Bonviva

Evrópusambandið - hollenska - EMA (European Medicines Agency)

Kauptu það núna

Upplýsingar fylgiseðill PIL
Vara einkenni SPC
Opinber matsskýrsla PAR
Virkt innihaldsefni:
ibandroninezuur
Fáanlegur frá:
Atnahs Pharma Netherlands B.V.
ATC númer:
M05BA06
INN (Alþjóðlegt nafn):
ibandronic acid
Meðferðarhópur:
Geneesmiddelen voor de behandeling van botziekten
Lækningarsvæði:
Osteoporose, postmenopauze
Ábendingar:
Behandeling van osteoporose bij postmenopauzale vrouwen met een verhoogd risico op fracturen (zie rubriek 5. Een vermindering van het risico van wervelfracturen is aangetoond, de werkzaamheid op femurhals fracturen is niet vastgesteld.
Vörulýsing:
Revision: 25
Leyfisstaða:
Erkende
Leyfisnúmer:
EMEA/H/C/000501
Leyfisdagur:
2004-02-23
EMEA númer:
EMEA/H/C/000501

Skjöl

Opinber matsskýrsla Opinber matsskýrsla - búlgarska
Opinber matsskýrsla Opinber matsskýrsla - tékkneska
Opinber matsskýrsla Opinber matsskýrsla - eistneska
Opinber matsskýrsla Opinber matsskýrsla - lettneska
Opinber matsskýrsla Opinber matsskýrsla - litháíska
Opinber matsskýrsla Opinber matsskýrsla - ungverska
Opinber matsskýrsla Opinber matsskýrsla - maltneska
Opinber matsskýrsla Opinber matsskýrsla - portúgalska
Opinber matsskýrsla Opinber matsskýrsla - rúmenska
Opinber matsskýrsla Opinber matsskýrsla - slóvakíska
Opinber matsskýrsla Opinber matsskýrsla - slóvenska
Samantekt á eiginleikum vöru Samantekt á eiginleikum vöru - norskt bókmál
Opinber matsskýrsla Opinber matsskýrsla - króatíska

B. BIJSLUITER

Bijsluiter: informatie voor de patiënt

Bonviva 150 mg filmomhulde tabletten

Ibandroninezuur

Lees goed de hele bijsluiter voordat u dit geneesmiddel gaat innemen want er staat belangrijke

informatie in voor u.

Bewaar deze bijsluiter. Misschien heeft u hem later weer nodig.

Heeft u nog vragen? Neem dan contact op met uw arts of apotheker.

Geef dit geneesmiddel niet door aan anderen, want het is alleen aan u voorgeschreven. Het kan

schadelijk zijn voor anderen, ook al hebben zij dezelfde klachten als u.

Krijgt u last van een van de bijwerkingen die in rubriek 4 staan? Of krijgt u een bijwerking die

niet in deze bijsluiter staat? Neem dan contact op met uw arts of apotheker.

Inhoud van deze bijsluiter:

Onthouden wanneer Bonviva ingenomen moet worden

met behulp van de stickers voor uw persoonlijke kalender

Wat is Bonviva en waarvoor wordt dit middel gebruikt?

Wanneer mag u dit middel niet innemen of moet u er extra voorzichtig mee zijn?

Hoe neemt u dit middel in?

Mogelijke bijwerkingen

Hoe bewaart u dit middel?

Inhoud van de verpakking en overige informatie

1.

Wat is Bonviva en waarvoor wordt dit middel gebruikt?

Bonviva behoort tot de groep van geneesmiddelen die bisfosfonaten worden genoemd. Het bevat de

werkzame stof ibandroninezuur. Bonviva kan botverlies tegengaan door het voorkomen van verdere

botafbraak en het verhogen van de botmassa bij de meeste vrouwen die het middel innemen, hoewel

zij het verschil niet zullen kunnen zien of voelen. Bonviva kan het risico op botbreuken (fracturen)

verminderen. Een vermindering van wervelfracturen is aangetoond, maar niet van heupfracturen.

Bonviva is aan u voorgeschreven om postmenopauzale osteoporose te behandelen omdat u een

verhoogd risico op fracturen heeft. Osteoporose is het dunner en brozer worden van het bot. Dit

komt vaak voor bij vrouwen na de menopauze (overgang). Tijdens de menopauze stoppen de

eierstokken van een vrouw met het aanmaken van het vrouwelijke hormoon oestrogeen. Dit hormoon

helpt om het skelet van de vrouw gezond te houden.

Hoe eerder een vrouw in de menopauze komt, des te groter is haar risico op fracturen als gevolg van

osteoporose.

Andere factoren die het risico op fracturen kunnen verhogen, zijn:

niet genoeg calcium en vitamine D in het dieet

roken of overmatig alcoholgebruik

niet genoeg lopen of andere oefeningen die uw botten belasten

een familiegeschiedenis van osteoporose

Een gezonde levensstijl zal ook helpen om zoveel mogelijk voordeel van uw behandeling te hebben.

Dit omvat:

het eten van een uitgebalanceerd dieet, rijk aan calcium en vitamine D

wandelen of het doen van andere oefeningen die de botten belasten

niet roken en niet te veel alcohol drinken

2.

Wanneer mag u dit middel niet innemen of moet u er extra voorzichtig mee zijn?

Wanneer mag u dit middel niet gebruiken?

U bent allergisch voor een van de stoffen in dit geneesmiddel. Deze stoffen kunt u vinden in

rubriek 6.

U heeft bepaalde problemen met uw slokdarm (oesofagus), zoals vernauwing of moeite met

slikken.

Als u niet in staat bent ten minste een uur lang (60 minuten) te staan of rechtop te zitten.

Als u een laag calciumgehalte in het bloed heeft of dit in het verleden heeft gehad. Overleg

in dat geval met uw arts.

Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit middel?

Sinds het op de markt komen is een bijwerking genaamd ‘osteonecrose van de kaak’ (botschade in de

kaak) zeer zelden gemeld bij patiënten die Bonviva kregen tegen osteoporose. Osteonecrose van de

kaak kan ook optreden na het stoppen van de behandeling.

Het is belangrijk om te proberen om osteonecrose van de kaak te voorkomen aangezien het een

pijnlijke aandoening is die moeilijk te behandelen kan zijn. Om het risico op het ontwikkelen van

osteonecrose van de kaak te verminderen, zijn er enkele voorzorgen die u moet nemen.

Voordat u behandeld wordt, vertel het uw arts/verpleegkundige (beroepsbeoefenaar in de

gezondheidszorg) als:

u problemen heeft met uw mond of tanden/kiezen, zoals een slecht gebit, tandvleesproblemen,

of als u een afspraak heeft om een tand of kies te laten trekken

u geen routinematige mondzorg krijgt of als u heel lang geen gebitscontrole heeft gehad

u rookt (aangezien dit de kans op gebitsproblemen kan verhogen)

u eerder behandeld werd met een bisfosfonaat (gebruikt om botaandoeningen te behandelen of

voorkomen)

u geneesmiddelen gebruikt die corticosteroïden worden genoemd (zoals prednisolon of

dexamethason)

u kanker heeft

Uw arts kan u vragen een tandheelkundig onderzoek te ondergaan voordat u de behandeling met

Bonviva begint.

Tijdens uw behandeling moet u een goede mondhygiëne aanhouden (waaronder regelmatig tanden

poetsen) en moet uw gebit regelmatig worden gecontroleerd. Als u een kunstgebit draagt, moet u er

zeker van zijn dat deze goed past. Als u onder tandheelkundige behandeling bent of een

tandheelkundige ingreep (bijv. het trekken van een of meer tanden of kiezen) zal ondergaan, informeer

dan uw arts over de tandheelkundige behandeling en vertel uw tandarts dat u behandeld wordt met

Bonviva.

Neem onmiddellijk contact op met uw arts en tandarts als u problemen ervaart met uw mond of gebit

zoals losse tanden of kiezen, pijn of zwelling, of het niet genezen van zweren of wondvocht, aangezien

dit tekenen kunnen zijn van osteonecrose van de kaak.

Sommige mensen moeten extra voorzichtig zijn wanneer zij Bonviva gebruiken. Neem contact op met

uw arts voordat u dit middel inneemt:

als u stoornissen heeft van het mineraal metabolisme (zoals vitamine D gebrek)

als uw nieren niet normaal functioneren

als u problemen heeft met slikken of met de spijsvertering

Irritatie, ontsteking of het ontwikkelen van zweren van de slokdarm (oesofagus), vaak met symptomen

van ernstige pijn op de borst, ernstige pijn na het doorslikken van eten en/of drinken, ernstige

misselijkheid, of braken kunnen voorkomen, vooral als u geen vol glas water drinkt en/of als u gaat

liggen binnen een uur na het innemen van Bonviva. Als u deze symptomen krijgt, stop dan met het

innemen van Bonviva en vertel het onmiddellijk aan uw arts (zie rubriek 3).

Kinderen en jongeren tot 18 jaar

Geef Bonviva niet aan kinderen of jongeren onder de 18 jaar.

Gebruikt u nog andere geneesmiddelen?

Gebruikt u naast Bonviva nog andere geneesmiddelen, heeft u dat kort geleden gedaan of bestaat de

mogelijkheid dat u in de nabije toekomst andere geneesmiddelen gaat gebruiken? Vertel dat dan uw

arts of apotheker. In het bijzonder:

Supplementen die calcium, magnesium, ijzer of aluminium bevatten, omdat deze de

werking van Bonviva kunnen beïnvloeden.

Acetylsalicylzuur en andere niet-steroïdale anti-ontstekingsmiddelen (NSAIDs) (onder andere

ibuprofen, natriumdiclofenac en naproxen) kunnen de maag en darm irriteren. Bonviva kan dat

ook doen. Wees dus extra voorzichtig als u pijnstillers of ontstekingsremmers neemt terwijl u

Bonviva gebruikt.

Nadat u uw maandelijkse Bonviva tablet heeft doorgeslikt, moet u 1 uur wachten voordat u andere

geneesmiddelen neemt, waaronder spijsverteringstabletten, calcium supplementen of vitaminen.

Waarop moet u letten met eten en drinken?

Neem Bonviva niet in met voedsel. Bonviva werkt minder goed als het samen met voedsel

ingenomen wordt.

U mag water drinken, maar geen andere vloeistoffen.

Nadat u Bonviva heeft ingenomen, wacht dan 1 uur voordat u uw eerste voedsel of ander drinken

neemt (zie rubriek 3 Hoe neemt u dit middel in?).

Zwangerschap en borstvoeding

Bonviva is alleen bestemd voor gebruik door postmenopauzale vrouwen en mag niet gebruikt worden

door vrouwen die nog zwanger kunnen worden.

Gebruik Bonviva niet wanneer u zwanger bent of borstvoeding geeft.

Neem contact op met uw arts of apotheker voordat u dit geneesmiddel gebruikt.

Rijvaardigheid en het gebruik van machines

U mag rijden en machines bedienen, omdat te verwachten is dat Bonviva geen of een verwaarloosbare

invloed zal hebben op uw rijvaardigheid en uw vermogen om machines te bedienen.

Bonviva bevat lactose

Indien uw arts u heeft verteld dat u bepaalde suikers niet kan verdragen of verteren (bijv. als u

galactose-intolerantie, Lapp-lactasedeficiëntie of problemen met glucose-galactose-opname heeft),

neem dan contact op met uw arts voordat u dit geneesmiddel inneemt.

3.

Hoe neemt u dit middel in?

Neem dit geneesmiddel altijd in precies zoals uw arts of apotheker u dat heeft verteld. Twijfelt u over

het juiste gebruik? Neem dan contact op met uw arts of apotheker.

De aanbevolen dosering is 1 tablet eens per maand.

Het innemen van uw maandelijkse tablet

Het is belangrijk dat u deze instructies nauwkeurig opvolgt. Zij zijn opgesteld om ervoor te zorgen dat

uw Bonviva tablet uw maag snel bereikt, waardoor de kans op irritatie afneemt.

Neem 1 Bonviva 150 mg tablet eens per maand.

Kies een dag van de maand die gemakkelijk te onthouden is. U kunt bijvoorbeeld steeds

dezelfde datum kiezen (zoals de eerste dag van elke maand) of dezelfde dag (zoals de eerste

zondag van elke maand) om uw Bonviva tablet in te nemen. Kies een datum die het beste bij uw

routine past.

Neem uw Bonviva tablet in ten minste 6 uur nadat u voor het laatst iets gegeten of

gedronken heeft, anders dan water.

Neem uw Bonviva tablet

’s ochtends na het opstaan en

voordat u iets eet of drinkt (op een nuchtere maag).

Neem uw tablet in met een vol glas water (ten minste 180 ml).

Neem uw tablet niet in met water met een hoog gehalte aan calcium, vruchtensap of andere dranken.

Als er een vermoeden is van een mogelijk hoog gehalte aan calcium in het leidingwater (hard water),

wordt het aangeraden om water uit een fles met een laag gehalte aan mineralen te gebruiken.

Slik uw tablet heel door – niet erop kauwen, niet fijnmalen en niet laten smelten in uw mond.

Voor het volgende uur (60 minuten) nadat u uw tablet heeft ingenomen

ga niet liggen; als u niet rechtop blijft (staan of zitten), kan er wat van het geneesmiddel

teruglopen in uw slokdarm

eet niets

drink niets (behalve water als u dit nodig heeft)

neem geen andere geneesmiddelen

Nadat u een uur gewacht heeft, kunt u uw eerste eten of drinken van de dag nemen. Als u

eenmaal gegeten heeft, kunt u gaan liggen als u dat wilt en kunt u andere geneesmiddelen

innemen.

Bonviva blijven gebruiken

Het is belangrijk dat u Bonviva elke maand blijft gebruiken, zolang uw arts het u voorschrijft. Nadat u

5 jaar Bonviva heeft gebruikt, overleg dan met uw arts of het nodig is om Bonviva te blijven

gebruiken.

Heeft u te veel van dit middel ingenomen?

Als u per vergissing meer dan 1 tablet heeft ingenomen, drink dan een vol glas melk en neem

onmiddellijk contact op met uw arts.

Probeer niet over te geven en ga niet liggen – dit kan ervoor zorgen dat Bonviva slokdarmirritatie

veroorzaakt.

Bent u vergeten dit middel in te nemen?

Als u vergeet de tablet op de ochtend van de door u gekozen dag in te nemen, neem dan geen

tablet later op deze dag, maar kijk op uw kalender om te zien wanneer uw volgende dosis

gepland staat.

Als u vergeten bent uw tablet in te nemen op de door u gekozen dag en indien de volgende

tablet binnen 1 tot 7 dagen ingenomen moet worden…

Neem nooit 2 Bonviva tabletten in dezelfde week. U dient te wachten tot het moment dat u de

volgende tablet zou innemen. Neem dan een tablet als gewoonlijk. Neem vervolgens één tablet

een keer per maand op de oorspronkelijk geplande dagen, zoals aangegeven op uw kalender.

Als u vergeten bent uw tablet in te nemen op de door u gekozen dag en indien de volgende

tablet meer dan 7 dagen later ingenomen moet worden…

Neem 1 tablet de volgende morgen, na de dag dat u er weer aan denkt. Neem vervolgens één

tablet per maand op de oorspronkelijk geplande dagen, zoals aangegeven op uw kalender.

4.

Mogelijke bijwerkingen

Zoals elk geneesmiddel kan ook dit geneesmiddel bijwerkingen hebben, al krijgt niet iedereen daarmee

te maken.

Neem direct contact op met een arts of verpleegkundige wanneer u last krijgt van de volgende

bijwerkingen - mogelijk heeft u met spoed medische behandeling nodig:

Soms (komen voor bij minder dan 1 op de 100 personen):

hevige pijn op de borst, ernstige pijn na het doorslikken van eten of drinken, ernstige

misselijkheid of braken, moeilijkheden bij het slikken. U kunt een ernstige ontsteking van uw

slokdarm hebben, mogelijk met een zweer of een vernauwing van de slokdarm

Zelden (komen voor bij minder dan 1 op de 1.000 personen):

jeuk, zwelling van uw gezicht, lippen, tong en keel, met moeilijkheden bij het ademhalen

aanhoudende oogpijn en oogontsteking

pijn, zwakte of een onprettig gevoel in uw dij, heup of lies, die u niet eerder had. U heeft

mogelijk vroege verschijnselen van een mogelijke, ongebruikelijke breuk van uw dijbeen

Zeer zelden (komen voor bij minder dan 1 op de 10.000 personen):

pijn of een zweer in uw mond of kaak. U heeft mogelijk vroege verschijnselen van ernstige

kaakproblemen (necrose (dood botweefsel) in het kaakbot)

neem contact op met uw arts als u oorpijn, uitscheiding uit het oor en/of een oorinfectie heeft.

Dit kunnen tekenen van botschade in het oor zijn

ernstige, mogelijk levensbedreigende, allergische reactie

ernstige huidreacties

Andere mogelijke bijwerkingen

Vaak (komen voor bij minder dan 1 op de 10 personen):

hoofdpijn

brandend maagzuur, ongemak bij het slikken, maag- of buikpijn (kan veroorzaakt zijn door een

ontsteking van de maag), problemen met de spijsvertering, misselijkheid, diarree (dunne

ontlasting)

spierkrampen, stijfheid van uw gewrichten en ledematen

griepachtige verschijnselen, waaronder koorts, trillen en rillingen, zich ongemakkelijk voelen,

botpijn en pijnlijke spieren en gewrichten. Vertel het een verpleegkundige of arts indien u last

krijgt van bijwerkingen of deze bijwerkingen langer dan een paar dagen aanhouden

huiduitslag

Soms (komen voor bij minder dan 1 op de 100 personen):

duizeligheid

flatulentie (winderigheid, opgeblazen gevoel)

rugpijn

zich vermoeid en uitgeput voelen

astma-aanvallen

Zelden (komen voor bij minder dan 1 op de 1.000 personen):

ontsteking van de twaalfvingerige darm (eerste deel van de darm), die maagpijn veroorzaakt

netelroos

Het melden van bijwerkingen

Krijgt u last van bijwerkingen, neem dan contact op met uw arts of apotheker. Dit geldt ook voor

mogelijke bijwerkingen die niet in deze bijsluiter staan. U kunt bijwerkingen ook rechtstreeks melden

via het nationale meldsysteem zoals vermeld in aanhangsel V*. Door bijwerkingen te melden, kunt u

ons helpen meer informatie te verkrijgen over de veiligheid van dit geneesmiddel.

