegediend

kregen voor de behandeling van bloedingsepisoden of ter voorkoming van bloedingen tijdens een

operatie. In totaal werden 986 bloedingsepisoden geregistreerd, waarvan het merendeel na één

injectie met Nuwiq stopte. De belangrijkste graadmeter voor de werkzaamheid was gebaseerd op de

beoordeling door patiënten van hoe goed de behandeling werkt. De behandeling met Nuwiq werd bij

94% van de bloedingsepisoden beoordeeld als ‘uitstekend’ of ‘goed’. Bij de twee operaties die tijdens

de studie plaatsvonden, werd Nuwiq beoordeeld als uitstekend voor het voorkomen van

bloedingsepisoden.

Bij de tweede studie waren 32 patiënten van 12 jaar en ouder betrokken die Nuwiq toegediend kregen

om bloedingsvoorvallen te voorkomen en te behandelen, en ook om bloedingen tijdens een operatie te

voorkomen. Wanneer het middel werd gebruikt om bloedingen te voorkomen, werden voor iedere

patiënt gemiddeld 0,19 bloedingen per maand geregistreerd. Wanneer Nuwiq werd gebruikt voor de

behandeling van bloedingsepisoden, werd het bij de behandeling van ernstige bloedingen voornamelijk

beoordeeld als ‘uitstekend’ of ‘goed’ en stopten de meeste bloedingen na één of meer injecties met

Nuwiq. Bij vier van de vijf operaties die tijdens de studie plaatsvonden, werd Nuwiq wat betreft het

voorkomen van bloedingsepisoden beoordeeld als uitstekend en bij één chirurgische ingreep als matig.

Bij de derde studie waren 59 kinderen van 2 tot 12 jaar betrokken. Wanneer Nuwiq werd gebruikt om

bloedingen te voorkomen, werden bij ieder kind gemiddeld 0,34 bloedingen per maand geregistreerd.

Wanneer het middel werd gebruikt voor de behandeling van bloedingsepisoden, stopten deze in 81%

van de gevallen na één of twee injecties met Nuwiq.

Welke risico’s houdt het gebruik van Nuwiq in?

Overgevoeligheidsreacties (allergische reacties) zijn gemeld bij gebruik van factor VIII-geneesmiddelen

en kunnen in sommige gevallen overgaan in ernstige allergische reacties.

Bij factor VIII-geneesmiddelen bestaat ook het risico dat sommige patiënten remmers (antilichamen)

tegen factor VIII ontwikkelen, wat maakt dat het geneesmiddel niet langer werkt en ertoe leidt dat

bloedingen minder goed onder controle te krijgen zijn. In dergelijke gevallen moet contact worden

opgenomen met een gespecialiseerd hemofiliebehandelcentrum.

Zie de bijsluiter voor het volledige overzicht van alle bijwerkingen van en beperkende voorwaarden

voor Nuwiq.

Nuwiq

EMA/653987/2017

Page 3/3

Waarom is Nuwiq goedgekeurd?

Het Europees Geneesmiddelenbureau heeft geconcludeerd dat de voordelen van Nuwiq groter zijn dan

de risico's en heeft geadviseerd Nuwiq voor gebruik in de EU goed te keuren. Het

Geneesmiddelenbureau stelde vast dat Nuwiq werkzaam is gebleken voor het voorkomen en

behandelen van bloedingsepisoden bij patiënten met hemofilie A en dat het een aanvaardbaar

veiligheidsprofiel heeft.

Welke maatregelen worden er genomen om een veilig en doeltreffend

gebruik van Nuwiq te waarborgen?

Aanbevelingen en voorzorgsmaatregelen die professionele zorgverleners en patiënten in acht moeten

nemen voor een veilig en doeltreffend gebruik van Nuwiq, zijn opgenomen in de samenvatting van de

productkenmerken en de bijsluiter.

Overige informatie over Nuwiq

De Europese Commissie heeft op 24 juli 2014 een in de hele Europese Unie geldige vergunning voor

het in de handel brengen van Nuwiq verleend.

Het volledige EPAR voor Nuwiq is te vinden op de website van het Europees

Geneesmiddelenbureau: ema.europa.eu/Find medicine/Human medicines/European public assessment

reports. Lees de bijsluiter (ook onderdeel van het EPAR) of neem contact op met uw arts of apotheker

voor meer informatie over de behandeling met Nuwiq.

Deze samenvatting is voor het laatst bijgewerkt in 10-2017.

Aðrar vörur

search_alerts

share_this_information