5.

Hoe bewaart u dit middel?

Buiten het zicht en bereik van kinderen houden.

Voor dit geneesmiddel zijn er geen speciale bewaarcondities.

Gebruik dit geneesmiddel niet meer na de uiterste houdbaarheidsdatum. Die is te vinden op de doos na

"EXP". Daar staat een maand en een jaar. De laatste dag van die maand is de uiterste

houdbaarheidsdatum.

Spoel geneesmiddelen niet door de gootsteen of de WC en gooi ze niet in de vuilnisbak. Vraag uw

apotheker wat u met geneesmiddelen moet doen die u niet meer gebruikt. Ze worden dan op een

verantwoorde manier vernietigd en komen niet in het milieu terecht.

6.

Inhoud van de verpakking en overige informatie

Welke stoffen zitten er in dit middel?

De werkzame stof in dit middel is ibandroninezuur. Eén tablet bevat 150 mg ibandroninezuur

(als natriummonohydraat).

De andere stoffen in dit middel zijn:

Tabletkern: lactosemonohydraat, povidon, microkristallijne cellulose, crospovidon, gezuiverd

stearinezuur, colloïdaal watervrij silica

Tabletomhulsel: hypromellose, titaniumdioxide (E171), talk, macrogol 6000

Hoe ziet Bonviva eruit en hoeveel zit er in een verpakking?

Bonviva tabletten zijn wit tot gebroken wit, langwerpig van vorm, met de markering “BNVA” op een

kant en “150” op de andere kant. De tabletten worden geleverd in blisterstrips van 1 of 3 tabletten.

Het kan voorkomen dat niet alle verpakkingsgrootten op de markt worden gebracht.

Houder van de vergunning voor het in de handel brengen en fabrikant

Houder van de vergunning voor het in de handel brengen

Atnahs Pharma Netherlands B.V.

Strawinskylaan 3127

1077 ZX Amsterdam

Nederland

Fabrikant

Waymade PLC

Sovereign House,

Miles Gray Road,

Basildon, Essex,

SS14 3FR

Verenigd Koninkrijk

Waymade PLC

Josselin Road

Burnt Mills Industrial Estate

Basildon,

SS13 1QF

Verenigd Koninkrijk

IL CSM Clinical Supplies Management GmbH

Marie-Curie-Strasse 8

Lörrach

Baden-Württemberg

79539, Duitsland

Deze bijsluiter is voor het laatst goedgekeurd in

Meer informatie over dit geneesmiddel is beschikbaar op de website van het Europees

Geneesmiddelenbureau: http://www.ema.europa.eu.

TEKST OP GEHEUGENSTICKER

ONTHOUDEN WANNEER BONVIVA INGENOMEN MOET WORDEN

U moet uw Bonviva tablet eens per maand innemen. Kies een dag van de maand die gemakkelijk te

onthouden is:

bijvoorbeeld steeds dezelfde datum (zoals de eerste dag van elke maand)

of dezelfde dag (zoals de eerste zondag van elke maand).

Gebruik de stickers hieronder om de data te markeren op uw kalender.

Zet een vinkje in de daarvoor bestemde ruimte op de sticker als u uw tablet ingenomen heeft.

STICKERS VOOR UW PERSOONLIJKE KALENDER

Maandelijkse tablet

Maandelijkse tablet

Maandelijkse tablet

Bonviva

Bonviva

Bonviva

Het is belangrijk om Bonviva elke maand te blijven innemen.

Bijsluiter: informatie voor de patiënt

Bonviva 3 mg oplossing voor injectie

Ibandroninezuur

Lees goed de hele bijsluiter voordat u dit geneesmiddel gaat gebruiken want er staat belangrijke

informatie in voor u.

Bewaar deze bijsluiter. Misschien heeft u hem later weer nodig.

Heeft u nog vragen? Neem dan contact op met uw arts of apotheker.

Krijgt u last van een van de bijwerkingen die in rubriek 4 staan? Of krijgt u een bijwerking die

niet in deze bijsluiter staat? Neem dan contact op met uw arts of apotheker.

Inhoud van deze bijsluiter

Wat is Bonviva en waarvoor wordt dit middel gebruikt?

Wanneer mag u dit middel niet gebruiken of moet u er extra voorzichtig mee zijn?

Hoe gebruikt u dit middel?

Mogelijke bijwerkingen

Hoe bewaart u dit middel?

Inhoud van de verpakking en overige informatie

1.

Wat is Bonviva en waarvoor wordt dit middel gebruikt?

Bonviva behoort tot de groep van geneesmiddelen die bisfosfonaten worden genoemd. Het bevat het

werkzame bestanddeel ibandroninezuur.

Bonviva kan botverlies tegengaan door het voorkomen van verdere botafbraak en het verhogen van de

botmassa bij de meeste vrouwen die het middel innemen, hoewel zij het verschil niet zullen kunnen

zien of voelen. Bonviva kan het risico op botbreuken (fracturen) verminderen. Een vermindering van

wervelfracturen is aangetoond, maar niet van heupfracturen.

Bonviva is aan u voorgeschreven om postmenopauzale osteoporose te behandelen omdat u een

verhoogd risico op fracturen heeft. Osteoporose is het dunner en brozer worden van de botten. Dit

komt vaak voor bij vrouwen na de menopauze (overgang). Tijdens de menopauze stoppen de

eierstokken van een vrouw met het aanmaken van het vrouwelijke hormoon oestrogeen. Dit hormoon

helpt om het skelet van de vrouw gezond te houden.

Hoe eerder een vrouw in de menopauze komt, des te groter is haar kans op fracturen als gevolg van

osteoporose.

Andere factoren die het risico op osteoporose kunnen verhogen, zijn:

niet genoeg calcium en vitamine D in het dieet

roken of overmatig alcoholgebruik

niet voldoende wandelen of andere oefeningen die uw botten belasten

een familiegeschiedenis van osteoporose

Een gezonde levensstijl zal ook helpen om zoveel mogelijk voordeel van uw behandeling te hebben.

Dit omvat:

het eten van een uitgebalanceerd dieet, rijk aan calcium en vitamine D

wandelen of het doen van andere oefeningen die de botten belasten

niet roken en niet teveel alcohol drinken

2.

Wanneer mag u dit middel niet gebruiken of moet u er extra voorzichtig mee zijn?

Wanneer mag u dit middel niet gebruiken?

Als u een laag calciumgehalte in het bloed heeft of dit in het verleden heeft gehad. Overleg

in dat geval met uw arts.

U bent allergisch voor een van de stoffen in dit geneesmiddel. Deze stoffen kunt u vinden in

rubriek 6.

Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit middel?

Sinds het op de markt komen is een bijwerking genaamd ‘osteonecrose van de kaak’ (botschade in de

kaak) zeer zelden gemeld bij patiënten die Bonviva kregen tegen osteoporose. Osteonecrose van de

kaak kan ook optreden na het stoppen van de behandeling.

Het is belangrijk om te proberen om osteonecrose van de kaak te voorkomen aangezien het een

pijnlijke aandoening is die moeilijk te behandelen kan zijn. Om het risico op het ontwikkelen van

osteonecrose van de kaak te verminderen, zijn er enkele voorzorgen die u moet nemen.

Voordat u behandeld wordt, vertel het uw arts/verpleegkundige (beroepsbeoefenaar in de

gezondheidszorg) als:

u problemen heeft met uw mond of tanden/kiezen, zoals een slecht gebit, tandvleesproblemen,

of als u een afspraak heeft om een tand of kies te laten trekken

u geen routinematige mondzorg krijgt of als u heel lang geen gebitscontrole heeft gehad

u rookt (aangezien dit de kans op gebitsproblemen kan verhogen)

u eerder behandeld werd met een bisfosfonaat (gebruikt om botaandoeningen te behandelen of

voorkomen)

u geneesmiddelen gebruikt die corticosteroïden worden genoemd (zoals prednisolon of

dexamethason)

u kanker heeft

Uw arts kan u vragen een tandheelkundig onderzoek te ondergaan voordat u de behandeling met

Bonviva begint.

Tijdens uw behandeling moet u een goede mondhygiëne aanhouden (waaronder regelmatig tanden

poetsen) en moet uw gebit regelmatig worden gecontroleerd. Als u een kunstgebit draagt, moet u er

zeker van zijn dat deze goed past. Als u onder tandheelkundige behandeling bent of een

tandheelkundige ingreep (bijv. het trekken van een of meer tanden of kiezen) zal ondergaan, informeer

dan uw arts over de tandheelkundige behandeling en vertel uw tandarts dat u behandeld wordt met

Bonviva.

Neem onmiddellijk contact op met uw arts en tandarts als u problemen ervaart met uw mond of gebit

zoals losse tanden of kiezen, pijn of zwelling, of het niet genezen van zweren of wondvocht, aangezien

dit tekenen kunnen zijn van osteonecrose van de kaak.

Sommige patiënten moeten extra voorzichtig zijn wanneer zij Bonviva gebruiken. Raadpleeg uw arts

voordat u Bonviva krijgt toegediend:

wanneer u problemen met de nieren heeft of heeft gehad, lijdt aan nierfalen of ooit gedialyseerd

bent of wanneer u een andere ziekte heeft die invloed heeft op uw nieren

wanneer u een stoornis heeft van de mineraal stofwisseling (zoals vitamine D gebrek)

u dient aanvullende calcium en vitamine D supplementen te gebruiken wanneer u Bonviva

gebruikt. Wanneer dit voor u niet mogelijk is, dan moet u dit uw arts vertellen

als u hartproblemen heeft en de arts heeft u aangeraden uw dagelijkse inname van vloeistoffen te

beperken

Gevallen van ernstige, soms fatale, allergische reacties zijn gemeld bij patiënten die intraveneus

behandeld werden met ibandroninezuur.

Als u een van de volgende verschijnselen krijgt, zoals kortademigheid/moeilijkheden met ademhalen,

een strak gevoel in de keel, zwelling van de tong, duizeligheid, een gevoel van bewustzijnsverlies,

roodheid of zwelling van het gezicht, uitslag op het lichaam, misselijkheid en overgeven, moet u direct

uw arts of verpleegkundige waarschuwen.

Kinderen en jongeren tot 18 jaar

Bonviva moet niet worden gebruikt bij kinderen of adolescenten onder de 18 jaar.

Gebruikt u nog andere geneesmiddelen?

Gebruikt u naast Bonviva nog andere geneesmiddelen, heeft u dat kort geleden gedaan of bestaat de

mogelijkheid dat u in de nabije toekomst andere geneesmiddelen gaat gebruiken? Vertel dat dan uw

arts of apotheker.

Zwangerschap en borstvoeding

Bonviva is alleen bestemd voor gebruik door postmenopauzale vrouwen en mag niet gebruikt worden

door vrouwen die nog zwanger kunnen worden.

Gebruik Bonviva niet wanneer u zwanger bent of borstvoeding geeft.

Neem contact op met uw arts of apotheker voordat u dit geneesmiddel gebruikt.

Rijvaardigheid en het gebruik van machines

U mag rijden en machines bedienen, omdat het te verwachten is dat Bonviva geen of een

verwaarloosbare invloed zal hebben op uw rijvaardigheid en uw vermogen om machines te bedienen.

Bonviva bevat natrium

Bonviva bevat minder dan 1 mmol natrium (23 mg) per dosis (3 ml), d.w.z. dat het in wezen ‘natrium-

vrij’ is.

3.

Hoe gebruikt u dit middel?

De aanbevolen dosering van Bonviva als intraveneuze injectie is 3 mg (1 voorgevulde spuit) eenmaal

per 3 maanden.

De injectie dient in de ader toegediend te worden door een arts of daartoe bevoegde verpleegkundige.

U mag de injectie niet bij uzelf toedienen.

De oplossing voor injectie mag alleen in een ader worden toegediend, en niet op een andere plek in het

lichaam.

Bonviva blijven gebruiken

Om zo veel mogelijk baat te hebben bij de behandeling, is het belangrijk dat u de injecties iedere

3 maanden toegediend blijft krijgen, zolang uw arts het u voorschrijft. Bonviva kan osteoporose alleen

behandelen zolang u het gebruikt, ondanks dat u geen verschil zal zien of voelen. Nadat u 5 jaar

Bonviva heeft gebruikt, overleg dan met uw arts of het nodig is om Bonviva te blijven gebruiken.

U dient aanvullende calcium en vitamine D producten te gebruiken, zoals geadviseerd door uw arts.

Heeft u te veel van dit middel gebruikt?

Het is mogelijk dat de hoeveelheid calcium, fosfor of magnesium in uw bloed te laag wordt. Indien het

nodig is, zal uw arts dit corrigeren door u een injectie te geven met deze mineralen.

Bent u vergeten dit middel te gebruiken?

U dient zo spoedig mogelijk een afspraak te maken voor een nieuwe injectie. Ga vervolgens vanaf de

datum van deze laatste injectie verder met het ontvangen van de injecties iedere 3 maanden.

4.

Mogelijke bijwerkingen

Zoals elke geneesmiddel kan ook dit geneesmiddel bijwerkingen hebben, al krijgt niet iedereen

daarmee te maken.

Neem direct contact op met een arts of verpleegkundige wanneer u last krijgt van de volgende

bijwerkingen - mogelijk heeft u met spoed medische behandeling nodig:

Zelden (komen voor bij minder dan 1 op de 1.000 personen):

jeuk, zwelling van uw gezicht, lippen, tong en keel, met moeilijkheden bij het ademhalen

aanhoudende oogpijn en oogontsteking (indien langdurig)

pijn, zwakte of een onprettig gevoel in uw dij, heup of lies, die u niet eerder had. U heeft

mogelijk vroege verschijnselen van een mogelijke, ongebruikelijke breuk van uw dijbeen

Zeer zelden (komen voor bij minder dan 1 op de 10.000 personen):

pijn of een zweer in uw mond of kaak. U heeft mogelijk vroege verschijnselen van ernstige

kaakproblemen (necrose (dood botweefsel) in het kaakbot)

neem contact op met uw arts als u oorpijn, uitscheiding uit het oor en/of een oorinfectie heeft.

Dit kunnen tekenen van botschade in het oor zijn

ernstige, mogelijk levensbedreigende, allergische reactie (zie rubriek 2)

ernstige huidreacties

Andere mogelijke bijwerkingen

Vaak (komen voor bij minder dan 1 op de 10 personen):

hoofdpijn

maagpijn (zoals maagontsteking) of buikpijn, problemen met de spijsvertering, misselijkheid,

diarree (dunne ontlasting) of verstopping

pijn in uw spieren, gewrichten of rug

zich vermoeid en uitgeput voelen

griepachtige verschijnselen waaronder koorts, trillen en rillingen, zich ongemakkelijk voelen,

botpijn en pijnlijke spieren en gewrichten. Vertel het een verpleegkundige of arts indien u last

krijgt van bijwerkingen of deze bijwerkingen langer dan een paar dagen aanhouden.

huiduitslag

Soms (komen voor bij minder dan 1 op de 100 personen):

ontsteking van een ader

pijn of letsel op de injectieplaats

botpijn

zich zwak voelen

astma-aanvallen

Zelden (komen voor bij minder dan 1 op de 1.000 personen):

netelroos

Het melden van bijwerkingen

Krijgt u last van bijwerkingen, neem dan contact op met uw arts of apotheker. Dit geldt ook voor

mogelijke bijwerkingen die niet in deze bijsluiter staan. U kunt bijwerkingen ook rechtstreeks melden

via het nationale meldsysteem zoals vermeld in aanhangsel V*. Door bijwerkingen te melden, kunt u

ons helpen meer informatie te verkrijgen over de veiligheid van dit geneesmiddel.

5.

Hoe bewaart u dit middel?

Buiten het zicht en bereik van kinderen houden.

Voor dit geneesmiddel zijn er geen speciale bewaarcondities.

Gebruik dit geneesmiddel niet meer na de uiterste houdbaarheidsdatum. Die is te vinden op de doos na

"EXP". Daar staat een maand en een jaar. De laatste dag van die maand is de uiterste

houdbaarheidsdatum.

Diegene die de injectie toedient, dient een eventuele ongebruikte oplossing weg te gooien en de

gebruikte spuit en injectienaald in een daarvoor geschikte afvalcontainer te stoppen.

6.

Inhoud van de verpakking en overige informatie

Welke stoffen zitten er in dit middel?

De werkzame stof in dit middel is ibandroninezuur. Een voorgevulde spuit bevat 3 mg

ibandroninezuur in 3 ml oplossing (natriummonohydraat).

De andere stoffen in dit middel zijn natriumchloride, azijnzuur, natriumacetaattrihydraat en

water voor injecties

Hoe ziet Bonviva eruit en hoeveel zit er in een verpakking?

Bonviva 3 mg oplossing voor injectie in voorgevulde spuiten is een heldere, kleurloze oplossing. Elke

voorgevulde spuit bevat 3 ml oplossing. Bonviva is beschikbaar in verpakkingen met 1 voorgevulde

spuit en 1 injectienaald of met 4 voorgevulde spuiten en 4 injectienaalden.

Het kan voorkomen dat niet alle verpakkingsgrootten op de markt worden gebracht.

Houder van de vergunning voor het in de handel brengen en fabrikant

Houder van de vergunning voor het in de handel brengen

Atnahs Pharma Netherlands B.V.

Strawinskylaan 3127

1077 ZX Amsterdam

Nederland

Fabrikant

Waymade PLC

Sovereign House,

Miles Gray Road,

Basildon, Essex,

SS14 3FR

Verenigd Koninkrijk

Waymade PLC

Josselin Road

Burnt Mills Industrial Estate

Basildon,

SS13 1QF

Verenigd Koninkrijk

Deze bijsluiter is voor het laatst goedgekeurd in

Meer informatie over dit geneesmiddel is beschikbaar op de website van het Europees

Geneesmiddelenbureau: http://www.ema.europa.eu.

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

De volgende informatie is alleen bestemd voor beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg:

INFORMATIE VOOR BEROEPSBEOEFENAREN IN DE GEZONDHEIDSZORG

Zie de samenvatting van de productkenmerken voor meer informatie.

Toediening van Bonviva 3 mg oplossing voor injectie in voorgevulde spuit:

Bonviva 3 mg oplossing voor injectie in voorgevulde spuit dient intraveneus geïnjecteerd te worden in

15-30 seconden.

De oplossing is irriterend, daarom is het belangrijk dat de oplossing enkel en alleen intraveneus

toegediend wordt. Indien er onbedoeld geïnjecteerd wordt in het weefsel rondom de ader, zal de

patiënt mogelijk op de plaats van toediening lokale irritatie, pijn en ontsteking ontwikkelen.

Bonviva 3 mg oplossing voor injectie in voorgevulde spuit mag niet gemengd worden met

calciumhoudende oplossingen (zoals Ringer-lactaat-oplossing, calcium heparine) of andere

geneesmiddelen die intraveneus toegediend worden. Wanneer Bonviva toegediend wordt via een

bestaande intraveneuze infusielijn, dan dient het intraveneuze infusaat beperkt te worden tot een

isotone zoutoplossing of 50 mg/ml (5 %) glucose-oplossing.

Vergeten dosering:

Indien een dosis vergeten is, dient de injectie zo snel mogelijk toegediend te worden. Vervolgens

dienen de injecties vanaf de datum van de laatste injectie om de drie maanden toegediend te worden.

Overdosering:

Er is geen specifieke informatie beschikbaar over de behandeling van een overdosering met Bonviva

injectie.

Gebaseerd op de beschikbare kennis over deze groep geneesmiddelen, kan intraveneuze overdosering

resulteren in hypocalciëmie, hypofosfatemie en hypomagnesiëmie, wat paresthesiën kan veroorzaken.

In ernstige gevallen kan intraveneuze infusie van gepaste hoeveelheden calciumgluconaat, kalium- of

natriumfosfaat en magnesiumsulfaat nodig zijn.

Algemeen advies:

Bonviva 3 mg oplossing voor injectie in voorgevulde spuit kan, zoals andere intraveneus toegediende

bisfosfonaten, een tijdelijke daling van de serumcalciumwaarden veroorzaken.

Hypocalciëmie en andere stoornissen in bot- en mineraalmetabolisme dienen te worden beoordeeld en

effectief behandeld te worden alvorens te starten met Bonviva injectietherapie. Adequate inname van

calcium en vitamine D is belangrijk voor alle patiënten. Alle patiënten dienen calcium en vitamine D

supplementen te ontvangen.

Patiënten met andere aandoeningen of die geneesmiddelen gebruiken welke mogelijk bijwerkingen

met betrekking tot de nieren veroorzaken, dienen regelmatig, in lijn met goed medisch handelen,

gecontroleerd te worden.

Alle ongebruikte oplossing voor injectie, spuiten en injectienaalden dienen te worden vernietigd

overeenkomstig lokale voorschriften.

BIJLAGE I

SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN

1.

NAAM VAN HET GENEESMIDDEL

Bonviva 150 mg filmomhulde tabletten

2.

KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING

Elke filmomhulde tablet bevat 150 mg ibandroninezuur (als natriummonohydraat).

Hulpstof met bekend effect:

Bevat 154,6 mg watervrij lactose (overeenkomend met 162,75 mg lactosemonohydraat).

Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.

3.

FARMACEUTISCHE VORM

Filmomhulde tablet

Witte tot gebroken witte filmomhulde tabletten met een langwerpige vorm en met op de ene kant de

markering “BNVA” en op de andere kant de markering “150”.

4.

KLINISCHE GEGEVENS

4.1

Therapeutische indicaties

Behandeling van osteoporose bij postmenopauzale vrouwen met een verhoogd risico op fracturen (zie

rubriek 5.1).

Een reductie van het risico op vertebrale fracturen is aangetoond; de effectiviteit bij

femurhalsfracturen is niet vastgesteld.

4.2

Dosering en wijze van toediening

Dosering

De aanbevolen dosis is één 150 mg filmomhulde tablet per maand. De tablet dient bij voorkeur elke

maand op dezelfde datum ingenomen te worden.

Bonviva dient ingenomen te worden na een nacht vasten (ten minste 6 uur) en 1 uur vóór het eerste

voedsel of het eerste drinken (anders dan water) van de dag (zie rubriek 4.5) en voordat andere orale

geneesmiddelen of supplementen (inclusief calcium) ingenomen worden:

Indien een dosis vergeten is, dient de patiënt geïnstrueerd te worden om 1 tablet Bonviva 150 mg in te

nemen de ochtend nadat de vergeten dosis werd herinnerd, tenzij de periode tot de volgende geplande

dosis 7 dagen of minder is.

Patiënten dienen vervolgens hun dosis eens per maand in te nemen op de oorspronkelijk geplande

datum.

Indien de periode tot de volgende geplande dosis 7 dagen of minder is, dienen patiënten te wachten tot

hun volgende dosis en dienen ze vanaf dan 1 tablet per maand in te nemen zoals oorspronkelijk

gepland.

Patiënten mogen geen 2 tabletten in dezelfde week innemen.

Patiënten dienen aanvullend calcium en/of vitamine D te krijgen indien de opname via het dieet

onvoldoende is (zie rubriek 4.4 en rubriek 4.5).

De optimale duur van de behandeling van osteoporose met een bisfosfonaat is niet vastgesteld. De

noodzaak van voortgezette behandeling moet periodiek heroverwogen worden op basis van de

voordelen en potentiële risico's van Bonviva voor de individuele patiënt, met name na 5 jaar gebruik

of langer.

Speciale populaties

Patiënten met een verminderde nierfunctie

Bonviva wordt niet aanbevolen bij patiënten met een creatinineklaring lager dan 30 ml/min vanwege

de beperkte klinische ervaring (zie rubriek 4.4 en rubriek 5.2).

Er is geen dosisaanpassing vereist bij patiënten met licht tot matig verminderde nierfunctie waarbij de

creatinineklaring groter of gelijk is aan 30 ml/min.

Patiënten met een verminderde leverfunctie

Er is geen dosisaanpassing vereist (zie rubriek 5.2).

Ouderen (>65 jaar)

Er is geen dosisaanpassing vereist (zie rubriek 5.2)

Pediatrische patiënten

Er is geen relevante toepassing van Bonviva bij kinderen onder de 18 jaar, en Bonviva is niet

onderzocht in deze populatie (zie rubriek 5.1 en rubriek 5.2).

Wijze van toediening

Voor oraal gebruik.

De tabletten dienen in hun geheel met een glas water (180 tot 240 ml) te worden ingenomen

terwijl de patiënt rechtop zit of staat. Er mag geen water gebruikt worden met een hoge

concentratie calcium. Als er een vermoeden is van een eventuele hoge calciumconcentratie in

het leidingwater (hard water), wordt het aangeraden om gebotteld water te gebruiken met een

lage concentratie mineralen.

Na de inname van Bonviva mogen patiënten gedurende 1 uur niet gaan liggen.

Water is de enige vloeistof waarmee Bonviva ingenomen mag worden.

Patiënten mogen niet op de tablet kauwen of zuigen vanwege mogelijke orofaryngeale

ulceratie.

4.3

Contra-indicaties

Overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor een van de in rubriek 6.1 vermelde

hulpstoffen

Hypocalciëmie

Afwijkingen van de slokdarm die lediging van de slokdarm vertragen, zoals vernauwing of

achalasie

Onvermogen om te staan of rechtop te zitten gedurende ten minste 60 minuten

4.4

Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik

Hypocalciëmie

Bestaande hypocalciëmie dient gecorrigeerd te worden vóór de aanvang van de behandeling met

Bonviva. Andere stoornissen in het bot- en mineraalmetabolisme dienen ook effectief behandeld te

worden. Toereikende inname van calcium en vitamine D is belangrijk bij alle patiënten.

Maagdarmstelselirritatie

Oraal toegediende bisfosfonaten kunnen lokale irritatie van de bovenste gastro-intestinale mucosa

veroorzaken. Vanwege deze mogelijke irriterende effecten en het potentieel voor verslechtering van de

onderliggende ziekte, dient Bonviva met voorzichtigheid toegediend te worden aan patiënten met

actieve aandoeningen van de bovenste gastro-intestinale tractus (bijv. vastgestelde barrettslokdarm,

dysfagie, andere aandoeningen van de slokdarm, gastritis, duodenitis of zweren).

Bijwerkingen zoals oesofagitis, zweren van de slokdarm en oesofageale erosies, die in sommige

gevallen ernstig waren en leidden tot ziekenhuisopname, zelden met bloeding of gevolgd door

slokdarmvernauwing of -perforatie, zijn gemeld bij patiënten die behandeld werden met orale

bisfosfonaten. Het risico op ernstige oesofageale bijwerkingen lijkt groter te zijn bij patiënten die zich

niet houden aan de doseringsinstructies en/of die orale bisfosfonaten blijven innemen na het

ontwikkelen van symptomen die duiden op oesofageale irritatie. Patiënten dienen bijzondere aandacht

te besteden aan de doseringsinstructies en dienen zich daaraan te kunnen houden (zie rubriek 4.2).

Artsen dienen alert te zijn op verschijnselen die wijzen op een mogelijke slokdarmreactie. Patiënten

dienen geïnstrueerd te worden om te stoppen met Bonviva en medische hulp te zoeken indien zij

dysfagie, odynofagie, retrosternale pijn, of nieuw of erger wordend brandend maagzuur ontwikkelen.

Hoewel er tijdens gecontroleerde klinische studies geen bewijs van een toegenomen risico werd

gezien, zijn bij post-marketinggebruik van orale bisfosfonaten maag- en duodenale zweren gemeld,

waarvan sommige ernstig en met complicaties.

Omdat niet-steroïde anti-inflammatoire geneesmiddelen (NSAIDs) en bisfosfonaten beide

geassocieerd worden met gastro-intestinale irritatie, dient voorzichtigheid in acht te worden genomen

bij gelijktijdige toediening.

Osteonecrose van de kaak

Osteonecrose van de kaak (ONJ) werd zeer zelden gerapporteerd sinds het op de markt komen bij

patiënten die behandeld werden met Bonviva voor osteoporose (zie rubriek 4.8).

De start van de behandeling of een nieuwe kuur moet uitgesteld worden bij patiënten met ongenezen

open wonden aan het weke weefsel in de mond.

Een tandheelkundig onderzoek met preventieve tandheelkunde en een individuele risico-batenanalyse

worden aanbevolen voordat de behandeling met Bonviva wordt gestart bij patiënten met bijkomende

risicofactoren.

Met de volgende risicofactoren moet rekening gehouden worden wanneer het risico op het

ontwikkelen van ONJ wordt geëvalueerd voor een patiënt:

De potentie van het geneesmiddel om de botresorptie te remmen (hoger risico voor zeer

krachtige middelen), de toedieningsweg (hoger risico voor parenterale toediening) en

cumulatieve dosis van het middel tegen botresorptie

Kanker, comorbiditeiten (bijv. bloedarmoede, stollingsstoornissen, infectie), roken

Gelijktijdige behandelingen: corticosteroïden, chemotherapie, angiogeneseremmers,

radiotherapie aan hoofd en nek

Gebrekkige mondhygiëne, periodontale aandoening, slecht passend kunstgebit, geschiedenis

van gebitsaandoeningen, invasieve tandheelkundige ingrepen (bijv. tandextracties).

Alle patiënten moeten aangemoedigd worden gedurende de behandeling met Bonviva een goede

mondhygiëne aan te houden, routinematige gebitscontroles te ondergaan, en onmiddellijk alle orale

symptomen te melden zoals loszittende tanden of kiezen, pijn of zwelling, het niet genezen van

zweren of wondvocht. Tijdens de behandeling mogen invasieve tandheelkundige ingrepen enkel na

zorgvuldige overweging uitgevoerd worden en dienen vermeden te worden kort voor of na de

toediening van Bonviva.

Het behandelschema voor patiënten die ONJ ontwikkelen moet opgezet worden in nauwe

samenwerking tussen de behandelend arts en een tandarts of mondchirurg die ervaren is in de

behandeling van ONJ. Tijdelijke onderbreking van de behandeling met Bonviva moet overwogen

worden totdat de aandoening is verbeterd en bijdragende risicofactoren verminderd zijn waar

mogelijk.

Osteonecrose van de uitwendige gehoorgang

Osteonecrose van de uitwendige gehoorgang is gemeld bij gebruik van bisfosfonaten, vooral in

samenhang met langdurige behandeling. Mogelijke risicofactoren voor osteonecrose van de

uitwendige gehoorgang zijn onder andere gebruik van steroïden en chemotherapie en/of lokale

risicofactoren zoals infectie of trauma. Er dient rekening te worden gehouden met de mogelijkheid van

osteonecrose van de uitwendige gehoorgang bij patiënten die bisfosfonaten toegediend krijgen en bij

wie oorsymptomen, waaronder chronische oorinfecties, optreden.

Atypische femurfracturen

Bij behandeling met bisfosfonaten zijn atypische subtrochantere en femurschachtfracturen gemeld,

met name bij patiënten die langdurig wegens osteoporose behandeld worden. Deze transversale of

korte schuine fracturen kunnen langs het hele femur optreden vanaf direct onder de trochanter minor

tot vlak boven de supracondylaire rand. Deze fracturen treden op na minimaal of geen trauma.

Sommige patiënten ervaren pijn in de dij of lies, weken tot maanden voor het optreden van een

volledige femorale fractuur, vaak samen met kenmerken van stressfracturen bij beeldvormend

onderzoek. De fracturen zijn in veel gevallen bilateraal. Daarom moet het contralaterale femur worden

onderzocht bij patiënten die met bisfosfonaten worden behandeld en een femurschachtfractuur hebben

opgelopen. Ook is slechte genezing van deze fracturen gemeld. Op basis van een individuele

inschatting van de voor- en nadelen moet worden overwogen om de bisfosfonaattherapie te staken bij

patiënten met verdenking op een atypische femurfractuur tot er een beoordeling is gemaakt van de

patiënt.

Patiënten moeten het advies krijgen om tijdens behandeling met bisfosfonaten elke pijn in de dij, heup

of lies te melden. Elke patiënt die zich met zulke symptomen aandient, moet worden onderzocht op

een onvolledige femurfractuur.

Verminderde nierfunctie

Vanwege de beperkte klinische ervaring wordt Bonviva niet aanbevolen bij patiënten met een

creatinineklaring lager dan 30 ml/min (zie rubriek 5.2).

Galactose-intolerantie

Dit geneesmiddel bevat lactose. Patiënten met zeldzame erfelijke aandoeningen als galactose-

intolerantie, Lapp lactasedeficiëntie of glucose-galactose malabsorptie, dienen dit geneesmiddel niet te

gebruiken.

4.5

Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie

Interactie tussen het geneesmiddel en voedsel

In het algemeen wordt de orale biologische beschikbaarheid van ibandroninezuur verlaagd in de

aanwezigheid van voedsel. In het bijzonder producten die calcium, inclusief melk, of andere

multivalente kationen (zoals aluminium, magnesium, ijzer) bevatten, interfereren waarschijnlijk met

de absorptie van Bonviva, wat overeenkomt met de bevindingen in dierstudies. Daarom dienen

patiënten ‘s nachts (ten minste 6 uur) te vasten vóór de inname van Bonviva en te blijven vasten

gedurende 1 uur na de inname van Bonviva (zie rubriek 4.2).

Interacties met andere geneesmiddelen

Metabole interacties worden niet waarschijnlijk geacht omdat ibandroninezuur de voornaamste

humane hepatische P450 iso-enzymen niet remt en het aangetoond is dat ibandroninezuur het

hepatische cytochroom P450 systeem bij ratten niet induceert (zie rubriek 5.2). Ibandroninezuur wordt

alleen geëlimineerd door renale uitscheiding en ondergaat geen enkele biotransformatie.

Calciumsupplementen, antacida en sommige orale geneesmiddelen die multivalente kationen bevatten

Calciumsupplementen, antacida en sommige orale geneesmiddelen die multivalente kationen (zoals

aluminium, magnesium, ijzer) bevatten, interfereren waarschijnlijk met de absorptie van Bonviva.

Daarom dienen patiënten geen andere orale geneesmiddelen in te nemen gedurende ten minste 6 uur

voor de inname van Bonviva en gedurende 1 uur volgend op de inname van Bonviva.

Acetylsalicylzuur en NSAID’s

Omdat acetylsalicylzuur, niet-steroïde anti-inflammatoire geneesmiddelen (NSAID’s) en bisfosfonaten

geassocieerd worden met gastro-intestinale irritatie, moet voorzichtigheid worden betracht bij

gelijktijdige toediening (zie rubriek 4.4).

H2-antagonisten of protonpompremmers

Van de meer dan 1500 patiënten opgenomen in studie BM 16549 (vergelijk van het maandelijkse met

het dagelijkse ibandroninezuur doseerschema), gebruikten na één en na twee jaar respectievelijk 14 %

en 18 % histamine-(H2-)blokkers of protonpomp-remmers. Binnen deze groep bleek de incidentie van

bijwerkingen op het bovenste deel van het maagdarmkanaal gelijk bij patiënten behandeld met

Bonviva 150 mg eens per maand en ibandroninezuur 2,5 mg dagelijks.

Bij gezonde mannelijke vrijwilligers en postmenopauzale vrouwen veroorzaakt intraveneuze

toediening van ranitidine een toename in de biologische beschikbaarheid van ibandroninezuur van

ongeveer 20 %, waarschijnlijk als gevolg van een verminderde zuurgraad van de maag. Aangezien

deze toename binnen de normale spreiding van de biologische beschikbaarheid van ibandroninezuur

ligt, wordt een dosisaanpassing niet noodzakelijk geacht wanneer Bonviva toegediend wordt met H

antagonisten of andere actieve stoffen die de pH in de maag verhogen.

4.6

Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding

Zwangerschap

Bonviva is enkel voor gebruik bij postmenopauzale vrouwen en mag niet door vrouwen in de

vruchtbare leeftijd gebruikt worden.

Er zijn geen adequate gegevens over het gebruik van ibandroninezuur bij zwangere vrouwen. Studies

bij ratten hebben enige reproductietoxiciteit aangetoond (zie rubriek 5.3). Het potentiële risico voor

mensen is onbekend.

Bonviva mag tijdens de zwangerschap niet gebruikt worden.

Borstvoeding

Het is niet bekend of ibandroninezuur wordt uitgescheiden in moedermelk. Studies bij zogende ratten

hebben de aanwezigheid van lage hoeveelheden ibandroninezuur in de melk aangetoond na

intraveneuze toediening.

Bonviva mag niet gebruikt worden tijdens de periode van borstvoeding.

Vruchtbaarheid

Er zijn geen gegevens over het effect van ibandroninezuur bij de mens. In reproductiestudies bij ratten

waar oraal werd toegediend, verminderde ibandroninezuur de vruchtbaarheid. In studies bij ratten

waar intraveneus werd toegediend, verminderde ibandroninezuur de vruchtbaarheid bij hoge

dagelijkse doses (zie rubriek 5.3).

4.7

Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen

Op basis van het farmacodynamische en farmacokinetische profiel en de gemelde bijwerkingen is het

te verwachten dat Bonviva geen of een verwaarloosbare invloed heeft op de rijvaardigheid en op het

vermogen om machines te bedienen.

4.8

Bijwerkingen

Samenvatting van het veiligheidsprofiel

De meest ernstige bijwerkingen die zijn gemeld zijn anafylactische reactie/shock, atypische

femurfracturen, osteonecrose van de kaak, gastro-intestinale irritatie en oogontsteking (zie paragraaf

“Beschrijving van geselecteerde bijwerkingen” en rubriek 4.4).

De meest frequent gemelde bijwerkingen zijn artralgie en griepachtige verschijnselen. Deze

verschijnselen zijn normaal gerelateerd aan de eerste dosis, in het algemeen van korte duur, licht tot

matig van ernst en verdwijnen doorgaans tijdens de behandeling, zonder dat daarvoor een medische

behandeling nodig is (zie paragraaf “Griepachtige ziekteverschijnselen”).

Tabel met bijwerkingen

In tabel 1 wordt een complete lijst van de bijwerkingen die bekend zijn weergegeven. De veiligheid

van orale therapie met ibandroninezuur 2,5 mg dagelijks werd geëvalueerd bij 1251 patiënten

behandeld in 4 placebogecontroleerde klinische studies; de grote meerderheid van deze patiënten

kwam uit de driejarige registratiestudie naar fracturen (MF 4411).

Tijdens een 2 jaar durende studie bij postmenopauzale vrouwen met osteoporose (BM 16549) bleken

de veiligheidsprofielen van Bonviva 150 mg eens per maand en ibandroninezuur 2,5 mg dagelijks

overeen te komen. Het aantal patiënten dat een bijwerking ondervond was 22,7 % en 25,0 % voor

Bonviva 150 mg eens per maand respectievelijk na één en twee jaar. In de meeste gevallen werd de

therapie niet beëindigd.

Bijwerkingen zijn gerangschikt volgens MedDRA systeem/orgaanklasse en frequentiecategorie.

Frequentiecategorieën zijn gedefinieerd als zeer vaak (>1/10), vaak (≥ 1/100, < 1/10), soms

(≥ 1/1.000, < 1/100), zelden (≥ 1/10.000, < 1/1.000), zeer zelden (< 1/10.000) en niet bekend (kan met

de beschikbare gegevens niet worden bepaald). Binnen elke frequentie worden de bijwerkingen

gepresenteerd in volgorde van afnemende ernst.

Tabel 1:

Bijwerkingen die voorkwamen bij postmenopauzale vrouwen die behandeld werden met

Bonviva 150 mg eens per maand of ibandroninezuur 2,5 mg dagelijks in de fase III

studies BM16549 en MF4411 en bij postmarketing ervaringen.

Systeem/orgaanklasse

Vaak

Soms

Zelden

Zeer zelden

Immuunsysteemaandoeningen

Astma

exacerbatie

Overgevoelig-

heidsreactie

Anafylactische

reactie/shock*†

Zenuwstelselaandoeningen

Hoofdpijn

Duizeligheid

Oogaandoeningen

Oogontste-

kingen*†

Maagdarmstelselaandoeningen*

Oesofagitis,

Gastritis,

Gastro-

oesofageale

refluxziekte,

Dyspepsie,

Diarree,

Buikpijn,

Misselijkheid

Oesofagitis

inclusief

slokdarm-

ulceraties of

stricturen en

dysfagie,

Braken,

Flatulentie

Duodenitis

Huid- en

onderhuidaandoeningen

Huiduitslag

Angioedeem,

Gezichts-

oedeem,

Urticaria

Stevens-

johnsonsyndroom†,

Erythema

multiforme†,

Bulleuze

dermatitis†

Skeletspierstelsel- en

bindweefselaandoeningen

Artralgie,

Myalgie, Pijn

aan de

skeletspieren,

Spierkramp,

Stijfheid van

skeletspieren

Rugpijn

Atypische

subtrochantere

en femur-

schacht-

fracturen†

Osteonecrose van

de kaak*†,

Osteonecrose van

de uitwendige

gehoorgang

(bijwerking van de

bisfosfonaat-

klasse)†

Algemene aandoeningen en

toedieningsplaatsstoornissen

Griepachtige

ziektever-

schijnselen*

Vermoeidheid

* Zie hieronder voor nadere informatie

† Waargenomen bij postmarketing ervaringen

Beschrijving van geselecteerde bijwerkingen

Bijwerkingen van het maagdarmstelsel

In de ‘eens per maand-dosering’ studie waren patiënten opgenomen met gastro-intestinale

aandoeningen in de anamnese, inclusief patiënten met ulcera peptica zonder recente bloedingen of

ziekenhuisopname en patiënten met behandelde dyspepsie of reflux. De incidentie van bijwerkingen

op het bovenste deel van het maagdarmkanaal verschilde bij de met 150 mg eens per maand

behandelde patiënten niet vergeleken met de met 2,5 mg dagelijks behandelde patiënten.

Griepachtige ziekteverschijnselen

Griepachtige ziekteverschijnselen omvatten gemelde bijwerkingen als acute fase reactie of symptomen

als myalgie, artralgie, koorts, rillingen, vermoeidheid, misselijkheid, verminderde eetlust of botpijn.

Osteonecrose van de kaak

Gevallen van ONJ zijn gemeld, voornamelijk bij kankerpatiënten die werden behandeld met

geneesmiddelen die de botresorptie remmen, zoals ibandroninezuur (zie rubriek 4.4). Gevallen van

ONJ zijn gemeld sinds het op de markt komen van ibandroninezuur.

Oogontstekingen

Oogontstekingen zoals uveïtis, episcleritis en scleritis zijn gemeld bij ibandroninezuur. In sommige

gevallen verdwenen de bijwerkingen niet totdat ibandroninezuur gestaakt was.

Anafylactische reactie/shock

Gevallen van anafylactische reactie/shock, waaronder fatale gevallen, zijn gemeld bij patiënten die

werden behandeld met intraveneus ibandroninezuur.

Melding van vermoedelijke bijwerkingen

Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op

deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden

gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen

te melden via het nationale meldsysteem zoals vermeld in aanhangsel V*.

4.9

Overdosering

Er is geen specifieke informatie beschikbaar over de behandeling van overdosering met Bonviva.

Echter gebaseerd op de kennis van de klasse van stoffen, kan orale overdosering resulteren in

bijwerkingen op het bovenste deel van het maagdarmkanaal (zoals maagklachten, dyspepsie,

oesophagitis, gastritis of ulceraties) of hypocalciëmie. Om Bonviva te binden, dienen melk of antacida

gegeven te worden en bijwerkingen moeten symptomatisch behandeld worden. Vanwege het risico

van slokdarmirritaties mag braken niet opgewekt worden en de patiënt dient volledig rechtop te

blijven.

5.

FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN

5.1

Farmacodynamische eigenschappen

Farmacotherapeutische categorie: Geneesmiddelen voor de behandeling van botziekten, bisfosfonaten,

ATC-code: M05BA06

Werkingsmechanisme

Ibandroninezuur is een zeer krachtig bisfosfonaat, behorend tot de stikstof-bevattende groep

bisfosfonaten, die selectief werken op botweefsel en specifiek de osteoclastactiviteit remmen zonder

direct de botvorming te beïnvloeden. Het interfereert niet met de osteoclast aanmaak. Ibandroninezuur

resulteert in een progressieve netto verhoging van de botmassa en een verminderde incidentie van

fracturen door middel van het verminderen van toegenomen botturnover tot premenopauzale waarden

bij postmenopauzale vrouwen.

Farmacodynamische effecten

De farmacodynamische werking van ibandroninezuur is remming van de botresorptie. In vivo

voorkomt ibandroninezuur experimenteel geïnduceerde botafbraak veroorzaakt door het stilleggen van

gonadefunctie, retinoïden, tumoren of tumorextracten. Bij jonge (snel groeiende) ratten, wordt de

endogene botresorptie ook geremd, wat leidt tot toegenomen normale botmassa in vergelijking met

onbehandelde dieren. Diermodellen bevestigen dat ibandroninezuur een zeer krachtige remmer is van

de osteoclastactiviteit. Bij groeiende ratten was er geen bewijs voor verstoorde mineralisatie, zelfs niet

bij doses meer dan 5000 maal de dosis vereist voor osteoporose behandeling.

Zowel dagelijkse als intermitterende (met verlengde dosisvrije intervals) langdurige toediening bij

ratten, honden en apen werd in verband gebracht met de vorming van nieuw bot van normale kwaliteit

en gelijkblijvende of toegenomen mechanische sterkte zelfs bij doses in het toxische gebied. Bij

mensen werd de effectiviteit van zowel dagelijkse en intermitterende toediening (dosisvrij interval van

9-10 weken) van ibandroninezuur vastgesteld in een klinische studie (MF 4411), waarin de

ibandroninezuur anti-fractuureffectiviteit werd aangetoond.

In diermodellen geeft ibandroninezuur biochemische veranderingen die een aanwijzing zijn voor

dosis-afhankelijke remming van botresorptie, inclusief suppressie van urine biochemische merkers van

bot collageenafbraak (zoals deoxypyridinoline en cross-linked N-telopeptiden van type I collageen

(NTX)).

In een fase 1 bio-equivalentiestudie, uitgevoerd met 72 postmenopauzale vrouwen die in totaal 4 doses

150 mg oraal om de 28 dagen toegediend kregen, werd inhibitie van serum CTX al 24 uur na de eerste

dosis gezien (mediane inhibitie 28 %), met een mediane maximale inhibitie (69 %) 6 dagen later. Na

de derde en vierde dosis was 6 dagen na inname de mediane maximale inhibitie 74 %, met verlaging

tot een mediane inhibitie van 56 % 28 dagen na de vierde dosis. Indien niet verder gedoseerd wordt,

vermindert de suppressie van biochemische markers van botresorptie.

Klinische werkzaamheid

Onafhankelijke risicofactoren, bijvoorbeeld lage BMD, leeftijd, het voorkomen van eerder opgelopen

fracturen, een familiehistorie van fracturen en hoge botturnover, dienen beoordeeld te worden, met als

doel vrouwen te identificeren met een verhoogd risico op osteoporotische fracturen.

Bonviva 150 mg eens per maand

Botmineraaldichtheid (BMD)

Bonviva 150 mg eens per maand bleek minstens even effectief in het verhogen van de BMD als

ibandroninezuur 2,5 mg dagelijks, in een 2 jaar durende, dubbelblinde, multicenter studie (BM 16549)

bij postmenopauzale vrouwen met osteoporose (lumbale wervelkolom BMD T-score lager dan -2,5

SD bij aanvang). Dit werd aangetoond in zowel de primaire analyse 1 jaar na aanvang en in de

bevestigende eindpuntanalyse twee jaar na aanvang (zie Tabel 2).

Tabel 2:

Gemiddelde relatieve verandering ten opzichte van de uitgangswaarde van lumbale

wervelkolom, totale heup, femurhals en trochanter BMD één jaar na aanvang (primaire

analyse) en twee jaar na aanvang van de behandeling (Per-Protocol Populatie) in studie

BM 16549

Gegevens 1 jaar na aanvang uit

studie BM 16549

Gegevens 2 jaar na aanvang uit

studie BM 16549

Gemiddelde relatieve

verandering ten opzichte

van uitgangswaarde %

[95 % BI]

ibandroninezuur

2,5 mg

dagelijks

(N=318)

Bonviva

150 mg eens

per maand

(N=320)

ibandroninezuur

2,5 mg dagelijks

(N=294)

Bonviva

150 mg eens

per maand

(N=291)

Lumbale

wervelkolom

L2-L4 BMD

3,9 [3,4 - 4,3]

4,9 [4,4 - 5,3]

5,0 [4,4 - 5,5]

6,6 [6,0 - 7,1]

Totale heup BMD

2,0 [1,7 - 2,3]

3,1 [2,8 - 3,4]

2,5 [2,1 - 2,9]

4,2 [3,8 - 4,5]

Femurhals BMD

1,7 [1,3 - 2,1]

2,2 [1,9 - 2,6]

1,9 [1,4 - 2,4]

3,1 [2,7 - 3,6]

Trochanter BMD

3,2 [2,8 - 3,7]

4,6 [4,2 - 5,1]

4,0 [3,5 - 4,5]

6,2 [5,7 - 6,7]

Verder bleek Bonviva 150 mg eens per maand voor toename in lumbale wervelkolom BMD superieur

te zijn aan ibandroninezuur 2,5 mg dagelijks, in een prospectief geplande analyse één jaar na aanvang,

p=0,002, en twee jaar na aanvang, p<0,001.

Eén jaar na aanvang (primaire analyse) bleek 91,3 % (p=0,005) van de patiënten die Bonviva 150 mg

eens per maand ontvingen, een lumbale wervelkolom BMD toename te hebben boven of gelijk aan de

uitgangswaarde (BMD responders), vergeleken met 84,0 % van de patiënten die ibandroninezuur

2,5 mg dagelijks ontvingen. Twee jaar na aanvang bleek 93,5 % (p=0,004) en 86,4 % van de patiënten

die respectievelijk Bonviva 150 mg eens per maand of ibandroninezuur 2,5 mg dagelijks ontvingen,

responder te zijn.

Voor totale heup BMD, had een jaar na aanvang 90,0 % (p<0,001) van de patiënten die Bonviva

150 mg eens per maand ontvingen en 76,7 % van de patiënten die ibandroninezuur 2,5 mg dagelijks

ontvingen een totale heup BMD toenamen boven of gelijk aan de uitgangswaarde. Twee jaar na

aanvang had 93,4 % (p<0,001) van de patiënten die Bonviva 150 mg eens per maand ontvingen en

78,4 % van de patiënten die ibandroninezuur 2,5 mg dagelijks ontvingen totale heup BMD toenamen

boven of gelijk aan de uitgangswaarde.

Indien een stringenter criterium wordt gehanteerd, waarbij lumbale wervelkolom en totale heup BMD

gecombineerd worden, bleek een jaar na aanvang 83,9 % (p<0,001) en 65,7 % van de patiënten die

respectievelijk Bonviva 150 mg eens per maand of ibandroninezuur 2,5 mg dagelijks ontvingen,

responder te zijn. Twee jaar na aanvang voldeden 87,1 % (p<0,001) en 70,5 % van de respectievelijk

150 mg eens per maand en 2,5 mg dagelijks groep aan dit criterium.

Biochemische markers van botturnover

Een klinisch significante reductie van de serum CTX-waarden werd gezien op alle meetmomenten, dat

wil zeggen na 3, 6, 12 en 24 maanden. Een jaar na aanvang (primaire analyse) waren de mediane

relatieve veranderingen ten opzichte van de uitgangswaarde - 76 % voor de Bonviva 150 mg eens per

maand dosering en - 67 % voor de ibandroninezuur 2,5 mg dagelijkse dosering. Twee jaar na aanvang

was de mediane relatieve verandering - 68 % en - 62 % voor respectievelijk de 150 mg maandelijkse

dosering en de 2,5 mg dagelijkse dosering.

Een jaar na aanvang werden 83,5 % (p=0,006) van de patiënten die Bonviva 150 mg eens per maand

ontvingen en 73,9 % van de patiënten die ibandroninezuur 2,5 mg dagelijks ontvingen, geïdentificeerd

als responders (gedefinieerd als een vermindering ≥ 50 % ten opzichte van de uitgangwaarde). Twee

jaar na aanvang werden 78,7 % (p=0,002) en 65,6 % van de patiënten geïdentificeerd als responders in

respectievelijk de 150 mg maandelijkse dosering en de 2,5 mg dagelijkse dosering groepen.

Gebaseerd op de resultaten van studie BM 16549 wordt verwacht dat Bonviva 150 mg eens per maand

minstens even effectief is bij het voorkomen van fracturen als ibandroninezuur 2,5 mg dagelijks.

Ibandroninezuur 2,5 mg dagelijks

In de initiële 3 jaar durende, gerandomiseerde, dubbelblinde, placebogecontroleerde, fractuurstudie

(MF 4411), werd een statistisch significante en medisch relevante afname in de incidentie van nieuwe

röntgenologische morfometrische en klinische vertebrale fracturen aangetoond (tabel 3). In deze studie

werd ibandroninezuur geëvalueerd bij orale doses van 2,5 mg dagelijks en 20 mg intermitterend als

een experimenteel doseerregime. Ibandroninezuur werd 60 minuten voor de eerste vloeistof- of

voedselinname van de dag (post-dosis nuchtere periode) ingenomen. Aan de studie namen vrouwen

deel in de leeftijd van 55 tot 80 jaar, die ten minste 5 jaar postmenopauzaal waren en waarvan de

BMD van de lumbale wervelkolom 2 tot 5 SD onder het premenopauzale gemiddelde (T-score) lag bij

ten minste één wervel [L1-L4], en die één tot vier prevalente vertebrale fracturen hadden. Alle

patiënten kregen 500 mg calcium en 400 IE vitamine D dagelijks. De werkzaamheid werd geëvalueerd

bij 2928 patiënten. Ibandroninezuur 2,5 mg dagelijks toegediend toonde een statistisch significante en

medisch relevante reductie in de incidentie van nieuwe vertebrale fracturen. Dit regime verminderde

het ontstaan van nieuwe röntgenologische wervelfracturen met 62 % (p=0,0001) tijdens de drie jaar

van de studie. Een relatieve risicovermindering van 61 % werd waargenomen na 2 jaar (p=0.0006). Er

werd geen statistisch significant verschil bereikt na 1 jaar van behandeling (p=0,056). Het anti-

fractuureffect was consistent tijdens de duur van de studie. Er waren geen aanwijzingen voor het

vervagen van het effect over de tijd.

De incidentie van klinische vertebrale fracturen was ook significant afgenomen met 49 % (p=0,011).

Het sterke effect op vertebrale fracturen kwam bovendien tot uitdrukking door een statistisch

significante reductie van lengteverlies in vergelijking met placebo (p<0,0001).

Tabel 3:

Resultaten uit 3 jaar durende fractuurstudie MF 4411 (%, 95 % BI)

Placebo

(N=974)

ibandroninezuur 2,5 mg

dagelijks

(N=977)

Relatieve Risico Afname

Nieuwe morfometrische vertebrale

fracturen

62 % (40,9; 75,1)

Incidentie van nieuwe morfometrische

vertebrale fracturen

9,56 % (7,5; 11,7)

4,68 % (3,2; 6,2)

Relatieve risico afname van klinische

vertebrale fracturen

49 %

(14,03; 69,49)

Incidentie van klinische vertebrale

fracturen

5,33 %

(3,73; 6,92)

2,75 %

(1,61; 3,89)

BMD – gemiddelde verandering t.o.v.

uitgangswaarde wervelkolom na 3 jaar

1,26 % (0,8; 1,7)

6,54 % (6,1; 7,0)

BMD – gemiddelde verandering t.o.v.

uitgangswaarde totaal heup na 3 jaar.

-0,69 %

(-1,0; -0,4)

3,36 %

(3,0; 3,7)

Het effect van de behandeling met ibandroninezuur werd verder beoordeeld in een analyse van de

subpopulatie van patiënten die een uitgangswaarde lumbale wervelkolom BMD T-score hadden lager

dan –2,5 (tabel 4). De vermindering van het risico op vertebrale fracturen was zeer consistent met wat

gezien werd in de gehele populatie.

Tabel 4:

Resultaten uit 3 jaars fractuurstudie MF 4411 (%, 95 % BI) voor patiënten met een

wervelkolom BMD T-score lager dan –2,5 als uitgangswaarde

Placebo

(N=587)

ibandroninezuur 2,5 mg

dagelijks

(N=575)

Relatieve Risico Afname

Nieuwe morfometrische vertebrale

fracturen

59 % (34,5; 74,3)

Incidentie van nieuwe morfometrische

vertebrale fracturen

12,54 % (9,53; 15,55)

5,36 % (3,31; 7,41)

Relatieve risico afname van klinische

vertebrale fracturen

50 %

(9,49; 71,91)

Incidentie van klinische vertebrale

fracturen

6,97 %

(4,67; 9,27)

3,57 %

(1,89; 5,24)

BMD – gemiddelde verandering t.o.v.

uitgangswaarde wervelkolom na 3 jaar

1,13 % (0,6; 1,7)

7,01 % (6,5; 7,6)

BMD – gemiddelde verandering t.o.v.

uitgangswaarde totaal heup na 3 jaar.

-0,70 %

(-1,1; -0,2)

3,59 %

(3,1; 4,1)

Voor non-vertebrale fracturen werd binnen de gehele patiëntenpopulatie van studie MF441 geen

reductie waargenomen, echter dagelijkse inname van ibandronaat bleek effectief te zijn in een hoog-

risico subpopulatie (femurhals BMD T-score < -3,0), waar een non-vertebrale risicoreductie van 69%

werd gezien.

Dagelijkse behandeling met 2,5 mg resulteerde in toenemende verhoging van BMD op vertebrale en

non-vertebrale plaatsen van het skelet

Drie-jaars wervelkolom BMD toename in vergelijking met placebo was 5,3 % en 6,5 % in vergelijking

met de uitgangswaarde. Toenames bij de heup ten opzichte van de uitgangswaarde waren 2,8 % bij de

femurhals, 3,4 % bij de totale heup en 5,5 % bij de trochanter.

Biochemische markers van de botturnover (zoals urinair CTX en serumosteocalcine) vertoonden het

verwachte patroon van suppressie tot pre-menopauzale spiegels en bereikten maximale suppressie

binnen een periode van 3 tot 6 maanden.

Een klinische betekenisvolle afname van 50 % van de biochemische markers van botresorptie werd al

na 1 maand na de start van de behandeling met ibandroninezuur 2,5 mg waargenomen.

Volgend op het stoppen van de behandeling, is er een terugkeer tot de pathologische snelheid van

verhoogde botresorptie geassocieerd met postmenopauzale osteoporose van voor de behandeling.

De histologische analyse van botbiopsies na twee en drie jaar van behandeling van post-menopauzale

vrouwen vertoonden bot van normale kwaliteit en geen indicatie van een mineralisatie defect.

Pediatrische patiënten (zie rubriek 4.2 en rubriek 52)

Er zijn geen studies uitgevoerd met Bonviva in pediatrische patiënten, daarom zijn er geen gegevens

beschikbaar over effectiviteit of veiligheid voor deze patiëntenpopulatie.

5.2

Farmacokinetische eigenschappen

De primaire farmacologische effecten van ibandroninezuur op het bot zijn niet direct gerelateerd aan

de werkelijke plasmaconcentraties, zoals aangetoond in verscheidene studies bij dieren en bij mensen.

Absorptie

De absorptie van ibandroninezuur in het bovenste deel van het maagdarmstelsel treedt snel op na orale

toediening en plasmaconcentraties nemen op een dosis-proportionele wijze toe tot 50 mg orale

inname; boven deze dosis werden meer dan dosis-proportionele toenames waargenomen. Maximale

waargenomen plasmaconcentraties werden bereikt binnen 0,5 tot 2 uur (mediaan 1 uur) in nuchtere

toestand en de absolute biologische beschikbaarheid was ongeveer 0,6 %. De mate van absorptie is

verstoord wanneer het samen met voedsel of dranken (anders dan water) ingenomen wordt. De

biologische beschikbaarheid neemt met ongeveer 90 % af wanneer ibandroninezuur wordt toegediend

met een standaard ontbijt in vergelijking met de biologische beschikbaarheid die gezien wordt bij

nuchtere personen. Er is geen betekenisvolle afname in biologische beschikbaarheid op voorwaarde

dat ibandroninezuur ingenomen wordt 60 minuten voor het eerste voedsel van de dag. Zowel de

biologische beschikbaarheid als de BMD toenames zijn geringer wanneer voedsel of dranken binnen

60 minuten na inname van ibandroninezuur ingenomen worden.

Distributie

Na de initiële systemische blootstelling bindt ibandroninezuur snel aan het bot of wordt uitgescheiden

in de urine. Bij mensen is het klaarblijkelijke eliminatie distributievolume ten minste 90 L en de

dosishoeveelheid die het bot bereikt, wordt geschat op 40-50 % van de circulerende dosis.

Eiwitbinding in humaan plasma is ongeveer 85 %-87 % (in vitro bepaald bij therapeutische

geneesmiddel-concentraties), en er is dus een lage potentie voor interactie met andere geneesmiddelen

als gevolg van verdringing.

Biotransformatie

Er zijn geen aanwijzingen dat ibandroninezuur gemetaboliseerd wordt bij dieren of mensen.

Eliminatie

Het geabsorbeerde deel van ibandroninezuur wordt verwijderd uit de circulatie via botabsorptie (naar

schatting 40-50 % bij postmenopauzale vrouwen) en het overblijfsel wordt onveranderd uitgescheiden

via de nier. Het niet geabsorbeerde deel van ibandroninezuur wordt onveranderd uitgescheiden via de

faeces.

De spreiding van de waargenomen klaarblijkelijke halfwaardetijden is breed, maar de klaarblijkelijke

eliminatie halfwaardetijd ligt in het algemeen tussen de 10-72 uur. Aangezien de berekende waarden

voornamelijk afhankelijk zijn van de duur van de studie, de gebruikte dosis en gevoeligheid van de

analysemethode, is de werkelijke eliminatie halfwaardetijd waarschijnlijk substantieel langer,

overeenkomend met andere bisfosfonaten. Vroege plasmaspiegels dalen snel; 10 % van de piekwaarde

wordt binnen 3 en 8 uur na respectievelijk intraveneuze of orale toediening bereikt.

Totale klaring van ibandroninezuur is laag met gemiddelde waarden tussen 84 – 160 ml/min.

Nierklaring (ongeveer 60 ml/min bij gezonde postmenopauzale vrouwen) neemt 50-60 % van de totale

klaring voor zijn rekening en is gerelateerd aan de creatinineklaring. Het verschil tussen de

klaarblijkelijke totale en nierklaring wordt verondersteld de opname in het bot weer te geven.

De uitscheidingsroute lijkt geen bekende zure of basische transportsystemen te bevatten, die betrokken

zijn bij de uitscheiding van andere werkzame stoffen. Daarnaast remt ibandroninezuur niet de

voornaamste humane hepatische P450-isoenzymen en induceert het niet het hepatische cytochroom

P450-systeem bij ratten.

Farmacokinetiek in bijzondere klinische situaties

Geslacht

Biologische beschikbaarheid en farmacokinetiek van ibandroninezuur zijn vergelijkbaar bij mannen en

vrouwen.

Ras

Er is geen bewijs voor enige klinisch relevante inter-etnische verschillen tussen Aziaten en Kaukasiërs

qua ibandroninezuur dispositie. Er zijn enkele gegevens beschikbaar bij patiënten van Afrikaanse

herkomst.

Patiënten met een verminderde nierfunctie

Nierklaring van ibandroninezuur bij patiënten met verschillende maten van verminderde nierfunctie is

lineair gerelateerd aan creatinineklaring.

Er is geen dosisaanpassing noodzakelijk voor patiënten met licht tot matig verminderde nierfunctie

(creatinineklaring gelijk of groter dan 30 ml/min), zoals aangetoond in studie BM 16549, waar de

meerderheid van de patiënten een licht tot matig verminderde nierfunctie had.

Personen met ernstig nierfalen (creatinineklaring minder dan 30 ml/min) die dagelijks orale toediening

van 10 mg ibandroninezuur gedurende 21 dagen kregen, hadden 2- tot 3-voudige hogere

plasmaconcentraties dan personen met normale nierfunctie en de totale klaring van ibandroninezuur

was 44 ml/min. Na intraveneuze toediening van 0,5 mg, namen totaal, renaal en niet-renale klaringen

respectievelijk af met 67 %, 77 % en 50 % bij personen met ernstig nierfalen, maar er was geen

afname in de tolerantie geassocieerd met de toename in de blootstelling. Vanwege de beperkte

klinische ervaring bij patiënten met een ernstig verminderde nierfunctie, wordt Bonviva bij deze groep

patiënten niet aanbevolen (zie rubriek 4.2 en rubriek 4.4). De farmacokinetiek van ibandroninezuur

werd niet beoordeeld bij patiënten met eindstadium nierziekte die onder controle gehouden wordt op

een andere manier dan door hemodialyse. De farmacokinetiek van ibandroninezuur bij deze patiënten

is onbekend en ibandroninezuur dient onder deze omstandigheden niet gebruikt te worden.

Patiënten met een verminderde leverfunctie (zie rubriek 4.2)

Er zijn geen farmacokinetische gegevens voor ibandroninezuur bij patiënten die een verminderde

leverfunctie hebben. De lever speelt geen significante rol in de klaring van ibandroninezuur dat niet

gemetaboliseerd wordt maar geklaard door renale uitscheiding en door opname in het bot.

Dosisaanpassing is daarom niet noodzakelijk bij patiënten met een verminderde leverfunctie.

Ouderen (zie rubriek 4.2)

In een multivariatieanalyse werd gevonden dat leeftijd geen onafhankelijke factor was van de

bestudeerde farmacokinetische parameters. Aangezien de nierfunctie afneemt met de leeftijd is dit de

enige factor die in overweging dient te worden genomen (zie paragraaf verminderde nierfunctie).

Pediatrische patiënten (zie rubriek 4.2 en rubriek 5.1)

Er zijn geen gegevens over het gebruik van Bonviva bij deze leeftijdsgroepen.

5.3

Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek

Toxische effecten bij dieren, bijv. tekenen van nierbeschadiging, werden uitsluitend waargenomen bij

honden bij blootstellingen die geacht werden voldoende hoger te liggen dan het maximale niveau

waaraan de mens wordt blootgesteld, zodat deze weinig relevant zijn bij klinisch gebruik.

Mutageniteit / Carcinogeniteit:

Er zijn geen aanwijzingen voor mogelijke carcinogeniteit waargenomen. Testen voor genotoxiciteit

leverden geen bewijs van genetische activiteit van ibandroninezuur.

Reproductietoxiciteit:

Er was geen bewijs voor een direct foetaal toxisch of teratogeen effect van ibandroninezuur bij oraal

behandelde ratten en konijnen en er waren geen bijwerkingen op de ontwikkeling van F

nakomelingen bij ratten bij een geëxtrapoleerde blootstelling van ten minste 35 maal boven de humane

blootstelling. In reproductiestudies bij ratten waar oraal werd toegediend bestonden de effecten op de

vruchtbaarheid uit toename van pre-implantatieverlies bij doseringen van 1 mg/kg/dag en hoger. In

reproductiestudies bij ratten waar intraveneus werd toegediend, verminderde ibandroninezuur het

aantal spermatozoïden bij doseringen van 0,3 en 1 mg/kg/dag, verminderde vruchtbaarheid bij

mannetjes bij 1 mg/kg/dag en bij vrouwtjes bij 1,2 mg/kg/dag. Bijwerkingen van ibandroninezuur in

reproductietoxiciteitsstudies in de rat waren die bijwerkingen die waargenomen worden bij

bisfosfonaten als klasse. Ze omvatten een verminderd aantal innestelingplaatsen, abnormaal

baringsproces (dystokie) en een verhoging van viscerale variaties (nierbekken ureter syndroom)

6.

FARMACEUTISCHE GEGEVENS

6.1

Lijst van hulpstoffen

Tabletkern

Lactosemonohydraat

Povidon

Microkristallijne cellulose

Crospovidon

Stearinezuur

Colloïdaal anhydraat silica

Tabletomhulsel

Hypromellose

Titaniumdioxide (E 171)

Talk

Macrogol 6000

6.2

Gevallen van onverenigbaarheid

Niet van toepassing.

6.3

Houdbaarheid

5 jaar

6.4

Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren

Voor dit geneesmiddel zijn er geen speciale bewaarcondities.

6.5

Aard en inhoud van de verpakking

Bonviva 150 mg filmomhulde tabletten worden geleverd in doordrukstrips (PVC/PVDC, verzegeld

met aluminiumfolie) met 1 of 3 tabletten.

Niet alle genoemde verpakkingsgrootten worden in de handel gebracht.

6.6

Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen

Al het ongebruikte geneesmiddel of afvalmateriaal dient te worden vernietigd overeenkomstig lokale

voorschriften.

In het milieu terechtkomen van geneesmiddelen moet worden geminimaliseerd.

7.

HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN

Atnahs Pharma Netherlands B.V.

Strawinskylaan 3127

1077 ZX Amsterdam

Nederland

8.

NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN

EU/1/03/265/003

EU/1/03/265/004

9.

DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/VERLENGING VAN

DE VERGUNNING

Datum van eerste verlening van de vergunning: 23 februari 2004

Datum van laatste verlenging: 18 december 2013

10.

DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST

Gedetailleerde informatie over dit geneesmiddel is beschikbaar op de website van het Europees

Geneesmiddelenbureau http://www.ema.europa.eu/.

1.

NAAM VAN HET GENEESMIDDEL

Bonviva 3 mg oplossing voor injectie

2.

KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING

Eén voorgevulde spuit met 3 ml oplossing bevat 3 mg ibandroninezuur (als natriummonohydraat).

De concentratie ibandroninezuur in de oplossing voor injectie is 1 mg per ml.

Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.

3.

FARMACEUTISCHE VORM

Oplossing voor injectie.

Heldere, kleurloze oplossing.

4.

KLINISCHE GEGEVENS

4.1

Therapeutische indicaties

Behandeling van osteoporose bij postmenopauzale vrouwen met een verhoogd risico op fracturen (zie

rubriek 5.1).

Een reductie van het risico op vertebrale fracturen is aangetoond; de effectiviteit bij

femurhalsfracturen is niet vastgesteld.

4.2

Dosering en wijze van toediening

Patiënten die behandeld worden met Bonviva moeten de patiëntenbijsluiter en de

patiëntenherinneringskaart ontvangen.

Dosering

De aanbevolen dosis van ibandroninezuur is 3 mg, toegediend als een intraveneuze injectie in 15-30

seconden, elke 3 maanden.

Patiënten dienen aanvullend calcium en vitamine D te krijgen (zie rubriek 4.4 en rubriek 4.5).

Indien een dosis gemist wordt, dient de injectie zodra het past, toegediend te worden. Vervolgens

dienen de injecties elke 3 maanden vanaf de datum van de laatste injectie toegediend te worden.

De optimale duur van de behandeling van osteoporose met een bisfosfonaat is niet vastgesteld. De

noodzaak van voortgezette behandeling moet periodiek heroverwogen worden op basis van de

voordelen en potentiële risico's van Bonviva voor de individuele patiënt, met name na 5 jaar gebruik

of langer.

Speciale populaties

Patiënten met een verminderde nierfunctie

Bonviva injectie wordt niet aanbevolen voor gebruik bij patiënten met een serumcreatinine hoger dan

200 μmol/l (2,3 mg/dl) of met een creatinineklaring (gemeten of geschat) lager dan 30 ml/min,

vanwege de beperkte klinische gegevens uit studies met zulke patiënten (zie rubriek 4.4 en rubriek

5.2).

Er is geen dosisaanpassing vereist bij patiënten met een licht tot matig verminderde nierfunctie waarbij

het serumcreatinine lager is dan of gelijk is aan 200 μmol/l (2,3 mg/dl) of waarbij de creatinineklaring

(gemeten of geschat) groter is dan of gelijk is aan 30 ml/min.

Patiënten met een verminderde leverfunctie

Er is geen dosisaanpassing vereist (zie rubriek 5.2).

Ouderen (>65 jaar)

Er is geen dosisaanpassing vereist (zie rubriek 5.2).

Pediatrische patiënten

Er is geen relevante toepassing van Bonviva bij kinderen onder de 18 jaar, en Bonviva is niet

onderzocht in deze populatie (zie rubriek 5.1 en rubriek 5.2).

Wijze van toediening

Voor intraveneus gebruik in 15-30 seconden, elke 3 maanden.

Het is vereist dat alleen intraveneus wordt toegediend (zie rubriek 4.4).

4.3

Contra-indicaties

Overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor een van de in rubriek 6.1 vermelde

hulpstoffen

Hypocalciëmie

4.4

Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik

Toedieningsfouten

Er dient voor gezorgd te worden dat Bonviva injectie niet intra-arterieel of paraveneus wordt

toegediend, aangezien dit weefselbeschadiging kan veroorzaken.

Hypocalciëmie

Bonviva kan, zoals andere intraveneus toegediende bisfosfonaten, een tijdelijke afname van de

serumcalciumwaarden veroorzaken.

Bestaande hypocalciëmie dient gecorrigeerd te worden vóór aanvang van de behandeling met Bonviva

injectie. Andere stoornissen in het bot- en mineraalmetabolisme dienen ook effectief behandeld te

worden voor met de behandeling met Bonviva injectie gestart wordt.

Alle patiënten dienen een adequate aanvullende hoeveelheid calcium en vitamine D te krijgen.

Anafylactische reactie/shock

Gevallen van anafylactische reactie/shock, waaronder fatale gevallen, zijn gemeld bij patiënten die

werden behandeld met intraveneus ibandroninezuur.

Adequate medische ondersteuning en controlemaatregelen moeten direct beschikbaar zijn wanneer

Bonviva intraveneus wordt toegediend. Wanneer een anafylactische of andere ernstige

overgevoeligheids-/allergische reactie plaatsvindt, stop dan onmiddellijk met de injectie en start een

geschikte behandeling.

Verminderde nierfunctie

Patiënten met andere aandoeningen of die geneesmiddelen gebruiken welke mogelijk bijwerkingen

met betrekking tot de nieren veroorzaken, dienen regelmatig, in lijn met goed medisch handelen,

gecontroleerd te worden tijdens de behandeling.

Vanwege de beperkte klinische ervaring, wordt Bonviva injectie niet aanbevolen bij patiënten met een

serumcreatinine hoger dan 200 μmol/l (2,3 mg/dl) of met een creatinineklaring lager dan 30 ml/min

(zie rubriek 4.2 en rubriek 5.2).

Patiënten met hartaandoeningen

Overhydratatie moet worden vermeden bij patiënten die een risico lopen op hartfalen.

Osteonecrose van de kaak

Osteonecrose van de kaak (ONJ) werd zeer zelden gerapporteerd sinds het op de markt komen bij

patiënten die behandeld werden met Bonviva voor osteoporose (zie rubriek 4.8).

De start van de behandeling of een nieuwe kuur moet uitgesteld worden bij patiënten met ongenezen

open wonden aan het weke weefsel in de mond.

Een tandheelkundig onderzoek met preventieve tandheelkunde en een individuele risico-batenanalyse

worden aanbevolen voordat de behandeling met Bonviva wordt gestart bij patiënten met bijkomende

risicofactoren.

Met de volgende risicofactoren moet rekening gehouden worden wanneer het risico op het

ontwikkelen van ONJ wordt geëvalueerd voor een patiënt:

De potentie van het geneesmiddel om de botresorptie te remmen (hoger risico voor zeer

krachtige middelen), de toedieningsweg (hoger risico voor parenterale toediening) en

cumulatieve dosis van het middel tegen botresorptie

Kanker, comorbiditeiten (bijv. bloedarmoede, stollingsstoornissen, infectie), roken

Gelijktijdige behandelingen: corticosteroïden, chemotherapie, angiogeneseremmers,

radiotherapie aan hoofd en nek

Gebrekkige mondhygiëne, periodontale aandoening, slecht passend kunstgebit, geschiedenis

van gebitsaandoeningen, invasieve tandheelkundige ingrepen (bijv. tandextracties).

Alle patiënten moeten aangemoedigd worden gedurende de behandeling met Bonviva een goede

mondhygiëne aan te houden, routinematige gebitscontroles te ondergaan, en onmiddellijk alle orale

symptomen te melden zoals loszittende tanden of kiezen, pijn of zwelling, het niet genezen van

zweren of wondvocht. Tijdens de behandeling mogen invasieve tandheelkundige ingrepen enkel na

zorgvuldige overweging uitgevoerd worden en dienen vermeden te worden kort voor of na de

toediening van Bonviva.

Het behandelschema voor patiënten die ONJ ontwikkelen moet opgezet worden in nauwe

samenwerking tussen de behandelend arts en een tandarts of mondchirurg die ervaren is in de

behandeling van ONJ. Tijdelijke onderbreking van de behandeling met Bonviva moet overwogen

worden totdat de aandoening is verbeterd en bijdragende risicofactoren verminderd zijn waar

mogelijk.

Osteonecrose van de uitwendige gehoorgang

Osteonecrose van de uitwendige gehoorgang is gemeld bij gebruik van bisfosfonaten, vooral in

samenhang met langdurige behandeling. Mogelijke risicofactoren voor osteonecrose van de

uitwendige gehoorgang zijn onder andere gebruik van steroïden en chemotherapie en/of lokale

risicofactoren zoals infectie of trauma. Er dient rekening te worden gehouden met de mogelijkheid van

osteonecrose van de uitwendige gehoorgang bij patiënten die bisfosfonaten toegediend krijgen en bij

wie oorsymptomen, waaronder chronische oorinfecties, optreden.

Atypische femurfracturen

Bij behandeling met bisfosfonaten zijn atypische subtrochantere en femurschachtfracturen gemeld,

met name bij patiënten die langdurig wegens osteoporose behandeld worden. Deze transversale of

korte schuine fracturen kunnen langs het hele femur optreden vanaf direct onder de trochanter minor

tot vlak boven de supracondylaire rand. Deze fracturen treden op na minimaal of geen trauma.

Sommige patiënten ervaren pijn in de dij of lies, weken tot maanden voor het optreden van een

volledige femorale fractuur, vaak samen met kenmerken van stressfracturen bij beeldvormend

onderzoek. De fracturen zijn in veel gevallen bilateraal. Daarom moet het contralaterale femur worden

onderzocht bij patiënten die met bisfosfonaten worden behandeld en een femurschachtfractuur hebben

opgelopen. Ook is slechte genezing van deze fracturen gemeld. Op basis van een individuele

inschatting van de voor- en nadelen, moet worden overwogen om de bisfosfonaattherapie te staken bij

patiënten met verdenking op een atypische femurfractuur tot er een beoordeling is gemaakt van de

patiënt.

Patiënten moeten het advies krijgen om tijdens behandeling met bisfosfonaten elke pijn in de dij, heup

of lies te melden. Elke patiënt die zich met zulke symptomen aandient, moet worden onderzocht op

een onvolledige femurfractuur.

Bonviva is in wezen ‘natrium-vrij’.

4.5

Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie

Metabole interacties worden niet waarschijnlijk geacht omdat ibandroninezuur de voornaamste

humane hepatische P450 iso-enzymen niet remt en het aangetoond is dat ibandroninezuur het

hepatische cytochroom P450 systeem bij ratten niet induceert (zie rubriek 5.2). Ibandroninezuur wordt

alleen geëlimineerd door renale uitscheiding en ondergaat geen enkele biotransformatie.

4.6

Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding

Zwangerschap

Bonviva is enkel voor gebruik bij postmenopauzale vrouwen en mag niet door vrouwen in de

vruchtbare leeftijd gebruikt worden.

Er zijn geen toereikende gegevens over het gebruik van ibandroninezuur bij zwangere vrouwen.

Studies bij ratten hebben enige reproductietoxiciteit aangetoond (zie rubriek 5.3). Het potentiële risico

voor de mens is niet bekend.

Bonviva mag niet tijdens de zwangerschap worden gebruikt.

Borstvoeding

Het is niet bekend of ibandroninezuur wordt uitgescheiden in moedermelk. Studies bij zogende ratten

hebben de aanwezigheid van lage hoeveelheden ibandroninezuur in de melk aangetoond na

intraveneuze toediening.Bonviva mag niet gebruikt worden tijdens de periode van borstvoeding.

Vruchtbaarheid

Er zijn geen gegevens over het effect van ibandroninezuur bij de mens. In reproductiestudies bij ratten

waar oraal werd toegediend, verminderde ibandroninezuur de vruchtbaarheid. In studies bij ratten

waar intraveneus werd toegediend, verminderde ibandroninezuur de vruchtbaarheid bij hoge

dagelijkse doses (zie rubriek 5.3).

4.7

Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen

Op basis van het farmacodynamische en farmacokinetische profiel en de gemelde bijwerkingen is het

te verwachten dat Bonviva geen of een verwaarloosbare invloed heeft op de rijvaardigheid en op het

vermogen om machines te bedienen.

4.8

Bijwerkingen

Samenvatting van het veiligheidsprofiel

De meest ernstige bijwerkingen die zijn gemeld zijn anafylactische reactie/shock, atypische

femurfracturen, osteonecrose van de kaak en oogontsteking (zie paragraaf “Beschrijving van

geselecteerde bijwerkingen” en rubriek 4.4).

De meest frequent gemelde bijwerkingen zijn artralgie en griepachtige verschijnselen. Deze

verschijnselen zijn normaal gerelateerd aan de eerste dosis, in het algemeen van korte duur, licht tot

matig van ernst en verdwijnen doorgaans tijdens de behandeling, zonder dat daarvoor een medische

behandeling nodig is (zie paragraaf “Griepachtige ziekteverschijnselen”).

Tabel met bijwerkingen

In tabel 1 wordt een complete lijst van de bijwerkingen die bekend zijn weergegeven.

De veiligheid van een orale behandeling met ibandroninezuur 2,5 mg dagelijks werd geëvalueerd bij

1251 patiënten, behandeld in 4 placebogecontroleerde klinische studies; de grote meerderheid van

deze patiënten kwam uit de driejarige registratiestudie naar fracturen (MF4411).

Tijdens de 2 jaar durende registratiestudie bij postmenopauzale vrouwen met osteoporose (BM16550)

bleken de totale veiligheidsprofielen van de via intraveneuze injectie toegediende Bonviva 3 mg,

3-maandelijkse toediening en de dagelijkse dosis oraal toegediende ibandroninezuur 2,5 mg

vergelijkbaar. Het aantal patiënten dat een bijwerking ondervond was 26,0 % en 28,6 % voor de eens

per 3 maanden toegediende Bonviva 3 mg injectie na respectievelijk één en twee jaar. In de meeste

gevallen hadden de bijwerkingen niet tot gevolg dat de therapie werd beëindigd.

Bijwerkingen zijn gerangschikt volgens MedDRA systeem/orgaanklasse en frequentiecategorie.

Frequentiecategorieën zijn gedefinieerd als zeer vaak (>1/10), vaak (≥ 1/100, < 1/10), soms

(≥ 1/1.000, < 1/100), zelden (≥ 1/10.000, < 1/1.000), zeer zelden (< 1/10.000) en niet bekend (kan met

de beschikbare gegevens niet worden bepaald). Binnen elke frequentie worden de bijwerkingen

gepresenteerd in volgorde van afnemende ernst.

Tabel 1:

Bijwerkingen die voorkwamen bij postmenopauzale vrouwen die behandeld werden met

Bonviva 3 mg injectie eens per 3 maanden of ibandroninezuur 2,5 mg dagelijks in de

fase III studies BM16550 en MF4411 en bij postmarketing ervaringen.

Systeem/orgaanklasse

Vaak

Soms

Zelden

Zeer zelden

Immuunsysteemaandoeningen

Astma

exacerbatie

Overgevoelig-

heidsreactie

Anafylactische

reactie/shock*†

Zenuwstelselaandoeningen

Hoofdpijn

Oogaandoeningen

Oogont-

stekingen*†

Bloedvataandoeningen

Flebitis/trom-

boflebitis

Maagdarmstelselaandoeningen

Gastritis,

Dyspepsie,

Diarree,

Buikpijn,

Misselijkheid,

Constipatie

Huid- en

onderhuidaandoeningen

Huiduitslag

Angioedeem,

Gezichts-

zwelling /

oedeem,

Urticaria

Stevens-

johnsonsyndroom†,

Erythema

multiforme†,

Bulleuze

dermatitis†

Skeletspierstelsel- en

bindweefselaandoeningen

Artralgie,

Myalgie, Pijn

aan de

skeletspieren,

Rugpijn

Botpijn

Atypische

subtrochantere

en femur-

schacht-

fracturen†

Osteonecrose van

de kaak*†,

Osteonecrose van

de uitwendige

gehoorgang

(bijwerking van de

bisfosfonaat-

klasse)†

Algemene aandoeningen en

toedieningsplaatsstoornissen

Griepachtige

ziektever-

schijnselen*,

Vermoeidheid

Reacties op

injectieplaats,

Asthenie

* Zie hieronder voor nadere informatie

† Waargenomen bij postmarketing ervaringen

Beschrijving van geselecteerde bijwerkingen

Griepachtige ziekteverschijnselen

Griepachtige ziekteverschijnselen omvatten gemelde bijwerkingen als acute fase reactie of symptomen

als myalgie, artralgie, koorts, rillingen, vermoeidheid, misselijkheid, verminderde eetlust en botpijn.

Osteonecrose van de kaak

Gevallen van ONJ zijn gemeld, voornamelijk bij kankerpatiënten die werden behandeld met

geneesmiddelen die de botresorptie remmen, zoals ibandroninezuur (zie rubriek 4.4). Gevallen van

ONJ zijn gemeld sinds het op de markt komen van ibandroninezuur.

Oogontstekingen

Oogontstekingen zoals uveïtis, episcleritis en scleritis zijn gemeld bij ibandroninezuur. In sommige

gevallen verdwenen de bijwerkingen niet totdat ibandroninezuur gestaakt was.

Anafylactische reactie/shock

Gevallen van anafylactische reactie/shock, waaronder fatale gevallen, zijn gemeld bij patiënten die

werden behandeld met intraveneus ibandroninezuur.

Melding van vermoedelijke bijwerkingen

Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op

deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden

gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen

te melden via het nationale meldsysteem zoals vermeld in aanhangsel V*.

4.9

Overdosering

Er is geen specifieke informatie beschikbaar over de behandeling van overdosering met Bonviva.

Gebaseerd op kennis over deze klasse van stoffen, kan intraveneuze overdosering resulteren in

hypocalciëmie, hypofosfatemie en hypomagnesiëmie. Klinisch relevante verlaging van serumspiegels

van calcium, fosfor en magnesium dienen respectievelijk gecorrigeerd te worden middels intraveneuze

toediening van calciumgluconaat, kalium- of natriumfosfaat en magnesiumsulfaat.

5.

FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN

5.1

Farmacodynamische eigenschappen

Farmacotherapeutische categorie: Geneesmiddelen voor de behandeling van botziekten, bisfosfonaten,

ATC-code: M05BA06

Werkingsmechanisme

Ibandroninezuur is een zeer krachtig bisfosfonaat behorend tot de stikstof-bevattende groep

bisfosfonaten, die selectief werken op botweefsel en specifiek de osteoclastactiviteit remmen zonder

direct de botvorming te beïnvloeden. Het interfereert niet met de osteoclastaanmaak. Ibandroninezuur

geeft een progressieve netto verhoging van de botmassa en een verminderde incidentie van fracturen

door middel van de vermindering van toegenomen bot turnover tot premenopauzale waarden bij

postmenopauzale vrouwen.

Farmacodynamische effecten

De farmacodynamische werking van ibandroninezuur is remming van de botresorptie. In vivo

ibandroninezuur voorkomt botafbraak experimenteel veroorzaakt door het stilleggen van

gonadefunctie, retinoïden, tumoren of tumorextracten. Bij jonge (snel groeiende) ratten, wordt de

endogene botresorptie ook geremd, wat leidt tot toegenomen normale botmassa in vergelijking met

onbehandelde dieren.

Diermodellen bevestigen dat ibandroninezuur een zeer krachtige remmer is van de osteoclastactiviteit.

Bij groeiende ratten was er geen bewijs voor verstoorde mineralisatie, zelfs niet bij doses meer dan

5000 maal de dosis vereist voor osteoporose behandeling.

Zowel dagelijkse als intermitterende (met verlengde dosisvrije intervallen) langdurige toediening bij

ratten, honden en apen werd in verband gebracht met de vorming van nieuw bot van normale kwaliteit

en gelijkblijvende of toegenomen mechanische sterkte, zelfs bij doses in het toxische gebied. Bij

mensen werd de effectiviteit van zowel dagelijkse als intermitterende toediening (dosisvrij interval van

9-10 weken) van ibandroninezuur bevestigd in een klinische studie (MF4411), waarin de

ibandroninezuur anti-fractuureffectiviteit werd aangetoond.

In diermodellen geeft ibandroninezuur biochemische veranderingen die een aanwijzing zijn voor

dosis-afhankelijke remming van botresorptie, inclusief suppressie van urine biochemische merkers van

bot collageenafbraak (zoals deoxypyridinoline en cross-linked N-telopeptiden van type I collageen

(NTX)).

Zowel dagelijkse, intermitterende (met een dosisvrij interval van 9-10 weken per kwartaal) orale als

intraveneuze ibandroninezuur doses bij postmenopauzale vrouwen veroorzaakten biochemische

veranderingen indicatief voor dosisafhankelijke remming van botresorptie.

Bonviva intraveneuze injectie verlaagde de spiegels van plasma C-telopeptide van de alfa keten van

type I collageen (CTX) binnen 3-7 dagen na het starten van de behandeling en verlaagde

osteocalcinespiegels binnen 3 maanden.

Na het beëindigen van de behandeling keren de pathologische verhoogde botresorptiewaarden,

geassocieerd met postmenopauzale osteoporose, van voor de behandeling terug.

De histologische analyse van botbiopsies na twee en drie jaar behandeling van postmenopauzale

vrouwen met orale eenmaal daagse doses ibandroninezuur 2,5 mg en intermitterende intraveneuze

doses tot 1 mg elke 3 maanden, toonde bot van normale kwaliteit en er was geen indicatie van een

mineralisatiedefect. Een verwachte afname van bot turnover, normale kwaliteit van bot en afwezigheid

van mineralisatieafwijkingen werden tevens gezien na twee jaar behandelen met Bonviva 3 mg

injectie.

Klinische werkzaamheid

Onafhankelijke risicofactoren, bijvoorbeeld lage BMD, leeftijd, het voorkomen van eerder opgelopen

fracturen, een familiehistorie van fracturen en hoge botturnover, dienen beoordeeld te worden, met als

doel vrouwen te identificeren met een verhoogd risico op osteoporotische fracturen.

Bonviva 3 mg injectie elke 3 maanden

Botmineraaldichtheid (BMD)

Eens per 3 maanden per intraveneuze injectie toegediende Bonviva 3 mg bleek minstens zo effectief

als oraal eenmaal daags ingenomen ibandroninezuur 2,5 mg, tijdens een 2 jaar durende,

gerandomiseerde, dubbelblinde, multicenter, non-inferioriteitsstudie (BM16550) bij postmenopauzale

vrouwen (1386 vrouwen tussen de 55 en 80 jaar) met osteoporose (lumbale wervelkolom BMD T-

score lager dan -2,5 SD bij aanvang). Dit werd aangetoond in zowel de primaire analyse 1 jaar na

aanvang en in de bevestigende eindpuntanalyse twee jaar na aanvang (zie Tabel 2).

De primaire analyse van gegevens uit studie BM16550 1 jaar na aanvang en de bevestigende analyse

2 jaar na aanvang toonde de non-inferioriteit van behandeling met elke 3 maanden 3 mg per injectie

vergeleken met eenmaal daags 2,5 mg oraal aan, in termen van gemiddelde toename van de BMD van

de lumbale wervelkolom, totale heup, femurhals en trochanter (Tabel 2).

Tabel 2:

Gemiddelde relatieve verandering ten opzichte van de uitgangswaarde van lumbale

wervelkolom, totale heup, femurhals en trochanter BMD één jaar na aanvang (primaire

analyse) en twee jaar na aanvang van de behandeling (Per-Protocol Populatie) in studie

BM16550.

Gegevens 1 jaar na aanvang uit

studie BM16550

Gegevens 2 jaar na aanvang uit

studie BM16550

Gemiddelde relatieve

verandering ten opzichte

van uitgangswaarde %

[95 % BI]

ibandroninezuur

2,5 mg eenmaal

daags

(N=377)

Bonviva 3 mg

injectie elke 3

maanden

(N=365)

ibandroninezuur

2,5 mg eenmaal

daags

(N=334)

Bonviva 3 mg

injectie elke 3

maanden

(N=334)

Lumbale wervelkolom L2-

L4 BMD

3,8 [3,4 - 4,2]

4,8 [4,5 - 5,2]

4,8 [4,3 - 5,4]

6,3 [5,7 - 6,8]

Totale heup BMD

1,8 [1,5 - 2,1]

2,4 [2,0 - 2,7]

2,2 [1,8 - 2,6]

3,1 [2,6 - 3,6]

Femurhals BMD

1,6 [1,2 - 2,0]

2,3 [1,9 - 2,7]

2,2 [1,8 - 2,7]

2,8 [2,3 - 3,3]

Trochanter BMD

3,0 [2,6 - 3,4]

3,8 [3,2 - 4,4]

3,5 [3,0 - 4,0]

4,9 [4,1 - 5,7]

Verder bleek eens per 3 maanden toegediende Bonviva 3 mg injectie voor toename in lumbale

wervelkolom BMD superieur te zijn aan oraal eenmaal daags ingenomen ibandroninezuur 2,5 mg, in

een prospectief geplande analyse één jaar na aanvang, p<0,001, en twee jaar na aanvang, p<0,001.

Voor lumbale wervelkolom BMD, 92,1 % van de patiënten die 3 mg per injectie elke 3 maanden

toegediend hadden gekregen vertoonden een toegenomen of gelijk gebleven BMD na 1 jaar

behandeling (d.w.z. responders) vergeleken met 84,9 % van de patiënten die 2,5 mg eenmaal daags

oraal innamen (p=0,002). Na 2 jaar behandelen had 92,8 % van de patiënten die 3 mg per injectie

kregen toegediend en 84,7 % van de patiënten die oraal 2,5 mg innamen een toegenomen of gelijk

gebleven lumbale wervelkolom BMD (p=0,001).

Voor totale heup BMD, waren 82,3 % van de patiënten die 3 mg per injectie elke 3 maanden

toegediend hadden gekregen responder na 1 jaar behandeling, vergeleken met 75,1 % van de patiënten

die 2,5 mg eenmaal daags oraal ingenomen hadden (p=0,02). Na 2 jaar behandelen had 85,6 % van de

patiënten die 3 mg per injectie kregen toegediend en 77,0 % van de patiënten die oraal 2,5 mg

innamen een toegenomen of gelijk gebleven totale heup BMD (p=0,004).

Het aandeel van patiënten met een toegenomen of gelijk gebleven BMD na 1 jaar van zowel de

lumbale wervelkolom en totale heup was 76,2 % in de 3 mg injectie elke 3 maanden arm en 67,2 % in

de 2,5 mg eenmaal daags orale arm (p=0,007). Na twee jaar voldeden 80,1 % en 68,8 % van de

patiënten aan dit criterium in respectievelijk de 3 mg injectie elke 3 maanden arm en de 2,5 mg

eenmaal daags arm (p=0,001).

Biochemische markers van bot turnover

Klinisch significante reducties van de serum CTX-waarden werd gezien op alle meetmomenten. Na

twaalf maanden waren de mediane relatieve veranderingen ten opzichte van de uitgangswaarde -

58,6 % voor de eens per 3 maanden intraveneuze 3 mg dosering en -62,6 % voor de eenmaal daagse

orale 2,5 mg dosering. Tevens werd 64,8 % van de patiënten die 3 mg elke 3 maanden per injectie

kregen toegediend gekarakteriseerd als responder (gedefinieerd als een afname ≥50 % t.o.v. de

uitgangswaarde), vergeleken met 64,9 % van de patiënten die 2,5 mg dagelijks oraal innamen. Serum

CTX-afname werd gedurende 2 jaar gehandhaafd, waarbij meer dan de helft van de patiënten in beide

behandelingsgroepen gekarakteriseerd werd als responder.

Gebaseerd op de resultaten van studie BM16550 wordt verwacht dat eens per 3 maanden per

intraveneuze injectie toegediende Bonviva 3 mg minstens even effectief is bij het voorkomen van

fracturen als de orale behandeling met eenmaal daags ibandroninezuur 2,5 mg.

Ibandroninezuur eenmaal daags 2,5 mg tabletten

In de initiële 3 jaar durende, gerandomiseerde, dubbelblinde, placebogecontroleerde, fractuurstudie

(MF4411), werd een statistisch significante en medisch relevante afname in de incidentie van nieuwe

röntgenologische morfometrische en klinische vertebrale fracturen aangetoond (tabel 3). In deze studie

werd ibandroninezuur geëvalueerd bij orale doses van 2,5 mg dagelijks en 20 mg intermitterend als

een experimenteel doseerregime. Ibandroninezuur werd 60 minuten voor de eerste vloeistof- of

voedselinname van de dag (post-dosis nuchtere periode) ingenomen. Aan de studie namen vrouwen

deel in de leeftijd van 55 tot 80 jaar, die ten minste 5 jaar postmenopauzaal waren en waarvan de

BMD van de lumbale wervelkolom -2 tot -5 SD onder het premenopauzale gemiddelde (T-score) lag

bij ten minste één wervel [L1-L4], en die één tot vier prevalente vertebrale fracturen hadden. Alle

patiënten kregen 500 mg calcium en 400 IE vitamine D dagelijks. De werkzaamheid werd geëvalueerd

bij 2928 patiënten. Ibandroninezuur 2,5 mg dagelijks toegediend toonde een statistisch significante en

medisch relevante reductie in de incidentie van nieuwe vertebrale fracturen. Dit regime verminderde

het ontstaan van nieuwe röntgenologische wervelfracturen met 62 % (p=0,0001) tijdens de drie jaar

van de studie. Een relatieve risicovermindering van 61 % werd waargenomen na 2 jaar (p=0,0006). Er

werd geen statistisch significant verschil bereikt na 1 jaar van behandeling (p=0,056). Het anti-

fractuureffect was consistent tijdens de duur van de studie. Er waren geen aanwijzingen voor het

vervagen van het effect over de tijd.

De incidentie van klinische vertebrale fracturen was ook significant afgenomen met 49 % na 3 jaar

(p=0,011). Het sterke effect op vertebrale fracturen kwam bovendien tot uitdrukking door een

statistisch significante reductie van lengteverlies in vergelijking met placebo (p<0,0001).

Tabel 3:

Resultaten uit 3 jaar durende fractuurstudie MF4411 (%, 95 % BI)

Placebo

(N=974)

ibandroninezuur 2,5 mg

dagelijks

(N=977)

Relatieve risico afname

Nieuwe morfometrische vertebrale

fracturen

62 %

(40,9 - 75,1)

Incidentie van nieuwe morfometrische

vertebrale fracturen

9,56 %

(7,5 - 11,7)

4,68 %

(3,2 - 6,2)

Relatieve risico afname van klinische

vertebrale fracturen

49 %

(14,03 - 69,49)

Incidentie van klinische vertebrale

fracturen

5,33 %

(3,73 - 6,92)

2,75 %

(1,61 - 3,89)

BMD – gemiddelde verandering t.o.v.

uitgangswaarde wervelkolom na 3 jaar

1,26 %

(0,8 - 1,7)

6,54 %

(6,1 - 7,0)

BMD – gemiddelde verandering t.o.v.

uitgangswaarde totaal heup na 3 jaar

-0,69 %

(-1,0 - -0,4)

3,36 %

(3,0 - 3,7)

Het effect van de behandeling met ibandroninezuur werd verder beoordeeld in een analyse van de

subpopulatie van patiënten die een uitgangswaarde lumbale wervelkolom BMD T-score hadden lager

dan –2,5 (tabel 4). De vermindering van het risico op vertebrale fracturen was zeer consistent met wat

gezien werd in de gehele populatie.

Tabel 4:

Resultaten uit 3 jaars fractuurstudie MF 4411 (%, 95 % BI) voor patiënten met een

wervelkolom BMD T-score lager dan –2,5 als uitgangswaarde.

Placebo

(N=587)

ibandroninezuur 2,5 mg

dagelijks

(N=575)

Relatieve Risico Afname

Nieuwe morfometrische vertebrale

fracturen

59 %

(34,5 - 74,3)

Incidentie van nieuwe morfometrische

vertebrale fracturen

12,54 %

(9,53 - 15,55)

5,36 %

(3,31 - 7,41)

Relatieve risico afname van klinische

vertebrale fracturen

50 %

(9,49 - 71,91)

Incidentie van klinische vertebrale

fracturen

6,97 %

(4,67 - 9,27)

3,57 %

(1,89 - 5,24)

BMD – gemiddelde verandering t.o.v.

uitgangswaarde wervelkolom na 3 jaar

1,13 %

(0,6 - 1,7)

7,01 %

(6,5 - 7,6)

BMD – gemiddelde verandering t.o.v.

uitgangswaarde totaal heup na 3 jaar.

-0,70 %

(-1,1 - -0,2)

3,59 %

(3,1 - 4,1)

Voor non-vertebrale fracturen werd binnen de gehele patiëntenpopulatie van studie MF441 geen

reductie waargenomen, echter dagelijkse inname van ibandroninezuur bleek effectief te zijn in een

hoog-risico subpopulatie (femurhals BMD T-score < -3,0), waar een non-vertebrale risicoreductie van

69% werd gezien.

Dagelijkse orale behandeling met ibandroninezuur 2,5 mg tabletten resulteerde in progressieve

verhogingen van BMD op vertebrale en non-vertebrale plaatsen van het skelet.

Drie-jaars wervelkolom BMD-toename in vergelijking met placebo was 5,3 % en 6,5 % in

vergelijking met de uitgangswaarde. Toenames bij de heup ten opzichte van de uitgangswaarde waren

2,8 % bij de femurhals, 3,4 % bij de totale heup en 5,5 % bij de trochanter.

Biochemische markers van de bot turnover (zoals urinair CTX en serumosteocalcine) vertoonden het

verwachte patroon van suppressie tot premenopauzale spiegels en bereikten maximale suppressie

binnen een periode van 3 tot 6 maanden gebruik van eenmaal daags ibandroninezuur 2,5 mg.

Een klinische betekenisvolle afname van 50 % van de biochemische markers van botresorptie werd al

na 1 maand na de start van de behandeling met ibandroninezuur 2,5 mg waargenomen.

Pediatrische patiënten (zie rubriek 4.2 en rubriek 5.2)

Er zijn geen studies uitgevoerd met Bonviva in pediatrische patiënten, daarom zijn er geen gegevens

beschikbaar over effectiviteit of veiligheid voor deze patiëntenpopulatie.

5.2

Farmacokinetische eigenschappen

De primaire farmacologische effecten van ibandroninezuur op het bot zijn niet direct gerelateerd aan

de werkelijke plasmaconcentraties, zoals aangetoond in verscheidene studies bij dieren en bij mensen.

Plasmaconcentraties van ibandroninezuur stijgen in een dosis-proportionele wijze na intraveneuze

toediening van 0,5 mg tot 6 mg.

Absorptie

Niet van toepassing.

Distributie

Na de initiële systemische blootstelling bindt ibandroninezuur snel aan het bot of wordt uitgescheiden

in de urine. Bij mensen is het klaarblijkelijke uiterste eliminatie-distributievolume ten minste 90 L en

de dosishoeveelheid die het bot bereikt, wordt geschat op 40-50 % van de circulerende dosis.

Eiwitbinding in humaan plasma is ongeveer 85 %-87 % (in vitro bepaald bij therapeutische

ibandroninezuur-concentraties), en er is dus een lage potentie voor interactie met andere

geneesmiddelen als gevolg van verdringing.

Biotransformatie

Er zijn geen aanwijzingen dat ibandroninezuur gemetaboliseerd wordt bij dieren of mensen.

Eliminatie

Ibandroninezuur wordt verwijderd uit de circulatie via botabsorptie (naar schatting 40-50 % bij

postmenopauzale vrouwen) en het overblijfsel wordt onveranderd uitgescheiden via de nier.

De spreiding van de waargenomen klaarblijkelijke halfwaardetijden is breed, de klaarblijkelijke

eliminatie-halfwaardetijd ligt in het algemeen tussen de 10-72 uur. Aangezien de berekende waarden

voornamelijk afhankelijk zijn van de duur van de studie, de gebruikte dosis en de gevoeligheid van de

analysemethode, is de werkelijke eliminatie-halfwaardetijd waarschijnlijk substantieel langer,

overeenkomend met andere bisfosfonaten. Vroege plasmaspiegels dalen snel; 10 % van de piekwaarde

wordt binnen 3 en 8 uur na respectievelijk intraveneuze of orale toediening bereikt.

Totale klaring van ibandroninezuur is laag met gemiddelde waarden tussen 84 – 160 ml/min.

Nierklaring (ongeveer 60 ml/min bij gezonde postmenopauzale vrouwen) neemt 50-60 % van de totale

klaring voor zijn rekening en is gerelateerd aan de creatinineklaring. Het verschil tussen de

klaarblijkelijke totale en nierklaring wordt verondersteld de opname in het bot weer te geven.

De uitscheidingsroute lijkt geen bekende zure of basische transportsystemen te bevatten, die betrokken

zijn bij de uitscheiding van andere werkzame stoffen (zie rubriek 4.5). Daarnaast remt

ibandroninezuur niet de voornaamste humane P450-isoenzymen in de lever en induceert het niet het

cytochroom P450-systeem in de lever van ratten.

Farmacokinetiek in bijzondere klinische situaties

Geslacht

De farmacokinetiek van ibandroninezuur is vergelijkbaar bij mannen en vrouwen.

Ras

Er is geen bewijs voor enige klinisch relevante inter-etnische verschillen tussen Aziaten en Kaukasiërs

qua ibandroninezuur dispositie. Er zijn beperkte gegevens beschikbaar over patiënten van Afrikaanse

herkomst.

Patiënten met een verminderde nierfunctie

Nierklaring van ibandroninezuur bij patiënten met verschillende maten van verminderde nierfunctie is

lineair gerelateerd aan de creatinineklaring (CLcr).

Er is geen dosisaanpassing noodzakelijk voor patiënten met licht tot matig verminderde nierfunctie

(CLcr gelijk of groter dan 30 ml/min).

Personen met een ernstig verminderde nierfunctie (CLcr minder dan 30 ml/min) die dagelijks orale

toediening van 10 mg ibandroninezuur gedurende 21 dagen kregen, hadden 2- tot 3-voudige hogere

plasmaconcentraties dan personen met een normale nierfunctie en de totale klaring van

ibandroninezuur was 44 ml/min. Na intraveneuze toediening van 0,5 mg ibandroninezuur, namen

totaal, renaal en niet-renale klaringen respectievelijk af met 67 %, 77 % en 50 % bij personen met

ernstig nierfalen, maar er was geen afname in de tolerantie geassocieerd met de toename in de

blootstelling. Vanwege de beperkte klinische ervaring bij patiënten met ernstig verminderde

nierfunctie, wordt Bonviva bij deze groep patiënten niet aanbevolen (zie rubriek 4.2 en rubriek 4.4).

De farmacokinetiek van ibandroninezuur bij patiënten met eindstadium nierziekte werd alleen bij een

klein aantal hemodialyse patiënten onderzocht. Daardoor is de farmacokinetiek van ibandroninezuur

bij patiënten die niet gedialyseerd worden onbekend. Vanwege de beperkte hoeveelheid gegevens,

dient ibandroninezuur niet gebruikt te worden bij patiënten met eindstadium nierziekte.

Patiënten met een verminderde leverfunctie (zie rubriek 4.2)

Er zijn geen farmacokinetische gegevens voor ibandroninezuur bij patiënten die een

leverfunctiestoornis hebben. De lever speelt geen significante rol in de klaring van ibandroninezuur,

dat niet gemetaboliseerd wordt maar geklaard door renale uitscheiding en door opname in het bot.

Dosisaanpassing is daarom niet noodzakelijk bij patiënten met een verminderde leverfunctie.

Ouderen (zie rubriek 4.2)

In een multivariatie-analyse werd gevonden dat leeftijd geen onafhankelijke factor was van de

bestudeerde farmacokinetische parameters. Aangezien de nierfunctie afneemt met de leeftijd, is de

nierfunctie de enige factor die in overweging dient te worden genomen (zie paragraaf verminderde

nierfunctie).

Pediatrische patiënten (zie rubriek 4.2 en rubriek 5.1)

Er zijn geen gegevens over het gebruik van Bonviva bij deze leeftijdsgroepen.

5.3

Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek

Toxische effecten, bijv. tekenen van nierbeschadiging, werden bij honden uitsluitend waargenomen bij

blootstellingen die geacht werden voldoende hoger te liggen dan het maximale niveau waaraan de

mens wordt blootgesteld, zodat deze weinig relevant zijn bij klinisch gebruik.

Mutageniteit / Carcinogeniteit:

Er zijn geen aanwijzingen voor mogelijke carcinogeniteit waargenomen. Testen voor genotoxiciteit

leverden geen bewijs van genetische activiteit van ibandroninezuur.

Reproductietoxiciteit:

Specifieke studies voor de 3-maandelijkse dosering zijn niet uitgevoerd. Uit studies met dagelijkse i.v.

doseringen, werd geen bewijs voor een direct foetaal toxisch of teratogeen effect van ibandroninezuur

bij ratten en konijnen gevonden. De gewichtstoename was afgenomen bij F1 nakomelingen van ratten.

In reproductiestudies bij ratten waar oraal werd toegediend bestonden de effecten op de

vruchtbaarheid uit een toename van pre-implantatieverlies bij doseringen van 1 mg/kg/dag en hoger.

In reproductiestudies bij ratten waar intraveneus werd toegediend, verminderde ibandroninezuur het

aantal spermatozoïden bij doseringen van 0,3 en 1 mg/kg/dag, verminderde vruchtbaarheid bij

mannetjes bij 1 mg/kg/dag en bij vrouwtjes bij 1,2 mg/kg/dag. Andere bijwerkingen van

ibandroninezuur in reproductietoxiciteitsstudies in de rat, waren dezelfde bijwerkingen die

waargenomen worden bij bisfosfonaten als klasse. Ze omvatten een verminderd aantal

innestelingplaatsen, abnormaal baringsproces (dystokie) en een verhoging van viscerale variaties

(nierbekken ureter syndroom).

6.

FARMACEUTISCHE GEGEVENS

6.1

Lijst van hulpstoffen

Natriumchloride

IJsazijn

Natriumacetaat-trihydraat

Water voor injecties

6.2

Gevallen van onverenigbaarheid

Bonviva oplossing voor injectie mag niet gemengd worden met calcium-bevattende oplossingen of

andere intraveneus toegediende geneesmiddelen.

6.3

Houdbaarheid

2 jaar

6.4

Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren

Voor dit geneesmiddel zijn er geen speciale bewaarcondities.

6.5

Aard en inhoud van de verpakking

Voorgevulde spuiten (5 ml), gemaakt van kleurloos glas type I en de grijze rubberen plunjer en het

afsluitdopje zijn gemaakt van fluororesine-gelamineerd butylrubber, met 3 ml oplossing voor injectie.

Verpakkingen met 1 voorgevulde spuit en 1 injectienaald of 4 voorgevulde spuiten en

4 injectienaalden.

Niet alle genoemde verpakkingsgrootten worden in de handel gebracht.

6.6

Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen

Wanneer het geneesmiddel toegediend wordt via een bestaande intraveneuze infuuslijn, dient het

infusaat beperkt te worden tot isotone zoutoplossing of 50 mg/ml (5 %) glucose-oplossing. Dit geldt

ook voor oplossingen gebruikt voor het spoelen van een vlinder of andere medische hulpmiddelen.

Alle ongebruikte oplossing voor injectie, spuiten en injectienaalden dienen te worden vernietigd

overeenkomstig lokale voorschriften. In het milieu terechtkomen van geneesmiddelen moet worden

geminimaliseerd.

De volgende punten moeten strikt worden aangehouden betreffende het weggooien van injectiespuiten

en andere scherpe medicinale voorwerpen:

Naalden en spuiten mogen nooit worden hergebruikt.

Plaats alle gebruikte naalden en spuiten in een naaldencontainer (prikveilige

wegwerpcontainer).

Houd deze container buiten bereik van kinderen.

Het weggooien van gebruikte naaldencontainers met het huishoudelijk afval moet

worden vermeden.

Het weggooien van een volle container dient te gebeuren overeenkomstig lokale

voorschriften of zoals voorgeschreven door uw medisch beroepsbeoefenaar.

7.

HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN

Atnahs Pharma Netherlands B.V.

Strawinskylaan 3127

1077 ZX Amsterdam

Nederland

8.

NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN

EU/1/03/265/005

EU/1/03/265/006

9.

DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/VERLENGING VAN

DE VERGUNNING

Datum van eerste verlening van de vergunning: 23 februari 2004

Datum van laatste verlenging: 18 december 2013

10.

DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST

Gedetailleerde informatie over dit geneesmiddel is beschikbaar op de website van het Europees

Geneesmiddelenbureau http://www.ema.europa.eu.

30 Churchill Place

Canary Wharf

London E14 5EU

United Kingdom

An agency of the European Union

Telephone

+44 (0)20 3660 6000

Facsimile

+44 (0)20 3660 5555

Send a question via our website

www.ema.europa.eu/contact

© European Medicines Agency, 2016. Reproduction is authorised provided the source is acknowledged.

EMA/232904/2016

EMEA/H/C/000502

EPAR-samenvatting voor het publiek

Bonviva

ibandroninezuur

Dit document is een samenvatting van het Europees openbaar beoordelingsrapport (EPAR) voor

Bonviva. Het geeft uitleg over de aanpak van het Comité voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik

(CHMP) bij de beoordeling van het geneesmiddel, een proces dat tot doel heeft een positief advies voor

vergunningverlening en aanbevelingen voor de gebruiksvoorwaarden van Bonviva vast te stellen.

Wat is Bonviva?

Bonviva is een geneesmiddel dat de werkzame stof ibandroninezuur bevat. Het is verkrijgbaar in de

vorm van tabletten (150 mg) en als oplossing voor injectie in een voorgevulde spuit (3 mg).

Wanneer wordt Bonviva voorgeschreven?

Bonviva wordt gebruikt om osteoporose (een ziekte die de botten broos maakt) te behandelen bij

vrouwen na de menopauze die een verhoogd risico op botbreuken hebben. In studies is aangetoond

dat het middel het risico op breuken van de wervelkolom vermindert. Het effect ervan op het risico op

femurhalsfracturen (breuken aan de bovenkant van het dijbeen) is echter niet vastgesteld.

Dit geneesmiddel is uitsluitend op doktersvoorschrift verkrijgbaar.

Hoe wordt Bonviva gebruikt?

Bonviva wordt als tablet ingenomen of via inspuiting in een ader toegediend. Wanneer de tablet wordt

gebruikt, is de dosis één tablet per maand, bij voorkeur in te nemen op dezelfde dag van elke maand.

De tabletten moeten na een nacht vasten en één uur vóór enig eten of drinken (met uitzondering van

water) met een heel glas kraanwater worden ingenomen. (In gebieden met hard water, waar het

leidingwater veel opgelost calcium bevat, kan flessenwater met een laag mineraalgehalte worden

gebruikt.) De patiënt mag gedurende één uur na inname van de tablet niet gaan liggen. De

injectiedosis is één dosis van 3 mg, elke drie maanden. Patiënten die Bonviva gebruiken moeten

eveneens vitamine D en calciumsupplementen innemen als de opname hiervan via voedsel

onvoldoende is.

Bonviva

EMA/232904/2016

Blz. 2/3

Hoe werkt Bonviva?

Osteoporose treedt op wanneer niet voldoende nieuw bot wordt aangemaakt om het bot te vervangen

dat op natuurlijke wijze wordt afgebroken. Geleidelijk aan worden de botten dun en broos, waardoor ze

sneller breken. Osteoporose komt vaker voor bij vrouwen na de menopauze, wanneer het niveau daalt

van het vrouwelijk hormoon oestrogeen, dat botten helpt gezond te houden.

Ibandroninezuur, de werkzame stof in Bonviva, is een bisfosfonaat. Deze stof remt de activiteit van

osteoclasten, de cellen die betrokken zijn bij de afbraak van botweefsel. Door blokkering van de

werking van deze cellen ontstaat minder botverlies.

Hoe is Bonviva onderzocht?

Bonviva is in drie hoofdstudies onder vrouwen met osteoporose onderzocht. In de eerste studie werd

bij bijna 3 000 vrouwen Bonviva (in de vorm van tabletten van 2,5 mg, eenmaal daags ingenomen)

vergeleken met placebo (een schijnbehandeling) en werd nagegaan hoeveel nieuwe wervelbreuken de

patiënten over een periode van drie jaar kregen. In de beide andere studies werden de eenmaal per

maand ingenomen tabletten van 150 mg (1 609 patiënten) en de injectievorm (1 395 patiënten)

vergeleken met de eenmaal daags ingenomen tablet van 2,5 mg. In het kader van de studies werd

twee jaar lang de verandering in de dichtheid van de botten (wervelkolom en heup) bestudeerd.

De in de onderzoeken gebruikte, eenmaal daags in te nemen tabletten van 2,5 mg zijn niet langer

toegestaan.

Welke voordelen bleek Bonviva tijdens de studies te hebben?

In de eerste studie verminderde de dagelijkse behandeling met Bonviva 2,5 mg-tabletten het risico op

nieuwe wervelfracturen met 62% ten opzichte van placebo. Uit de beide andere studies bleek dat de

maandtablet van 150 mg en de injecties effectiever waren dan de dagtablet van 2,5 mg in termen van

toename van de botdichtheid in de wervelkolom en de heup. Over een periode van twee jaar nam de

botdichtheid in de wervelkolom met 7% toe bij inname van de maandtabletten en met 6% bij

toepassing van de injecties, tegenover 5% bij inname van de dagtabletten. De botdichtheid in de heup

nam met 4% toe bij inname van de maandtabletten en met 3% bij toepassing van de injecties,

tegenover een toename van 2% bij inname van de dagtabletten.

Welke risico’s houdt het gebruik van Bonviva in?

De meest voorkomende bijwerkingen van Bonviva (waargenomen bij 1 tot 10 op de 100 patiënten) zijn

artralgie (gewrichtspijn) en griepachtige symptomen. De meest ernstige bijwerkingen van Bonviva zijn

anafylactische reactie (ernstige allergische reactie), atypische fracturen van het dijbeen (een

ongewoon soort breuk van het bot van het bovenbeen), osteonecrose van de kaak (schade aan de

kaakbeenderen, wat pijn, zweren in de mond of loszittende tanden kan veroorzaken), maag- en

darmirritatie en oogontsteking. Zie de bijsluiter voor het volledige overzicht van alle gerapporteerde

bijwerkingen van Bonviva.

Bonviva mag niet worden gebruikt bij patiënten met hypocalciëmie (een laag calciumgehalte in het

bloed). De tabletten mogen niet worden gebruikt bij patiënten met afwijkingen van de slokdarm of

patiënten die niet rechtop kunnen staan of zitten gedurende ten minste één uur. Zie de bijsluiter voor

de volledige beschrijving van de beperkende voorwaarden voor Bonviva.

Bonviva

EMA/232904/2016

Blz. 3/3

Waarom is Bonviva goedgekeurd?

Het CHMP heeft geconcludeerd dat de voordelen van Bonviva groter zijn dan de risico’s en heeft

geadviseerd een vergunning te verlenen voor het in de handel brengen van dit middel.

Welke maatregelen worden er genomen om een veilig en doeltreffend

gebruik van Bonviva te waarborgen?

Om een zo veilig mogelijk gebruik van Bonviva te waarborgen, is een risicobeheerplan opgesteld. Op

basis van dit plan is in de samenvatting van de productkenmerken en de bijsluiter van Bonviva

veiligheidsinformatie opgenomen, onder andere over de gepaste voorzorgsmaatregelen die

professionele zorgverleners en patiënten moeten nemen.

Daarnaast zal de firma die Bonviva in de handel brengt een kaart maken om patiënten te informeren

over de risico's op osteonecrose van de kaak en met de instructie om contact op te nemen met hun

arts als zij symptomen waarnemen.

Overige informatie over Bonviva

De Europese Commissie heeft op 23 februari 2004 een in de hele Europese Unie geldige vergunning

voor het in de handel brengen van Bonviva verleend.

Het volledige EPAR voor Bonviva is te vinden op de website van het Europees

Geneesmiddelenbureau: ema.europa.eu/Find medicine/Human medicines/European public assessment

reports. Lees de bijsluiter (ook onderdeel van het EPAR) of neem contact op met uw arts of apotheker

voor meer informatie over de behandeling met Bonviva.

Deze samenvatting is voor het laatst bijgewerkt in 04-2016.

Aðrar vörur

search_alerts

share_this_information